Europa: Geithner maakt einde aan Geithner-rally

Beleggers die sinds vorige week stiekem begonnen te dromen van een probleemloos beursherstel, konden die hoop maandag al opbergen. De Europese beurzen gingen immers zwaar onderuit nadat de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner had gewaarschuwd dat een aantal banken in de VS nog nood heeft aan ‘substantiële’ overheidshulp.

(tijd) - Met die uitspraken heeft Geithner een flink pak van de winststijgingen weggewerkt waar hij zelf voor had gezorgd toen hij dag op dag een week geleden zijn reddingsplan voor de banken had voorgesteld. Sindsdien waren de meeste Europese indexen met ruim 8 procent gestegen, maar afgelopen weekend herinnerde de Amerikaanse minister van Financiën beleggers eraan dat er in de financiële sector nog heel wat werk aan de winkel is.

De DJ EuroStoxx sloot de dag 5,1 procent lager af op 2.010,61 punten. Londen verloor 3,5 procent, Parijs ging 4,3 procent lager en Frankfurt eindigde met een verlies van 5,1 procent.

Bovendien kregen de markten behalve Geithners ontboezeming dat een aantal Amerikaanse banken nog heel wat overheidssteun zullen nodig hebben, ook nieuwe verontrustende geluiden uit de Europese banksector te horen. Zo zou de Zwitserse bankreus UBS (-10,8 % op 10,14 Zwitserse frank) volgens bepaalde media alweer tegen een nieuw rondje waardeverminderingen aankijkt. Het nieuws dat in Spanje voor het eerst in 16 jaar een noodlijdende bank door de overheid moest worden gered maakte dat het bankenpessimisme weer helemaal terug is van weggeweest in Europa.

Dat was ook te merken in Londen, waar Barclays een tik van 14,2 procent kreeg op 149,1 pence. De Britse bankgroep was vorige vrijdag nog fors in waarde gestegen nadat zogenaamde stresstests hadden uitgewezen dat Barclays geen nood had aan overheidssteun nodig had. Maar die euforie bleek van korte duur. Maandag verlaagden analisten van Société Générale immers hun advies voor Barclays omdat ze van mening zijn dat de bank 15 tot 20 miljard pond aan 'tastbaar eigen vermogen' nodig heeft.

Een zeldzame uitzondering was Hypo Real Estate, op de beurs van Frankfurt 30,7 procent hoger schoot tot 1,49 euro nadat de Duitse overheid een belang van 8,7 procent in de groep had genomen, wat beschouwd wordt als een eerste stap richting nationalisatie. Hypo Real Estate was de afgelopen maanden zwaar in de problemen geraakt door zijn Ierse dochter Depfa. Depfa is actief als financier van openbare besturen en wordt daardoor als een sectorgenoot van het Belgisch-Franse Dexia gezien.

Autowaarden onderuit

Toch was de comeback van de bankenvrees niet de enige reden waarom de Europese beurzen gisteren onderuit waren gegaan. De autowaarden kregen het eveneens zwaar te verduren na berichten dat de Amerikaanse regering de herstructureringsplannen van GM en Chrysler onvoldoende acht.

De regering-Obama eiste verder dat GM-topman Rick Wagoner opstapte en bepaalde ook dat Chrysler pas 6 miljard dollar aan overheidssteun kreeg als het een partnerschap met Fiat afsloot. Dat akkoord werd uiteindelijk na beurstijd bereikt, waardoor Fiat de dag afsloot met een verlies van 9,4 procent op 4,78 euro.

Het was maandag trouwens niet alleen bijltjesdag in de Amerikaanse autosector. Ook het Franse PSA Peugeot Citroen zag zijn gedelegeerd bestuurder Christian Streiff opstappen. Het aandeel verloor 9,2 procent op 13,94 euro. Land- en sectorgenoot Renault leed een verlies van 10,6 procent op 15,13 euro.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud