Lingerie tegen een spotprijsje

De lingeriemarkt wordt door de meeste analisten in de sector van de luxegoederen geplaatst. Deze sector heeft het sinds 11 september hard te verduren door het dalende consumentenvertrouwen en een groter kostenbewustzijn. Dit kwam bijvoorbeeld duidelijk tot uiting in de drie winstwaarschuwingen die het Franse luxehuis bij uitstek, LVMH, gaf na de aanslagen in de Verenigde Staten. Wat betekent dat voor de prognoses van lingeriefabrikant Van de Velde?

De dagen na 11 september pakten de meeste grootbanken uit met rapporten over de mogelijke gevolgen van de aanslagen op de economie, de beurs en de ondernemingen. Vele goeroes waren het erover eens dat de trend naar "cocooning" zou toenemen. In tijden van oorlog komt het overlevingsinstinct boven en worden meer kinderen geboren. In dit opzicht zou de lingeriesector misschien nog vrij goed kunnen standhouden. Dit scenario brengt ons bij lingeriefabrikant Van de Velde uit het Oost-Vlaamse Schellebelle.

De beurskoersen van de meeste aandelen gingen op 21 september hun laagste koersen van het jaar opzoeken, omdat (bijna) iedereen massaal begon te panieken. Achteraf gezien was dit het moment bij uitstek om te kopen. Bij de beursintroductie in 1997 werd Van de Velde vergeleken met een peer groep (een vergelijkbare groep bedrijven uit dezelfde sector). De koersen van deze aandelen noteerden op 21 september gemiddeld 37 procent lager in vergelijking met eind 2000. Inmiddels zijn de koersen spectaculair hersteld (+48 procent sinds de "lows" van september).

Het vergelijkingsstaal bij de IPO omvatte een negental bedrijven uit de luxesector (Bulgari, Christian Dior, Hermes, Gucci, enz_). Van de Velde werd naar de beurs gebracht aan 1.575 frank (39 euro), wat een historische koers-winstverhouding van 16,8 impliceerde in vergelijking met een gemiddelde k/w van de peers van 31,9. Vandaag de dag stellen we vast dat van de negen bedrijven uit het staal er nog slechts zes overblijven. Drie bedrijven werden overgenomen (waarvan een door LVMH en een ander door Pinault Printemps La Redoute). Twee van de drie hadden de hoogste nettowinstmarges uit de groep. De hoogste marge uit het overblijvende staal van zes wordt behaald door_ Van de Velde.

Van de Velde behoort in België samen met Melexis en Artwork Systems tot het selecte clubje van de meest rendabele Belgische ondernemingen. Van de Velde behaalde in 2000 op elke beha en slip van Marie Jo, Marie Jo L'Aventure, Marie Jo L'Exclusive of PrimaDonna een nettowinstmarge van 15,8 procent. Als je met andere woorden lingerie koopt ter waarde van 4.000 frank (100 euro), verdient Van de Velde daar netto 632 frank (15,6 euro) op. Deze marge heeft Van de Velde geleidelijk aan opgebouwd. De gerichte merkenpolitiek, de betrouwbaarheid naar klanten en winkeliers toe én de focus op de hoogste kwaliteit hebben gezorgd voor een uitstekend imago van de Van de Velde-producten. Samen met de verhuizing naar de lageloonlanden en de expansie naar de rest van Europa (vooral Duitsland en Frankrijk) leverde dit een opmerkelijk trackrecord op.

Vermits Van de Velde nog maar noteert op de Beurs van Brussel (nu Euronext) sinds de herfst van 1997, was er niet onmiddellijk een lange geschiedenis van het bedrijf beschikbaar. Dankzij de bereidwillige medewerking van financieel directeur Luc Markey hebben we de geschiedenis sinds 1980 geconstrueerd. Op de laatste analistenmeeting waren er een paar kritische vragen over hoe Van de Velde de crisis van begin de jaren negentig heeft doorstaan (Golfoorlog). CEO Lucas Laureys antwoordde dat Van de Velde daar geen echte hinder van ondervonden heeft, maar noemde geen cijfers. In 1990 steeg de omzet van Van de Velde met 40,1 procent (mede dankzij de overname van het Duitse PrimaDonna) en het jaar daarna met 16,4 procent. Sinds 1980 tot eind 2000 steeg de omzet gemiddeld met 16 procent per jaar. In 1980 bedroeg de EBIT-marge ongeveer 2 procent en waren de personeelskosten goed voor 49 procent van de bedrijfsopbrengsten. In 2000 bedroegen de personeelskosten nog "slechts" 17 procent van de omzet en de EBIT-marge kwam uit op 25 procent. De winst per aandeel steeg sinds 1980 met 37 procent per jaar en het eigen vermogen dikte met 19 procent per jaar aan (zelfs nadat in 1992 het eigen vermogen gehalveerd was door een kapitaalvermindering). Van de Velde is sterk cashgenererend, waardoor de nettocashpositie eind 2000 opgelopen was tot 822 miljoen frank (20,38 miljoen euro).

Maar in tegenstelling tot wat er in het prospectus vermeld staat over de dividendpolitiek, zal de pay-out-ratio vermoedelijk niet verhoogd worden tot 40 procent. Voorwaarde daartoe was dat er geen belangrijke groeiperspectieven meer waren. En die zijn er gelukkig nog wel. Van de Velde investeert fors in de uitbreiding van zijn logistiek apparaat. Het distributiecentrum is bijna verdubbeld en zal operationeel zijn tegen januari 2002. Het lopende investeringsprogramma moet het mogelijk maken de omzet met 50 procent te verhogen. Verder zal Van de Velde een nieuw franchiseconcept ontwikkelen in Duitsland en Frankrijk, waar het management de omzet respectievelijk wil verdubbelen en verdrievoudigen op een termijn van 5 jaar. Dit zal vermoedelijk met een 100-tal franchisewinkels worden gerealiseerd. Men denkt erover de franchisenemer deels te financieren met het verschaffen van een lening. Op die manier kan Van de Velde zijn cash beter benutten. De totale omzet zou tegen 2005 moeten verdubbelen, waarbij de marges min of meer zouden moeten behouden blijven. Dit impliceert een groei van 15 procent per jaar van omzet en winst.

Het Oost-Vlaamse bedrijf maakte begin oktober bekend dat het een optie verworven had op de aandelen van de grootste lingeriefabrikant ter wereld, het Hongkongse Top Form. Top Form maakt 50 procent van de productie van Van de Velde. Door de lage beurskoers van Top Form was een vijandige overname reëel geworden. Door dit belang te nemen, verovert Van de Velde vermoedelijk een zitje in de raad van bestuur, waardoor een vijandig bod kan worden voorkomen. Volgens de CFO heeft Van de Velde al meer dan 15 jaar een goede relatie met het management. Samen met het management heeft Van de Velde bijna 50 procent van de aandelen en daardoor zo goed als medecontrole. Van de Velde heeft het recht 21,58 procent van Top Form te kopen tegen een prijs die de nominale waarde per aandeel benadert (0,10 Hongkongse dollar). Half oktober maakte Top Form schitterende cijfers bekend over het boekjaar eindigend op 30 juni 2001. De omzet steeg met 23,9 procent en de nettowinst met 60,1 procent. Indien Van de Velde beslist voor 3 december de opties uit te oefenen, zal men deze aandelen vrij goedkoop aan de haak slaan (k/w van_ 1,7). Vermits Van de Velde dan meer dan 20 procent heeft in het bedrijf, kan het Top Form proportioneel consolideren, waardoor de winst per aandeel van Van de Velde op jaarbasis met bijna 0,5 euro zou kunnen toenemen.

Van de Velde profiteert in de huidige malaise van de zwakte van een aantal concurrenten. Door het dreigende faillissement van Lejaby (uit de Amerikaanse groep Warnaco) doen winkeliers in toenemende mate een beroep op Van de Velde. Mede hierdoor liep de voorverkoop in juli en augustus voor de collecties voor de lente van 2002 zeer goed. Voor 2002 gaan de meeste analisten uit van een winst per aandeel van 5,7 euro, waardoor Van de Velde noteert aan een prospectieve k/w van 11,1. De peers noteren tegen gemiddeld 21 keer de winst van 2002. En we denken niet dat de groeiperspectieven bij Van de Velde kleiner zijn. Ondanks de stijging van het aandeel van zijn laagste koers op 21 september van 48 euro tot rond 64 euro vandaag, blijft dit aandeel zonder meer koopwaardig.

PM

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud