Spanje kampt met deflatie

Deflatie maakt het voor Spanje moeilijk om de schuldenerfenis af te lossen ©REUTERS

Spanje kampt als eerste groot Europees land met deflatie. Die dalende prijzen maken het moeilijk de schuldenerfenis van de crisis af te bouwen en vormen een schaduwzijde voor een land dat met een verrassend sterk herstel dé economische verrassing van 2014 is.

Spanje kampt als eerste grote land in de eurozone met deflatie. In juli daalden de prijzen volgens de statistische dienst INE jaar op jaar met 0,3 procent, de eerste uitgesproken deflatie in jaren. Dinsdag nog hadden de economen van BNP Paribas Spanje vooruitgeschoven als het land met het grootste risico om in deflatie weg te glijden.

Dat klinkt op het eerste gezicht niet echt zorgwekkend: niemand kan iets tegen dalende prijzen hebben. Bovendien heeft Spanje eigenlijk een 'interne devaluatie' nodig om ten opzichte van Duitsland en de kernlanden van de eurozone weer concurrentieel te worden, een pijnlijke aanpassing die onder premier Mariano Rajoy al enkele jaren bezig is.

Maar toch zijn dalende prijzen niet onverdeeld positief, zeker niet voor een land als Spanje waar overheden, banken, bedrijven én gezinnen als crisiserfenis nog een zware schuldenlast torsen. Die schuldenlast beheersbaar maken en afbouwen is een stuk makkelijker met 'een beetje inflatie', eigenlijk een schier geruisloze transfer van spaarder naar schuldenaar. 

Die schuldenerfenis is ook de belangrijkste reden waarom de Europese Centrale Bank begin juni alle zeilen bijzette om te proberen de eurozone te behoeden voor deflatie. In de eurozone in zijn geheel is de inflatie gezakt tot 0,5 procent, ruim onder de 'minder dan, maar dicht bij 2 procent' die Frankfurt als doelstelling hanteert.

Een schokeffect blijft voorlopig uit: de langetermijnrentes in de eurozone verkennen nieuwe dieptepunten, omdat beleggers steeds meer een scenario van chronisch lage groei en dito inflatie in de koersen verrekenen. Zakenbank JPMorgan, bijvoorbeeld, verwacht pas ten vroegste diep in 2018 een eerste renteverhoging door de ECB.

ECB-voorzitter Mario Draghi verwijst als voornaamste redenen voor het stimulusbeleid steevast naar de noodzaak de reële schuldenerfenis beheersbaar te houden. Bovendien is hij er zich van bewust dat voor de Zuid-Europese landen een 'interne devaluatie' pijnlijker is naarmate de inflatie in de hele eurozone lager is. Als er zelfs in de kernlanden nauwelijks inflatie is, moeten werknemers in de 'crisislanden' nominaal loon inleveren om weer concurrentieel te worden. En dat is nog een stuk moeilijker dan een 'gewone' loonmatiging.

Verrassing

De deflatie is een schaduwzijde voor Spanje, dat dit jaar zonder twijfel dé economische verrassing van 2014 is. Beleggers omarmen Spaanse aandelen en obligaties, nu de pijnlijke sanering die premier Mariano Rajoy doorvoerde stilaan vruchten lijkt af te werpen.  Steeds volgens INE boekte de Spaanse economie deze lente een groei van 0,6 procent. Dat is nog beter dan de 0,5 procent die de Spaanse centrale bank vorige week in een eerste raming vooropstelde en een duidelijk bewijs dat het herstel vaart wint (zie grafiek).

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud