Inflatie aan Amerikaanse fabriekspoort onheilspellend hoog

©EPA

De Amerikaanse producentenprijzen (PPI) zijn in november met 3,2 procent gestegen op maandbasis. Dat is de snelste stijging in 34 jaar tijd. De stijging is hoofdzakelijk te wijten aan de dure energie en doet de inflatievrees in de VS weer opwakkeren.

(tijd) - Zonder de volatiele energie- en voedselprijzen bedroeg de stijging maand-op-maand maar 0,4 procent. Economen hadden erop gerekend dat de stijging van de prijzen aan de fabriekspoort maar half zo sterk zou aantrekken. Op jaarbasis bedraagt de stijging van de producentenprijzen 7,2 procent. Zonder voedsel- en energie 2 procent.

Uit de data van het Amerikaans ministerie van Arbeid blijkt dat de producenten vooral de exploderende energieprijzen doorrekenen aan hun afnemers. Energie werd 14,1 procent duurder voor bedrijven in november, voeding bleef stabiel.

De hausse van de producentenprijzen is opmerkelijk, omdat de stijging in oktober lager uitviel dan verwacht. Toen wezen analisten erop dat de Amerikaanse producenten de duurdere grondstoffen nog niet doorrekenden aan hun afnemers.

'Dit is een verschrikkelijk inflatierapport', aldus een econoom van de Amerikaanse zakenbank Bear Stearns. 'Het is decennia geleden dat we dit nog gezien hebben.'

Voor de maand november ziet het plaatje er dus fundamenteel anders uit. De recentste PPI-data doen de inflatievrees in de VS weer flink oplaaien. Gevreesd wordt dat de stijging van de prijzen aan de fabriekspoort nu snel doorgerekend zal worden aan de Amerikaanse consument.

De Amerikaanse centrale bank verlaagde deze week voor de derde keer in vier maanden zijn basisrente. Die ingrepen moeten de Amerikaanse economie, die het zwaar te verduren heeft door een instortende huizenmarkt en de kredietcrisis, van een recessie behoeden. De Fed uitte bij zijn rentebesluiten al verschillende malen zijn 'bezorgdheid' over de prijsstabiliteit in de VS.

Peter De Groote
peter.de.groote@tijd.be

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud