Oorlogsschade

Veel vrienden zal het openbaar ministerie niet gemaakt hebben, gisteren tijdens het kort geding over de verkoop van Fortis voor de rechtbank van koophandel in Brussel. Volgens de openbaar aanklager is de verkoop van Fortis aan het Franse BNP Paribas niet rechtsgeldig. Maar de rechter moet hem toch niet annuleren, luidt het. ‘Niet de rechter moet daarover beslissen, maar de algemene vergadering van aandeelhouders. Die moet op 1 en 2 december zeggen of de verkoop in zijn huidige of in een gewijzigde vorm mag doorgaan, dan wel of hij teruggeschroefd moet worden.’

(tijd) - Het pleidooi speelt niet in de kaarten van de regering, die het liefst willen zien dat de verkoop van Fortis doorgaat volgens de modaliteiten die zij in het eerste weekend van oktober hebben uitgetekend. Het rijdt ook de klagende aandeelhouders in de wielen, die er bij monde van Mischaël Modrikamen stellig op rekenen dat de rechter de verkoop koudweg als ongeldig zou bestempelen. Maar de magistraat heeft wel een punt: beslissingen die het hart van een vennootschap raken, moeten altijd een algemene vergadering passeren.

Maar nood breekt wet. Als er geen kredietcrisis had gewoed toen Fortis kopje-onder ging, had het bedrijf minutieus zijn reglement van deugdelijk bestuur moeten volgen. Dan had de overheid geen mandaat gehad, en ook geen rechten om in te grijpen bij Fortis. Dan had het zeker niets uitgemaakt dat de raad van bestuur, die slechts zijdelings bij de onderhandelingen over de verkoop zou zijn betrokken, de deal al dan niet onder druk goedkeurde.

Maar er was een kredietcrisis, en vijf dagen nadat België, Nederland en Luxemburg miljarden euro’s in Fortis hadden gepompt, bleek de liquiditeitspositie van de bank-verzekeraar zo precair dat een nieuwe reddingsoperatie nodig was. Het zou absurd zijn te zeggen dat halsoverkop een algemene vergadering bij elkaar geroepen had moeten worden, die oeverloos over de toekomst van Fortis kon discussiëren. Het bedrijf dreigde te kapseizen, de jobs van duizenden werknemers stonden op het spel en het wereldwijde financiële systeem kon mee imploderen. In zulke omstandigheden speelt niet het belang van de individuele Fortis-aandeelhouders, maar het algemeen belang. Dat die twee niet op dezelfde lijn zaten, is gewoon oorlogsschade.

Dat belet niet dat het goed zou zijn als de rechter beslist om onafhankelijke deskundigen aan te stellen die de cijfers van Fortis kunnen doorlichten. De aandeelhouders hebben recht op duidelijke en onafhankelijke informatie. Zij moeten kunnen inschatten hoe precair de situatie was. De mist rond de financiële situatie van Fortis, en de onduidelijkheid over hoe die in één week tijd zo kon verslechteren, moet verdwijnen.

Het valt te betwijfelen of de aandeelhouders de verkoop van Fortis aan BNP Paribas kunnen terugdraaien zonder het bedrijf in gevaar te brengen. Maar voor ze hun onvermijdelijke fiat geven, verdienen ze op zijn minst te weten waarom de regering hun rechten zo flagrant negeerde.

Frank Demets

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud