Arbeiders betalen tol conjunctuurverzwakking

(tijd) - De arbeiders betaalden vorig jaar duidelijk de zwaarste tol van de conjunctuurverzwakking. Dat blijkt uit de sociale balansen over 2002. Het aantal arbeiders daalde in 2002 met 12.000 of 2 procent. Het aantal bedienden steeg met 3.000, of 0,5 procent. De Nationale Bank, die de gegevens verwerkte, merkt op dat laaggeschoolde arbeid steeds meer verdrongen wordt door hooggeschoolde arbeid.

De sociale balans bundelt talloze gegevens over tewerkstelling, opleiding en lastenverlagingen. De bedrijven moeten ze sinds 1996 jaarlijks overmaken aan de Nationale Bank. De Bank gaf gisteren het rapport over 2002 vrij. Het gaat wellicht om de voorlaatste versie van de volledige sociale balans. De federale regering en de sociale partners spraken af de sociale balans drastisch te vereenvoudigen.

De sociale balans leert dat enkel de kleine ondernemingen in 2002 een netto werkgelegenheidscreatie optekenden. Het aantal voltijdse equivalenten nam er toe met 7.059 personen of 2,3 procent. De middelgrote ondernemingen schroeften hun personeelsbestand terug met 0,6 procent of 1.673 eenheden. Bij de grote ondernemingen nam het personeelsbestand met 5.312 eenheden of 0,8 procent terug. Deze personeelsafvloeiingen leidden in de grote ondernemingen tot productiviteitswinsten van 3,2 procent. In de kleine ondernemingen is er sprake van een productiviteitswinst van 0,6 procent.

Het jobverlies kwam op de schouders van de arbeiders terecht. Eind 2002 waren zij met bijna 12.000 minder aan het werk. Het aantal bedienden steeg daarentegen nog met 0,5 procent of 3.000 personen; en bij het leiddinggevende personeel was zelfs een aangroei met 3,9 procent of 1.000 personen merkbaar. 'Er heeft een vervanging plaatsgevonden van laag- en middengeschoolde arbeid door meer hooggeschoolde arbeid', besluit de Nationale Bank. Ze wijst erop dat de tewerkstelling van werknemers met ten hoogste een diploma van lager of secundair onderwijs gedaald is met 17.500. De tewerkstelling van gediplomeerden van het hoger onderwijs nam met 4.000 toe.

De sociale balansen bevestigen dat contracten van onbepaalde duur 94,2 procent van alle arbeidscontracten uitmaken. De vervangingsovereenkomsten, goed voor 1,1 procent, namen met 14 procent af. In het oude stelsel van loopbaanonderbrekingen was de werkgever verplicht een loopbaanonderbreker te vervangen. In het nieuwe stelsel van tijdskrediet werd de vervangingsplicht geschrapt.

Een werknemer kostte in 2002 gemiddeld 45.681 euro per jaar. Dat is een stijging met 3,5 procent tegenover 2001. In de kleine ondernemingen bedroegen de uurloonkosten gemiddeld 24,06 euro of 73 procent van het peil van de grote ondernemingen waar de ze 32,75 euro bedroegen. Voor de middelgrote bedrijven bedroeg deze verhouding 87 procent. De horeca is de bedrijfstak met de laagste uurloonkosten, de energie die met de hoogste uurloonkosten. De uurloonkosten stegen vorig jaar meer in de kleine ondernemingen dan in de grotere ondernemingen. De Nationale Bank wijst erop dat de werkgelegenheid het sterkst gestegen is in de bedrijven waar de uurloonkosten zijn gedaald.

Uit de sociale balansen blijkt nog dat 39,9 procent van de werknemers een opleiding volgde tegenover 39,8 in 2001. De opleiding kost gemiddeld 1.424 euro en duurt 32 uur. Al de andere opleidingsindicatoren gaan er op achteruit. Het aantal opleidingsuren uitgedrukt in procent van het aantal gewerkte uren bedroeg vorig jaar 0,9 procent tegenover 0,93 procent een jaar eerder. In 2002 spendeerden de werkgevers 1,36 procent van de loonkosten aan opleiding tegenover 1,4 procent een jaar eerder. Werkgevers en vakbonden spraken eerder af dat de opleidingsbudgetten tegen 2004 1,9 procent van de loonsom moeten bedragen.

EvH

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud