Amerikaans macrodata stellen teleur

Minder dan verwachte macrodata doen de twijfel over de gezondheidstoestand van de Amerikaanse economie opnieuw toenemen. De index voor het consumentenvertrouwen van de Universiteit van Michigan, kwam in april onder de verwachtingen van analisten. Eerder op de dag had het Amerikaanse ministerie van Arbeid al hoger dan verwachte inflatiecijfers bekendgemaakt.

Uit de cijfers van het Labor Department bljikt dat de producentenprijzen (PPI) in maart harder waren gestegen dan economen gemiddeld hadden verwacht. Dat blijkt uit cijfers die het Labor Department vrijdag heeft gepubliceerd. Hogere energie- en voedingsprijzen dreven de inflatie, want zonder deze producten bleven de prijzen op hetzelfde niveau steken als een maand eerder.

De producentenprijzen stegen met 1,0% vergeleken met februari, terwijl economen uitgingen van een stijging van 0,7%. Op jaarbasis steeg de PPI met 3,2%, waar werd gerekend op een toename van 3,0%. De producentenprijzen exclusief voeding en energie, ook wel de core-index genoemd, bleven tegen de verwachting in onveranderd. Hier rekenden economen op een stijging van 0,2%. De kernindex nam op jaarbasis toe met 1,7%, tegenover een verwachting van 1,8%.

De index voor het consumentenvertrouwen van de Universiteit van Michigan - het zogenoemde Michigan Sentiment - over de maand april kwam dan weer onder de verwachting van economen uit. Het Michigan Sentiment kwam uit op 85,3, waar economen gepolst door Bloomberg hadden gerekend op een cijfer van 87,5. In maart kwam het vertrouwen uit op 88,4.

foto bloomberg

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect