'Het zou idioot zijn niet naar KBL te kijken'

Jacques Delen. Bank Delen sponsort de kunst- en antiekbeurs Brafa. ©-

Na een klein dozijn acquisities in eigen land steekt Bank Delen haar neus nu ook over de grens.  Samen met moeder Ackermans & van Haaren kijkt de bank zelfs naar het grote KBL. Maar topman Jacques Delen blijft met de voeten op de grond. ‘We gaan geen onredelijke dingen doen.’ 

(tijd) - Sinds haar start in 1936 (als wisselagent) is Bank Delen uitgegroeid tot een van de grootste private banken van het land. Ze kan zelfs tippen aan de grootbanken. De 250 werknemers waken over een vermogen van ruim 12,6 miljard euro. ‘Afhankelijk van de cijfers die circuleren over de omvang van de markt voor private banking in België is dat goed voor een marktaandeel van 7 tot 10 procent’, zegt Jacques Delen, de voorzitter van het directiecomité van Bank Delen, in een van zijn schaarse interviews. ‘Ik was altijd erg discreet’, legt hij uit. ‘Dat maakt deel uit van het imago van de bank. We zijn liever niet te ‘blingbling’. Wie vaak in de pers komt, zien we enkele jaren later soms terug in een andere context (lacht).’ 

Bank Delen heeft over de eerste negen maanden van 2009 een sterke groei gekend. De beheerde activa stegen met 22 procent tot 12,6 miljard euro. Hoe was het vierde kwartaal?
Jacques Delen: ‘Veel kunnen we daar niet over zeggen omdat ons moederbedrijf, Ackermans & van Haaren, beursgenoteerd is. Maar de beurs is blijven stijgen en indien we een mooie toestroom van kapitaal hadden in de eerste negen maanden, laat het zich raden dat die ook goed was in het vierde kwartaal. Het vertrouwen van de mensen komt geleidelijk terug en dat cijfer van 12,6 miljard is dus verder gestegen. 2009 was in elk geval een recordjaar wat de toevertrouwde activa betreft. Het vorige record, 12,1 miljard, dateert van 2007.'

'Ik zou willen onderstrepen dat die bedragen voor bijna 100 procent van privéklanten komen. Dat is eerder een uitzondering op de Belgische markt. Privéklanten zijn trouwer dan en kwalitatief superieur aan de zogenaamde institutionele. Ze vragen ook meer inspanningen. Het is niet dat we niet houden van institutionele klanten, maar we hebben ons gespecialiseerd in privéklanten. We beheren 24.000 tot 25.000 rekeningen. Maar in aantal klantenrelaties, zeg maar families, komt dat neer op 15.000 tot 18.000. We hebben daar niet meteen een precies cijfer van. Het is ook een elastisch gegeven: het hangt af van wat je verstaat onder een familie.’

Welke redenen ziet u voor die groei, los van de betere prestatie van de beurzen?
Delen: ‘Onze goedehuisvaderaanpak. We proberen het rendement voor de portefeuilles van onze klanten te maximaliseren, maar we houden tegelijk steeds heel veel rekening met de hoeveelheid risico’s die we nemen. Op dat laatste vlak mogen we als eerder conservatief worden gezien. We hebben op de markt het imago een actieve maar voorzichtige bankier te zijn en in crisistijden trekt dat waarschijnlijk een groter deel van de bevolking aan dan gewoonlijk.’

Op de markt bestaat de indruk dat jullie geprofiteerd hebben van het feit dat sectorgenoot Petercam nu in de hoek zit waar de klappen vallen.
Delen: ‘Absoluut niet. Dat is geen motor van onze groei. Onze nieuwe klanten komen een beetje van overal, maar vooral van de grootbanken.’

Welke groeidoelstellingen heeft u na het voorbije recordjaar?
Delen: ‘Voor dit jaar mikken we er in de plannen die we opstelden voor de raad van bestuur op dat we waarschijnlijk een vergelijkbare toestroom van toevertrouwde middelen zullen hebben als in 2009, al zal het misschien wel wat minder zijn want het is moeilijk record na record te breken. Toch zullen we alles doen om het te realiseren. Maar belangrijker voor ons zijn de doelstellingen die we hebben op het vlak van kwaliteit, dienstverlening en vorming van het personeel, onder meer op het vlak van de ethiek en de waarden die we hebben. Het is uitstekend om nieuwe klanten aan te trekken, maar je mag in geen geval je bestaande klanten verwaarlozen.’

Situeren die klanten zich vooral in België? Bank Delen heeft ook vestigingen in Luxemburg en Zwitserland maar die activiteiten lijken eerder beperkt.
Delen: ‘We hebben inderdaad vooral Belgische klanten. Maar buiten België, Luxemburg en Zwitserland willen we ook actief worden in Frankrijk, een land waar de klanten cultureel het dichtst staan bij de Belgische. We zoeken al lang naar versterking in Frankrijk en hebben er al heel wat bezoeken afgelegd, maar die leidden nog niet tot conclusies. We geven er de voorkeur aan overnames, misschien voorafgegaan door een partnerschap waarna we dan toch de totale controle verwerven. Op die manier kunnen we makkelijker ons model implementeren want we denken dat dat op termijn efficiënter is.’

Hoe zou u dat model omschrijven?
Delen: ‘Eenvoud. We leggen ons toe op vermogensbeheer en doen daarbuiten weinig, bijna niets eigenlijk. Voorts is discretionair beheer (een term uit de privatebankingsector die betekent dat cliënten het beheer van hun beleggingsportefeuille overlaten aan hun bankier, red.) belangrijk voor ons. Ook verkiezen we klanten die onze goedehuisvaderaanpak appreciëren en onze filosofie onderschrijven. We zijn geen slapende goede huisvaders maar wel actieve, ambitieuze en moderne goede huisvaders die een graantje willen meepikken van de economische groei door actief te investeren in bedrijven en hun aandelen en obligaties. Dat doen we echter voorzichtig. De bank wordt voorzichtig bestuurd. Op dezelfde manier beheren we de portefeuilles van onze klanten. Dat levert het beste rendement op. Klanten die zich over het algemeen voorzichtig opstellen zijn trouwens meestal betere klanten dan zij die het onderste uit de kan willen.’

Heeft u nu nog doelwitten voor ogen in Frankrijk?
Delen: ‘Enkele jaren geleden hebben we er enkele geïdentificeerd en vorig jaar hebben we de oefening opnieuw gemaakt. Toen hebben we er een aantal bepaald, waarvan we er intussen een paar schrapten. Er blijven dus nog dossiers over en er zijn gesprekken aan de gang. Maar het is niet gemakkelijk. Het is immers niet alleen een kwestie van haalbaarheid en rendabiliteit van het bedrijf waarop we ons oog lieten vallen, maar ook speelt de vraag of de tegenpartij er mee instemt dat we ons model invoeren en of we een herstructurering kunnen doorvoeren omdat dat bij sommige erg nodig is.’

Bent u gehaast?
Delen: ‘Er is geen haast. We nemen alle tijd die nodig is. Alle overnames die we al deden – en dat zijn er toch al een tiental – gebeurden altijd met voorafgaandelijke instemming van het management en in goede verstandhouding. We hebben nooit een bedrijf gekocht gewoon maar om marktaandeel te winnen. Steeds kwamen we maar in actie wanneer we overeenstemming bereikten met degenen die zin hadden om zich bij ons aan te sluiten. Daarom is nog geen enkele aankoop echt mislukt omdat er steeds een lange verloving was voor we in het huwelijksbootje stapten.’

Kijkt u buiten Frankrijk nog naar andere landen?
Delen: ‘Het is niet uitgesloten dat als er zich in een ander land een overnamemogelijkheid voordoet, we die ook grijpen. In België spreekt dat voor zich. En indien er overnames te doen zijn in Luxemburg en Zwitserland? Waarom niet? Zelfs Nederland behoort tot de mogelijkheden. We hebben al geregeld naar die markt gekeken maar die is wat moeilijker.’

Jullie werden samen met Ackermans & van Haaren genoemd als geïnteresseerde partijen voor de overname van KBL, de privatebankingtak van KBC. Maar dat is een erg grote vis. Gaan jullie voor het geheel of eerder voor onderdelen zoals Puilaetco Dewaay in België of KBL Richelieu Banque Privée in Frankrijk?
Delen: ‘Als je, zoals wij, actief bent in de sector van de private banking en een geschiedenis van overnames hebt, zou het  niet erg verstandig en zelfs idioot zijn om niet naar het KBL-dossier te kijken. We zijn niet alleen voor onze klanten goede huisvaders, ook voor de bank zelf is dat het geval. Door die filosofie zijn we de crisis zonder kleerscheuren doorgekomen. Indien we zo’n groot dossier bekijken houden we steeds voor ogen dat we trouw moeten blijven aan onze goede traditie van voorzichtige beheerder en met beide voeten op de grond moeten blijven. We gaan zeker geen dingen doen die onze mogelijkheden overstijgen of onredelijk zijn. We houden uiteraard rekening met de graad van complexiteit en financiering die nodig is. Misschien schakelen we wel nog een partner in.’

Een derde partij dus?
Delen: ‘Dat is niet uitgesloten. Maar eigenlijk is het te vroeg om daarover te praten. Je weet nooit hoe zo’n dossier kan evolueren. Als er interessante delen zitten in het pakket kan je beter deel uitmaken van het dossier. Zeker met ons verleden. We hebben toch al aangetoond dat we goed overnames kunnen integreren en rendabiliseren en hebben nog steeds de ambitie zowel organisch als via overnames te groeien. Of we overnames kunnen doen, zal overigens mee bepalen of we dit jaar een serieuze rekruteringscampagne gaan opzetten. Indien niet, komt er waarschijnlijk zo’n campagne. Het momentum is immers goed voor de bank en daar moeten we gebruik van maken. Het staat vast dat we moeten investeren in de toekomst en personeelsleden vormen de toekomst van een onderneming.’

Hoor ik u tussen de lijnen zeggen dat u toch vooral geïnteresseerd bent in stukken van KBL?
Delen: ‘Dat is een optie maar ik denk dat zo’n positie niet realistisch is.’

Niet alleen KBL staat te koop. Er is heel wat beweging op de markt.
Delen: ‘Inderdaad. Dat heeft uiteraard te maken met de crisis. In slechte tijden worden de kaarten herschud. Ook in het crisisjaar 2002 kwamen er dossiers op de markt. Banken die zich voorzichtig opstellen en traditioneel blijven bankieren komen makkelijker door zo’n moeilijke periodes. Zij krijgen dan kansen om overnames te doen die anders misschien niet mogelijk zouden zijn.'

'Indien alle bankiers, niet alleen private bankiers, zich enkel maar hadden bezig gehouden met hun basismetier  - het ophalen van spaargeld om het aan andere klanten te lenen – was de crisis waarschijnlijk vermeden. Maar onder druk van de markten, de analisten en andere economische actoren moest er altijd meer winst zijn en meer rendement op het eigen vermogen. Dat leidde tot het nemen van meer risico’s. Waarschijnlijk omdat het basismetier niet genoeg opbracht en onvoldoende snel winst genereerde, zijn banken elkaar voor de voeten beginnen te lopen om het beter, sneller en spectaculairder te doen. Ook voor de politici zat er iets in: met hetzelfde eigen vermogen tweemaal meer krediet kunnen verschaffen zette de turbo op de economische groei.’

Bankiers hebben dus te veel risico’s genomen?
Delen: ‘Ja, maar natuurlijk niet allemaal. Ik beschouw mezelf niet als een echte bankier. Wij zijn eerder vermogensbeheerders. Bank Delen verschaft wel kredieten maar weinig, slechts een vijfde van ons eigen vermogen. Bij andere banken was dat 30 of 40 maal het eigen vermogen. Onze zusterbank, Bank J. Van Breda & Co., is een echte bank maar ook een die bij het basismetier bleef. Ze zijn niet gezwicht voor de verleiding om met hun balans zoveel mogelijk te verdienen. De verkopers van CDO’s zijn ook bij ons gepasseerd. Maar het is geen toeval dat wij er geen hebben.’

De crisis leidt tot heel wat wijzigingen van de regelgeving, om een herhaling te voorkomen. Pleit u ook voor dergelijke wijzigingen?   
Delen: ‘Ik pleit voor banken die op lange termijn gezond zijn en die op recurrente manier geld verdienen en niet voor banken die in tijden van hoogconjunctuur fortuinen verdienen en daarna moeten worden gered. Natuurlijk moeten alle banken dezelfde regels volgen, wat in een internationale context erg ingewikkeld is. Indien de ene bank de regels netjes volgt en de andere niet ontstaat er een scheeftrekking van de concurrentie. Met de genationaliseerde of bijna genationaliseerde banken hebben we overigens al zo’n valse concurrentie, zeker ook in België. De vier grote banken in ons land, die het leeuwendeel van de markt in handen hebben, werden allemaal op een of andere manier ondersteund door de staat. Ook de grootste (BNP Paribas Fortis, red.), ook al werd die later overgenomen. Die bank staat nu sterk met haar sterke aandeelhouder. Dat verstoort het evenwicht op de markt.’

Wat valt er te beginnen tegen die marktverstoring?
Delen: ‘Niet veel. Het gewicht van de grote banken bij ons is zo groot dat als je ze zou aanvallen, ze verzwakt kunnen geraken en dat is niet goed voor de economie. De kleine spelers zijn duidelijk het slachtoffer van de omvang van de grote. In feite kan dat niet, maar het is een situatie die men moet ondergaan. In plaats van vier grote banken en 50 kleine, zouden we beter 20 even grote banken hebben. Dat zou misschien gezonder zijn. De Amerikaanse president Barack Obama wil trouwens in die richting gaan. Maar als het binnen enkele jaren weer beter gaat met de sector en de economie, zal er niemand meer zijn die zich nog zorgen maakt over de maat van een bank. Dan zijn er weer andere prioriteiten.’

Moet Europa Obama volgen in zijn streven om de banken te verkleinen?
Delen: ‘Het is niet aanvaardbaar om te zeggen dat een bank ‘too big to fail’ is. Dat is een blanco cheque om stommiteiten te begaan. We moeten dus gaan naar kleinere banken en banken die bepaalde metiers niet meer uitoefenen. Maar om dat er door te krijgen moet je een absoluut machtige lobby aanvallen. Wat Obama doet is bemoedigend, al is het een stap terug in de tijd.’

In België is in de nasleep van de crisis besloten een bankenbelasting op te leggen die ook de kleinere banken treft. Nochtans liggen zij meestal niet aan de basis van de crisis. Wat vindt u daarvan?
Delen: ‘Voor kleine banken is die maatregel absoluut nadelig en totaal onaanvaardbaar. Zij verdienen die belasting niet. Maar ik heb begrip voor het feit dat er vorig jaar knopen dienden te worden doorgehakt bij de opmaak van de begroting en dat er toen onvoldoende tijd was om alles grondig door te spreken met de sector. Maar we hebben nu wat tijd om met een oplossing te komen en we hopen dat minister van Financiën Didier Reynders een luisterend oor heeft. Het is echter bijzonder ingewikkeld om een compromis te bereiken tussen grote en kleine banken. Indien het eenvoudig was, hadden we al een regeling gevonden. Er zal veel verbeelding nodig zijn om tot een betere verdeling te komen tussen grote en kleine banken. Maar ik heb hoop. De grote banken zijn zich alleszins bewust van het probleem.’

U bent zelf 60 jaar en de tweede generatie bij Bank Delen. Uw kinderen werken ook bij de bank. Staat de derde generatie klaar om het roer over te nemen?
Delen: ‘Ik werk 36 jaar voor de bank. Je moet nu zeker 40 jaar werken om met pensioen te kunnen gaan? (lacht) Het is goed dat mijn kinderen er zijn zodat we onze waarden en ethiek kunnen blijven overdragen, maar het is niet zo dat zij automatisch de leiding zullen overnemen. Het zou natuurlijk wel mooi zijn, maar het gebeurt maar als ze er zin in hebben en als ze er voldoende competent voor zijn.’

Bert Broens

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud