‘De beste raad? Vergeet uw economieboeken!'

Ludwig von Mises

‘Honderd jaar geleden was Wenen de place to be voor wetenschappers. Economen van de Oostenrijkse School behoorden toen tot de wereldtop. Nu is hier alleen nog ons instituut om de leer levend te houden.’ De Tijd sprak met Rahim Taghizadegan, directeur van het Weense Institut für Wertewirtschaft, over de traditie en de toekomst van deze economische stroming.

Het gevaar van simplificatie indachtig, komt de leer van de Oostenrijkse School erop neer dat regeringen en centrale banken het gedrag van mensen niet moeten proberen te sturen, maar het net moeten bestuderen om er economische principes uit af te leiden. Als iedereen boven zijn stand leeft, zal een recessie optreden die mensen ertoe aanzet de vinger op de knip te houden en harder te werken. Dat is een spontaan genezingsproces. Maar de overheid doorkruist die genezing omdat ze geen ontevreden kiezers wil en omdat de centrale banken de rente kunstmatig laag houden. Op het einde betaal je daarvoor de rekening.

Economen van de Oostenrijkse School zoals Ludwig von Mises en Eugen von Böhm-Bawerk behoorden in de eerste decennia van de twintigste eeuw tot de meest vooraanstaande persoonlijkheden van hun vakgebied. Nu bestaat de denkschool vooral nog in de Verenigde Staten. ‘Wij zijn het enige resterende academisch instituut in Wenen waar de leer van de Oostenrijkse School nog wordt beoefend’, zegt Rahim Taghizadegan.

Hoe is het zover gekomen?

Rahim Taghizadegan: ‘Veel toonaangevende Oostenrijkse economen gingen in dienst bij de overheid als bureaucraten. Oorspronkelijk deden ze dat om een wetenschappelijk programma uit te voeren, niet om aan politiek te doen. Ze vonden dat ze hun land moesten dienen als wetenschapper. Door de Eerste Wereldoorlog veranderde alles drastisch. Omdat de Oostenrijkse School de dominante denkrichting was, waren het vooral deze economen die een oorlogseconomie moesten organiseren. Hun leer veranderde daardoor ook. Ideeën en overtuigingen werden onvermijdelijk meer mainstream.’

‘Hun zeer kritische benadering van economie verdween wat. Daardoor ging de Oostenrijkse School in Oostenrijk geleidelijk aan verloren. Ze maakte na verloop van tijd gewoon geen deel meer uit van de Zeitgeist. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog emigreerden bovendien veel getalenteerde economen omdat ze Joods waren.’

Toch ging de leer blijkbaar niet helemaal verloren.

Taghizadegan: ‘De School flakkerde weer op in de Verenigde Staten, aangezien verschillende belangrijke denkers gevraagd werd om daar les te geven. In het begin vonden ze echter niet veel gehoor. De VS keken in die tijd vooral in de richting van Duitsland. Zelfs tot aan het begin van het fascisme was er een fascinatie voor de efficiëntie van de Pruisische staat.’

‘Het tij keerde voor die Oostenrijkse economen door de New Deal van president Roosevelt. Veel ondernemers waren bezorgd dat de VS aan het afglijden waren naar het socialisme. Daarom sponsorden ze de Oostenrijkse economen, die de ingenieursbenadering van de New Deal verwierpen. Zij geloofden immers niet dat de economie een machine was die de overheid kon bijstellen door hier en daar een schroefje aan te draaien.’

‘De ondernemers hoopten dat zij een intellectueel tegengewicht konden bieden tegen de uitdijende rol van de overheid.’

De belangrijkste Oostenrijkse denktank in de VS is genoemd naar Ludwig von Mises. Wie is de man aan wie dat eerbetoon is gericht?

Taghizadegan: ‘Von Mises is de reus van de Oostenrijkse School en volgens mij de grootste econoom aller tijden. Toen hij in 1940 in de VS aankwam, sprak hij enkel Duits. Toch heeft hij er op zestigjarige leeftijd nog een nieuwe taal geleerd. Meer zelfs, hij doceerde en publiceerde in het Engels. Het feit dat hij er nooit een leerstoel heeft gekregen, illustreert wel hoe moeilijk het was om academische erkenning te krijgen.’

‘Rijk is hij er ook nooit geworden. ‘Ik heb altijd gelijk over geld’, excuseerde hij zich daarvoor bij zijn vrouw. ‘Ik heb het alleen nooit.’’

Hoe keek hij als Oostenrijkse econoom aan tegen de uitdagingen van zijn tijd?

Taghizadegan: ‘Voor iemand als von Mises werd de wereld steeds socialistischer. Centralisatie zorgt voor een efficiëntere organisatie, was het gangbare motto van die tijd. Het gold voor de oorlog, waarom dan ook niet voor de economie? Von Mises verwierp die gedachtegang. Hij wees op het berekeningsprobleem. Als er maar een speler overblijft, is er geen handel meer en dus ook geen prijsmechanisme dat aangeeft wat de waarde van iets is. Daardoor kan je de productiemiddelen niet efficiënt toewijzen. Iets wat later door de val van het communisme ook duidelijk is gebleken.’

In de VS maakt de Tea Party Movement veel ophef. Sommigen noemen het de Amerikaanse revival van de Oostenrijkse ideeën.

Taghizadegan: ‘Tot voor kort vormde dat Amerikaanse libertarisme maar een kleine beweging. Daar is na de financiële crisis sterk verandering in gekomen. Er zijn duizenden miljarden dollars gespendeerd om financiële instellingen te redden zonder enige democratische legitimatie. En dan is daar die kleine Oostenrijkse School die al honderden jaren waarschuwt voor overdreven kredietexpansie. Daardoor is er opnieuw meer aandacht gekomen voor onze inzichten.’

Wint uw denkschool ook politiek weer aan belang?

Taghizadegan: ‘Het enorme probleem van de Oostenrijkse School is dat ze geen praktische handleiding biedt aan beleidsmakers. Joseph Schumpeter was een van de eerste Oostenrijkse economen die beseften dat beleidsmakers gewoon cijfers willen hebben die hen zeggen wat ze moeten doen. Hij slaagde er wel niet in om goede modellen op te bouwen die een economie goed nabootsten. En dat lag niet aan het feit dat hij wiskundig onvoldoende onderlegd was, maar wel aan de essentie van het Oostenrijkse idee dat het gewoon niet mogelijk is zo’n model te construeren. De fysica slaagt er niet in om heel complexe processen te modelleren zonder in chaos te belanden, hoe zouden economen dat dan kunnen? Desondanks willen politici iets hebben om zich op te baseren. En Schumpeter begreep dat.’

‘Natuurlijk zijn er een paar cijfers die belangrijk zijn. Wij zeggen enkel dat je het belang ervan niet mag overschatten. De toekomst zit er echt niet in vervat. Er is geen utopische wereld waarin we alles onder controle hebben.’

Een andere invalshoek dan. Is de Oostenrijkse School gezien het belang van menselijk gedrag verwant aan gedragseconomie?

Taghizadegan: ‘Er is een belangrijk verschil. Gedragseconomen beperken een mens tot zijn psychologisch gedrag. Dat is nuttig om massagedrag te bekijken, zoals op een beurs. Maar ook daar kan je de toekomst niet voorspellen. Een paniekreactie modelleren, dat gaat nog. Maar eenzelfde mens kan in eenzelfde situatie een tweede keer anders reageren. Die ‘animal instincts’, zoals Keynes ze omschreef, heb je niet in de hand. Of je neemt één fictioneel persoon, je zegt dat iedereen zo is en je bouwt je model; of je zegt dat er een paar basisprincipes van menselijk gedrag zijn en je gaat daarmee verder zonder model. Dat laatste is waar wij in geloven. De echte wereld is interessant genoeg om er geen fictieve bevolking op na te houden. En zelfs dan voorspellen we de toekomst beter dan de modellen.’

Waarom zien we zo weinig Oostenrijkse economen op prominente plaatsen?

Taghizadegan: ‘Het spel van vraag en aanbod speelt ook voor economen. Ongeveer driekwart van de economen is in dienst bij centrale banken of bij financiële instellingen. Een Oostenrijkse econoom kan per definitie niet worden aangeworven door een centrale bank, aangezien hij ervoor pleit om die af te schaffen.’

U vermeldt vooral von Mises. Bij het grotere publiek is de bekendste naam nochtans Friedrich von Hayek.

Taghizadegan: ‘Von Hayek kreeg de Nobelprijs in 1974 volgens mij voor het werk van von Mises. Maar aangezien die laatste buiten het universiteitssysteem stond, maakte hij zelf geen echte kans. Von Hayek was ook een stuk jonger, in meerdere opzichten. Von Mises was ‘old school’, iemand uit een totaal andere cultuur. Hij was een aristocratische academicus die altijd aan zijn principes bleef vasthouden. Von Hayek was gevoeliger voor de stromingen van zijn tijd. Hij probeerde bijvoorbeeld de ideeën van de Oostenrijkse School in complexe wiskundige modellen te vatten omdat dat op een bepaald moment in de mode was.’

De Oostenrijkse leer en complexe wiskundige modellen vloeken toch met elkaar?

Taghizadegan: ‘Daarom faalde hij ook. Hij maakte er zich belachelijk mee. Maar je moet ook dat in zijn tijd plaatsen. Van de ene dag op de andere werd iedereen keynesiaan. Von Hayek wist niet goed hoe hij daarmee moest omgaan. Zijn werk werd steeds politieker. Hij besefte dat er maar een handvol niet-keynesianen over waren. Die probeerde hij allemaal te verzamelen in de zogenaamde Mont Pelerin Society, een groep intellectuele vrijemarktdenkers. Onder de genodigden in Wenen zaten verschillende latere Nobelprijswinnaars, zoals Milton Friedman en George Stigler. Ook von Mises was van de partij. Maar tijdens de eerste vergadering al stond hij recht, riep uit ‘Jullie zijn een stelletje socialisten’, en ging ervandoor.’

Soms schrikken ook wij van de harde reacties van adepten van de Oostenrijkse School op onze internetfora. De verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden lijkt vaak ver weg.

Taghizadegan: ‘Ik begrijp dat het soms wat sektarisch kan lijken. Als een kleinere denkschool in haar voortbestaan bedreigd is, ontstaat de reflex om vooral vast te houden aan de belangrijkste werken en ideeën die ze voortgebracht heeft. Dat zijn bij ons de werken van von Mises en Rothbard. Toch zijn er nog altijd mensen die blijven nadenken over wat ze er nu mee kunnen bereiken. Daarvoor vallen ze wel nog steeds terug op de algemene principes van hun voorgangers.’

Welk Oostenrijks werk kunt u onze lezers aanraden?

Taghizadegan: ‘Ik denk niet dat er een boek is dat iedereen zou moeten lezen. Het gaat vooral om gezond verstand. In die zin zou het beter zijn, mochten mensen wat economieboeken vergeten en wat ‘ontleren’. Als je toch een paar namen wil, dan suggereer ik ‘Human Action’ van von Mises en ‘Man, Economy and State’ van Murray Rothbard. Voor hedendaagse Oostenrijkse economen raad ik het werk aan van de Duitsers Jörg Guido Hülsmann en Hans-Hermann Hoppe.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content