Verzekeraars bepleiten invoering tijdsparen

Philippe Colle, de in maart aangetreden nieuwe gedelegeerd bestuurder van Assuralia, gebruikte zijn eerste persconferentie om het systeem van een tijdspaarverzekering in de schijnwerpers te zetten. Het principe is eenvoudig. 'Ons voorstel komt er eigenlijk op neer dat we tijd omzetten in geld', legt Colle uit.

(tijd) Volgens het systeem kunnen werknemers ervoor opteren niet-opgenomen vakantiedagen of overuren te laten uitbetalen op een tijdspaarverzekering. Ook een dertiende maand kan op de rekening gestort worden. De rekening wordt beheerd door een verzekeraar, die het kapitaal laat aangroeien.

Later in de carrière kan het bijeengespaarde geld gebruikt worden om bijvoorbeeld een loopbaanonderbreking mee te financieren. Wie het geld niet gebruikt tijdens zijn loopbaan, kan het aanwenden als extra pensioen of kan er na zijn vijfenzestigste een dure zorg- of hospitalisatieverzekering mee betalen.

'Ons voorstel biedt een antwoord op twee belangrijke uitdagingen: de nood aan meer flexibiliteit in de loopbaan en de hoge kosten van de vergrijzing', zegt Colle. Hij houdt dan ook een pleidooi bij de politieke partijen om een dergelijk systeem wettelijk mogelijk te maken. Drie partijen, CD&V, VLD en MR, vermelden in hun partijprogramma's een dergelijk systeem.

Als het stelsel van tijdspaarverzekeringen er komt, is het aan de sectoren of individuele bedrijven om effectief in een tijdspaarverzekering te voorzien voor hun werknemers. Vanuit het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) is er 'interesse' voor het systeem, klinkt het bij Assuralia. Hoe de tijdspaarverzekeringen fiscaal behandeld moeten worden, laat Assuralia nog in het midden. Maar om de regeling te bevorderen, bepleiten de verzekeraars wel een 'fiscaal aantrekkelijk kader'.

Assuralia heeft de inspiratie voor het systeem van tijdspaarverzekeringen gehaald in twee buurlanden: Frankrijk en Nederland. In Nederland heet het systeem 'levensloopregeling'. Het is sinds begin 2006 van kracht. Het eerste jaar bleef het stelsel achter bij de verwachtingen. Volgens cijfers van de Nederlandse statistische dienst CBS stapte slechts 5,5 procent van de werknemers in het stelsel. De Nederlandse overheid overweegt daarom het stelsel aan te passen.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud