Intern auditcomité LHSP in verdenking gebracht

(tijd) - De Gentse raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans bracht drie voormalige bestuurders van de failliete spraaktechnologiegroep Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP) in verdenking. Het gaat om de leden van het interne auditcomité van LHSP. De inverdenkingbrengingen kunnen verregaande gevolgen hebben voor de afhandeling van het dossier-LHSP omdat een van de drie betrokkenen plaatsvervangend rechter is.

Het Nieuwsblad meldde zondag dat Erwin Vandendriessche, Marc De Pauw en Dirk Cauwelier in verdenking werden gesteld. Het krantenbericht werd bevestigd door Dominique Debrauwere van het Gentse parket-generaal.

Marc De Pauw is burgemeester van Destelbergen en gedelegeerd bestuurder van de investeringsmaatschappij Sofinim, een onderdeel van Ackermans & Van Haaren. Hij trad in 1995 toe tot de raad van bestuur van LHSP.

Dirk Cauwelier werd in 1997 bestuurder bij LHSP. Dat hij plaatsvervangend rechter is bij de Ieperse rechtbank van koophandel is enorm belangrijk voor de afhandeling van het gerechtelijk dossier over LHSP. Cauwelier geniet hierdoor van de zogeheten voorrang van rechtsmacht. De nieuwe procedure heeft in dit dossier vooral gevolgen voor het afsluiten van het onderzoek. Als het openbaar ministerie na het afsluiten van het onderzoek meent dat er voldoende bezwarende elementen zijn tegen de plaatsvervangende rechter, worden alle verdachten rechtstreeks voor het hof van beroep gedagvaard. Zij kunnen dan geen beroep doen op de wet-Franchimont om bijkomende onderzoeksdaden te laten verrichten.

Wanneer tegen de magistraat geen voldoende bezwarende elementen zijn en tegen andere verdachten wel dan vordert het openbaar ministerie de verwijzing voor de raadkamer. In dit geval zijn bijkomende onderzoeksdaden wel mogelijk en kunnen de verdachten ook nog beroep aantekenen tegen een gebeurlijke verwijzing naar de strafrechter. Zij kunnen bij een veroordeling ook nog beroep aantekenen, wat bij een procedure voor het hof van beroep niet kan. De tweede procedure duurt twee jaar langer dan de eerste.

Het interne auditcomité bij LHSP kreeg op 20 september 2000 van de raad van bestuur de formele opdracht de boeken van LHSP te onderzoeken over 1998, 1999 en de eerste helft van 2000. Het ging om een diepgaand onderzoek (een forensische audit) dat los stond van het onderzoek door KPMG, de commissaris van LHSP. Het auditcomité moest nagaan wat er waar was van de aantijgingen over een nepomzet in Zuid-Korea en een keten van Singaporese postbusvennootschappen. Later zou blijken dat die vennootschappen LHSP moesten helpen zijn omzet kunstmatig op te blazen.

Het auditcomité deed voor de audit een beroep op een reeks externe adviseurs. Dat waren naast het Amerikaanse Bryan Cave en Arthur Andersen ook het Belgische advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke (LCV, thans Allen & Overy). Louis Verbeke, de voorman van LCV, was gedurende jaren de huisadvocaat van LHSP en werd eerder al in verdenking gebracht in het dossier. De conclusies van de audit waren vernietigend. Er werden aanwijzingen gevonden om te stellen dat LHSP zijn commissaris KPMG om de tuin had geleid in verband met een hele reeks boekingen. Het eindrapport van Bryan Cave bevatte ook de aanbeveling disciplinair op te treden tegen de voormalige LHSP-managers Jo Lernout, Pol Hauspie, Gaston Bastiaens en Nico Willaert.

Het rapport was de aanleiding voor een crisisvergadering van de raad van bestuur. Na heftige debatten werd er uiteindelijk voor geopteerd dat de voormalige topmanagers zich ook uit de raad van bestuur zouden terugtrekken. John Duerden, de toenmalige algemeen directeur, meldde op 23 november 2000 hun ontslag. Later verdween ook hij van het toneel. Hij werd opgevolgd door Philippe Bodson.

Een jaar en drie maanden later zijn twaalf personen in verdenking gebracht, onder wie de voormalige topfiguren Jo Lernout, Pol Hauspie, Nico Willaert en Gaston Bastiaens. LVA/SV

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud