Advertentie

Indonesië eist USD 23,5 miljoen van Belgische baggeraars

(tijd-nieuwslijn) - De Indonesische overheid beschuldigt de Belgische baggeraars Jan de Nul en DEME ervan zand te hebben gestolen op haar territorium en eist een schadevergoeding van USD 23,5 miljoen. Anders worden de drie Belgische baggerschepen die sinds juli voor de Indonesische kust aan de ketting liggen, niet vrijgelaten.

Dat schrijft de Financieel-Economische Tijd dinsdag.

Jan de Nul zou circa USD 19 miljoen moeten betalen, DEME ongeveer USD 4 miljoen. De Belgische baggeraars onderhandelen al weken om de boete te verlagen maar de kans dat ze daarin slagen, wordt elke dag kleiner.

De baggerschepen Lange Wapper van DEME en Vasco da Gama en Alexander von Humboldt van Jan de Nul liggen sinds 26 juli, samen met 13 andere baggervaartuigen, voor de Indonesische kust. De schepen, die zand baggeren voor de enorme opspuitingswerken in het naburige Singapore, werden door de Indonesische marine aan de ketting gelegd op beschuldiging van onrechtmatige zandwinning in Indonesië.

In oktober sprak een Indonesische rechtbank de Belgische baggeraars vrij van diefstal. DEME en Jan de Nul moesten enkel een boete betalen van USD 5.000 per schip omdat ze niet over de noodzakelijke documenten beschikten. Het Indonesische leger legde het vonnis van de rechtbank echter naast zich neer en verhinderde de schepen te vertrekken.

De Indonesische regering legt DEME en Jan de Nul nu een boete op van USD 23,5 miljoen eer ze hun schepen terugkrijgen. Dat komt overeen met 15% van de waarde van de schepen.

De baggergroep DEME is bijna volledig in handen van de Antwerpse holding Ackermans & van Haaren en van de bouwgroep CFE.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud