Commentaar: Overbodig debat

De Vlaamse minister-president Kris Peeters (CD&V) haalt het oude verankeringsdebat verrassend van onder het stof. Tijdens de uitreiking van de prijs voor de Onderneming van het Jaar riep Peeters de Vlaamse ondernemers op hun bedrijf niet te snel om te zetten in cash. De kapitaalverschaffers nodigde hij uit om te investeren in Vlaamse bedrijven.

Peeters lanceerde zijn oproep vlak voor de bekendmaking van het arrest van het Europese Hof van Justitie, dat brandhout maakt van de zogenaamde Volkswagenwet. Die wet beschermde de grootste Europese autobouwer de voorbije 47 jaar tegen vijandige, buitenlandse overnames. De veroordeling van het Hof ligt in de lijn van het Europese beleid ter zake, het werkelijk liberaliseren van het bedrijfsleven.

Vele economische mogendheden schermen graag hun 'nationale kampioenen' af met allerlei constructies. De Europese Unie wil af van dat nationalistische, protectionistische beleid en wil bouwen aan een werkelijk vrijgemaakt kapitaalverkeer.

Het debat over de verankering heropenen, gaat dus recht tegen het Europese beleid in en is eigenlijk niet meer van deze tijd.

In ons land dook het verankeringsdebat een eerste keer op in 1988, tijdens de overnamestrijd van de Generale Maatschappij. Nadien deinde het uit naar Vlaanderen. Het verankeringsthema was een van de stokpaardjes van gewezen minister-president Luc Vanden Brande. Het debat stierf evenwel een stille dood. Enerzijds omdat heel wat kroonjuwelen in buitenlandse handen terechtkwamen, anderzijds omdat geen zinnig economisch antwoord werd gevonden op de nationalistische verzuchtingen.

Bedrijfsvoering komt uiteindelijk neer op economische wetmatigheden. Emoties spelen daarin zelden of nooit een rol. De bedrijfsleiders en bij uitbreiding de aandeelhouders zijn nog altijd vrij om te doen en te laten wat ze menen te moeten doen. En als dat een bedrijf verkopen is, dan is dat misschien jammer, maar wel het volste recht van de eigenaar. Bovendien is onze fiscaliteit zo pervers dat verkopen wordt aangemoedigd omdat het de meest lonende weg is uit een bedrijf. De meerwaarde die een ondernemer daaruit puurt, blijft immers onbelast.

De overheid moet zich ervoor hoeden in te grijpen in het bedrijfsleven. Haar taak is een gunstig ondernemersklimaat te creëren en te waken over de deugdelijkheid van het bedrijfsleven. Veel verder kan of moet een overheid niet gaan.

Soms wordt aangehaald dat de beslissingscentra doorslaggevend kunnen zijn voor de tewerkstelling. Dat argument gaat slechts gedeeltelijk op. En niets zegt dat als er een Belgisch beslissingscentrum is, er dan geen herstructureringen zijn of ontslagen vallen.

Het verankeringsdebat is overbodig en nutteloos. De slotsom zal altijd zijn dat uiteindelijk de ondernemer en/of aandeelhouder beslist over het lot van zijn bedrijf. De energie kan beter gaan naar het zoeken naar bedrijfsvriendelijke maatregelen die er vanzelf toe leiden dat de bedrijven die hier aanwezig zijn niet de aandrang voelen zichzelf in de etalage te zetten. Voorkomen is beter dan genezen, heet zoiets.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud