Aandeel NBB fors lager na uitspraak emissierecht

(tijd-nieuwslijn) - Het aandeel van de Nationale Bank van België (NBB) verloor donderdag op Euronext Brussel 13,6% tot 3.070 euro. De rechtbank van koophandel in Brussel oordeelde dat de particuliere aandeelhouders geen recht hebben op uitkering van het reservefonds van de NBB en dat het emissierecht niet is verstreken.

Het emissierecht van NBB is niet verstreken en er is geen reden om het reservefonds uit te keren. Dat concludeerde de Brusselse rechtbank van koophandel in de zaak van Deminor tegen NBB. 'Dit is duidelijk een nederlaag op vlak van het emissierecht', reageert Erik Bomans van Deminor. Het kantoor gaat nu overleggen met zijn cliënten en advocaten om zijn stelling te bepalen.

Het aandeel NBB zakt bij de herneming van de handel verder weg. Voor de opschorting dook het aandeel 10% lager bij een volume van bijna 400 aandelen. De koers van het aandeel is verdubbeld sinds de speculatie over een uitkoop van de minderheidsaandeelhouders. NBB is een van de weinige centrale banken die deels in handen is van privé-aandeelhouders.

Alles draait om wie eigenaar is van de reserves van de NBB en wie recht heeft op de meerwaarden. Deminor meent dat het emissierecht verstreken is en dat daardoor het reservefonds moet worden uitgekeerd aan alle aandeelhouders. In dit verband moet ook de waarde van dit fonds bepaald worden. Deminor merkt in een reactie op dat de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan over de eis tot begroting van het reservefonds, noch over de geldigheid van de overdrachten van meerwaarden op goud door NBB aan de Staat.

Volgens de NBB komen de meerwaarden toe aan de staat. NBB argumenteert dat ze haar reserves beheert in het algemeen belang en dat de meerwaarden daardoor toekomen aan de staat. Ze baseert zich daarvoor op het concept van fiduciaire eigendom, een concept dat niet bestaat in de Belgische wetgeving. Als de NBB haar reservefonds moet uitkeren aan de aandeelhouders, heeft dit tot gevolg dat de bank haar wettelijke rol niet meer kan uitoefenen, stelden de advocaten van NBB tijdens de pleidooien eind september in deze zaak.

Deminor eist dat de NBB 4,8 miljard euro of 7.200 euro netto per aandeel uitkeert aan alle aandeelhouders. Bomans beklemtoont dat deze uitkering mogelijk is zonder dat moet worden geraakt aan de goud- en deviezenreserves of aan de activa die de tegenwaarde vormen van de bankbiljetten.

In een eerdere zaak oordeelde het arbitragehof dat het emissierecht niet verstreken is. Volgens Deminor was deze uitspraak niet bindend omdat het hof een Europese wet interpreteerde. Daarom wou Deminor dat de rechtbank van koophandel een prejudiciële vraag stelt aan het Europees Hof van Justitie. Het baseerde zich daarvoor op artikel 106 van het Verdrag van Maastricht dat zegt dat de Europese Centrale Bank (ECB) het alleenrecht heeft om machtiging te verlenen tot uitgifte van eurobiljetten.

Volgens de advocaten van NBB heeft het hof geen Europese wet moeten interpreteren. Volgens hen stipuleert de Belgische wet duidelijk dat het emissierecht niet verstreken is. Zij argumenteren dat het emissierecht toebehoort aan het Europees Stelsel van Centrale Banken. Dit stelsel omvat de nationale centrale banken uit de eurozone samen met de ECB. De ECB autoriseert deze nationale banken om biljetten te drukken en te verdelen.

Er lopen nog twee andere procedures tegen de NBB. Deminor eist de vernietiging van een terugneming op de voorziening voor wisselkoersverliezen. De advocaat Mischael Modrikamen eist namens enkele aandeelhouders 5.784 euro per aandeel. Hij spreekt van een schadevergoeding omdat de Nationale Bank de meerwaarden op goud alleen uitkeerde aan de staat.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud