Ex-bestuurders Ter Beke vrijgesproken van handel met voorkennis

(tijd-nieuwslijn) - Het Gentse Hof van Beroep heeft drie voormalige bestuurders van het versevoedingsbedrijf Ter Beke vrijgesproken van handel in aandelen met misbruik van voorkennis. In eerste aanleg waren de drie nog ontslagen van rechtsvervolging omdat de correctionele rechtbank van oordeel was dat de wet niet kon worden toegepast.

'De feiten waren op zich strafbaar, maar er waren onvoldoende bewijzen dat de beklaagden zich er schuldig aan hebben gemaakt', luidde de uitspraak van de rechter.

Op de beklaagdenbank zaten Ronald Everaert, gedelegeerd bestuurder van Telindus, Edith De Baedts, echtgenote van meerderheidsaandeelhouder Daniel Coopman, en Jean-Marie Verdonck. De feiten dateren van 8 februari 1996, toen de drie respectievelijk 400, 150 en 1.000 aandelen Ter Beke kochten aan een lage koers. Zij waren op dat ogenblik alle drie bestuurder bij Ter Beke. Een maand later raakte bekend dat Ter Beke exclusieve onderhandelingen was gestart met het Nederlandse Unilever over de overname van vier bedrijven van die groep. Daarop schoot de koers zo'n 15% hoger.

In eerste aanleg gebeurde het ontslag van de rechtsvervolging op basis van het recht. Advocaat Rik Honore van Ronald Everaert verkreeg een heropening van de debatten op basis van de publicatie van een KB dat de holdingexceptie afschaft. Volgens Honore toonde dit duidelijk aan dat op het ogenblik van de feiten er wel degelijk een onderscheid bestond tussen de gewone belegger en de holdings. Holdings mochten handelen op basis van gevoelige informatie, de gewone beleggers mochten dat niet. Het openbaar ministerie heeft altijd uitdrukkelijk gesteld dat de holdingexceptie niet discriminerend was en dat er dus geen onderscheid werd gemaakt tussen gewone beleggers en holdings. Vermits het KB uitdrukkelijk stelt dat de holdingexceptie wordt afgeschaft, betekent dit dat er wel degelijk een onderscheid gemaakt werd tussen gewone beleggers en holdings.

Dat de uitspraak op grond van de feiten gebeurde, betekent dat het minder aangewezen is dat het openbaar ministerie naar Cassatie stapt, aldus de advocaat van Ronald Everaert. Het openbaar ministerie heeft hiervoor een maand de tijd.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud