Zes industrielanden goed voor 86 procent O&O-uitgaven

(tijd) - Het gros van de internationale investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) is geconcentreerd in zes industrielanden: de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Ze nemen 86 procent van de 219 miljard dollar (309 miljard euro) die de grootste duizend O&O-besteders vorig jaar uitgaven, voor hun rekening. Zes Belgische bedrijven halen de wereldtop van grootste duizend O&O-besteders.

De rangschikking is opgesteld door het Britse departement voor handel en industrie (DTI), dat elk jaar zijn 'DTI Scoreboard' voor onderzoek en ontwikkeling opstelt. De editie 2005 is de 15de. Naast een rangschikking van de grootste 750 Britse O&O-besteders maakt de DTI ook een wereldrangschikking van de duizend grootste O&O-besteders en rangschikkingen per land en per bedrijfstak. De studie is bijzonder relevant omdat ze uniforme maatstaven hanteert.

Het DTI Scorebord voor O&O wordt beschouwd als de belangrijkste informatiebron over de beste duizend bedrijven ter wereld die met O&O bezig zijn. 'De rangschikking is een vergelijkingsmiddel voor bedrijven en investeerders en biedt de overheid en de bedrijfsorganisaties de nodige informatie om hun beleid uit te stippelen', zegt de auteur van de studie, Mike Tubbs, senior industrialist van de afdeling bedrijfsfinanciering en investeringen van DTI.

De grootste zes Belgische investeerders in onderzoek en ontwikkeling besteedden vorig jaar samen 853,75 miljoen pond (1,2 miljard euro) aan O&O of 4,9 procent van hun omzet. Het gaat om Solvay, UCB, Agfa-Gevaert, Umicore, Barco en Bekaert. Een aantal Belgische bedrijven, waaronder enkele niet-beursgenoteerde, haalde niet de minimumdrempel van 22 miljoen pond (31 miljoen euro) om in de rangschikking te kunnen worden opgenomen. Andere Belgische bedrijven, zoals het farmabedrijf Janssen Pharmaceutica, haalden wel de drempel maar werden geweerd omdat zij een dochterbedrijf zijn van een buitenlandse groep.

Met zes bedrijven in de top-1000 scoort ons land niet slecht maar Denemarken met 17, Zwitserland met 22 en Zweden met 22 doen merkelijk beter. Nederland heeft 14 bedrijven in de top waaronder ook de aandelenbeurs Euronext en de vliegtuigbouwer EADS omdat zij de zetel van hun onderneming in Nederland vestigden. Finland scoort ook goed met elf, maar Noorwegen met vier en Spanje met zeven bedrijven vallen uit de toon.

Het gebrek aan voldoende grote Belgische industriële groepen blijkt uit de hoogte van de O&O-bestedingen. De zes Belgische koplopers investeren samen 853,75 miljoen pond, tegen 3,1 miljard voor de elf Finse bedrijven en 26,1 miljard pond voor de 63 Duitse bedrijven uit de top-1000. Duitsland neemt ruim een derde van de in totaal 77 miljard pond Europese O&O-investeringen voor zijn rekening. Met kleppers als Daimler-Chrysler (4 miljard pond), Siemens (3,5 miljard) en Volkswagen (2,9 miljard) die wereldwijd op respectievelijk plaats 1, 5 en 10 staan hoeft dat niet te verwonderen. Nederland komt met 14 bedrijven uit op 5,6 miljard pond dankzij Philips (1,7 miljard) en EADS (1,6 miljard). Philips besteedt alleen ruim dubbel zoveel aan O&O dan de Belgische leidende topzes samen. Het 'kleine' Zwitserland (7,5 miljard pond) presteert sterk met een zesde plaats op wereldvlak na de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en voor Nederland.

De Belgische koploper Solvay staat wereldwijd op plaats 136, maar in de chemiesector op een negende plaats. Het Duitse Bayer leidt met 1,7 miljard pond O&O-bestedingen, voor het eveneens Duitse BASF met 830 miljoen pond. UCB, wereldwijd op plaats 152, staat met 266 miljoen pond O&O-bestedingen op de 26ste plaats in de farma- en biotechsector. UCB, dat 12,3 procent van zijn omzet besteedt aan O&O nam het Britse Celltech over, dat 106 van de 266 miljoen pond voor zijn rekening neemt.

Agfa-Gevaert doet het op het vlak van O&O niet zo goed. De bestedingen zakten met 18 procent van 164 miljoen pond in 2003 naar 135 miljoen in 2004 (5,1 procent van de omzet). Het Mortselse bedrijf haalt wereldwijd plaats 279 en in zijn sector gezondheid een achtste plaats.

Het metalenbedrijf Umicore, elektronicabedrijf Barco en staaldraadproducent Bekaert staan met hun O&O-bestedingen respectievelijk op de plaatsen 486, 599 en 720. Bij Umicore (63 miljoen, 1,3% van de omzet) en Bekaert (38 miljoen, 2,5 procent van de omzet) is er een stevige toename. Barco (48 miljoen, 10,3 procent van de omzet) nam de voorbije jaren gas terug na forse O&O-investeringen van telkens ruim 70 miljoen pond in de jaren 2001 en 2002.

'De O&O-investeringen hebben een duidelijke impact op de operationele winst', beklemtoont Mike Tubbs. De Amerikaanse bedrijven uit de top-1000 gaven 7 procent meer uit aan O&O en zagen hun omzet met gemiddeld 15 procent toenemen. De Europese bedrijven spendeerden slechts 2 procent meer en hun omzet steeg met 7 procent. In Azië is Zuid-Korea de blikvanger. De O&O-uitgaven groeiden met 40 procent waardoor het land naar de achtste plaats in de wereld opklimt na Zwitserland en Nederland. Het Zuid-Koreaanse concern Hyundai verdubbelde zijn O&O-uitgaven en spendeert nu evenveel als de Franse autobouwer Peugeot, zegt Tubbs. Zuid-Korea tracht Japan en Taiwan bij te benen. China en India komen vrijwel niet voor in de top omdat de bedrijven in die landen onder de drempel van 22 miljoen pond blijven steken. Het Hongkongse Lenovo dat de pc-afdeling van IBM overnam, spendeert 25 miljoen euro aan O&O. Drie bedrijven uit het Chinese continent halen de top-1000, met Petrochina als grootste besteder (184 miljoen pond). 'Een bewijs dat China nog hoofdzakelijk een productieland is en geen innovatieland', zegt Tubbs. KB

24104629

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud