'Wij geloofden in Lernout & Hauspie en in de spraaktechnologie van het bedrijf'

'Wij hebben op geen enkele manier meegewerkt aan het creëren van valse omzet bij Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP). We geloofden in het bedrijf en zijn technologie en hebben er geregeld kredieten aan verschaft, maar verder ging onze relatie niet. Dat we nu in verband worden gebracht met fraude, vinden we bijzonder onrechtvaardig.' Dat zeggen Stefaan Decraene en Ann De Roeck, respectievelijk de directievoorzitter en secretaris-generaal van Dexia Bank. De bank moet zich volgend jaar samen met een twintigtal andere partijen voor de strafrechter verantwoorden voor haar mogelijke aandeel in de fraude bij LHSP.

Dexia erfde het dossier-LHSP na de overname in 2001 van Artesia. Die bank was op haar beurt het resultaat van een fusie tussen Paribas Bank België en Bacob. Vooral Paribas kende destijds nogal wat kredieten toe aan LHSP. 'Er werden 95 kredietbeslissingen genomen', herinnert Decraene, afkomstig van Artesia, zich. Op het ogenblik van het faillissement van LHSP in 2001, had Artesia een blootstelling van 97 miljoen euro op de LHSP-groep. Die werd voor 89 miljoen geprovisioneerd.

Artesia kende niet alleen leningen toe aan LHSP zelf, maar ook aan de voorlopers van de zogenaamde LDC's (language development companies). Deze bedrijven kochten licenties op LHSP-technologie om er ontwikkelingen mee te doen in allerlei talen. Concreet ging het om Dictation Consortium, LIC en Radial.

De LDC's staan centraal in het gerechtelijk onderzoek naar de fraude bij LHSP. Volgens de speurders dienden ze om de omzet van LHSP kunstmatig de hoogte in te drijven. Uit het ontwerp van eindvordering van het parket blijkt dat LHSP eind de jaren 90 voor meer dan 166 miljoen euro valse omzet creëerde.

Mededaderschap

Dexia werd in 2003 in het dossier in verdenking gesteld van mededaderschap aan onder meer de vervalsing van de jaarrekening bij LHSP. In zijn ontwerp van eindvordering is het parket niet mals voor de bank. Het parket stelt bijvoorbeeld dat Artesia 'de noodzakelijke hulp heeft verleend bij de totstandkoming van de valse omzet'.

Dat is volgens de bank totaal uit de lucht gegrepen. 'Alle kredieten die we toekenden aan LHSP werden goedgekeurd door de kredietcomités', stelt Decraene. 'We bekeken de jaarrekeningen en het businessplan en raadpleegden spe- cialisten en adviseurs van LHSP. Een van de geraadpleegde specialisten was wijlen professor Van Overstraete van IMEC. Die had een rapport geschreven over spraaktechnologie, waarin hij tot de conclusie kwam dat die technologie veel potentieel had.'

'Bovendien was er niets mis met het businessmodel van de LDC's', vult De Roeck aan. 'Die bedrijven gingen ontwikkelingen doen in talen die gesproken worden door honderden miljoenen mensen. Vandaag is Nuance, het Amerikaanse bedrijf dat veel activa heeft overgenomen van LHSP, ook met die talen aan het werken. De LDC's genereerden bovendien reële inkomsten. Als zou blijken dat LHSP die inkomsten niet correct boekte, is dat de zaak van het bedrijf en niet van de bank. Wij hebben er op geen enkele manier aan meegewerkt.'

Overigens heeft Dexia nog geen concrete bewijzen van valse omzet aangetroffen in het gerechtelijk dossier. De Roeck: 'We bestuderen de dozen met documenten. Het gaat om 440 dozen.'

Lening

Het gerecht viseert vooral een lening van 20 miljoen dollar van Artesia aan het voormalige management van LHSP: Jo Lernout, Pol Hauspie en Nico Willaert. 'De bank wist dat het saldo van die lening zou worden aangewend om aan diverse LDC's de middelen te verschaffen om licentievergoedingen te betalen aan LHSP', staat te lezen in het ontwerp van eindvordering.

'We wisten dat de managers het geld wilden aanwenden om hun LDC-concept verder uit te bouwen', zegt De Roeck. 'Maar daar hield het bij op. Wat ze er concreet mee gingen doen en welke LDC's ze precies middelen zouden verschaffen, was niet onze zaak maar die van Lernout, Hauspie en Willaert. Wij waren er wel van overtuigd dat het LDC-model zinvol was.'

Merkwaardig is dat Artesia voor de leningen die dienden om een aantal LDC's op te richten, werkte met zogenaamde credit default swaps (CDS). Een CDS is een financieel product waarbij een bank haar risico op een krediet doorverkoopt aan een derde partij. Artesia schoof het risico door aan Lernout, Hauspie en Willaert. Het is hoogst ongebruikelijk dat een bank een CDS verkoopt aan particulieren.

'We stelden hen eerst een klassieke borgstelling voor, maar kregen tot onze verbazing te horen dat dit niet langer paste in hun businessmodel', stelt De Roeck. 'Dus stelde Artesia een CDS voor, wat Artesia zou verzekeren van de persoonlijke betrokkenheid van het management. We beseften immers dat de leefbaarheid van de LDC's afhankelijk was van het voortbestaan van de basistechnologie van LHSP.'

Vermogend

'Werken met een CDS was misschien niet gebruikelijk in het geval van particulieren, maar u mag niet vergeten dat Lernout, Hauspie en Willaert toen erg vermogend waren. Op papier waren het multimiljonairs', weet De Roeck.

Een ander opmerkelijk krediet is dat aan de voormalige algemeen directeur van LHSP, Gaston Bastiaens, voor een bedrag van 25 miljoen dollar. Hij kocht daarmee LHSP-aandelen die afkomstig waren uit de L&H Holding. In die holding hadden Lernout, Hauspie en een reeks bevriende partijen hun LHSP-aandelen ondergebracht.

Banque Artesia Nederland (BAN) werd betrokken in de operatie en maakte bezwaren. Ze stelde dat ook de andere bestuurders van L&H Holding moesten tekenen om de aandelen uit de holding te halen. Toch besliste Artesia met de transactie door te gaan. Hoe kon dat gebeuren? Decraene: 'Daar kan ik vandaag niet op ingaan omdat we bezig zijn met de verkoop van BAN. Ik wil er echter wel op wijzen dat de lening aan Bastiaens geen essentieel onderdeel van het gerechtelijk dossier uitmaakt.'

Dexia heeft volgens het gerecht meegewerkt aan de koersmanipulatie van het aandeel LHSP. Ook dat ontkent de bank. 'Wij hadden op een gegeven moment een belang van 0,7 procent in LHSP opgebouwd via de uitoefening van warrants. De helft daarvan hebben we verkocht met een meerwaarde van 12,5 miljoen euro. De andere helft hebben we altijd bijgehouden. Denkt u nu echt dat we, indien we de koers manipuleerden, hadden verkocht voor de echt grote hausse van de koers van het aandeel plaatsvond, en dat we bovendien nog eens een aanzienlijk pakket hadden bijgehouden?, beweert Decraene

Dading

Dexia moet zich volgend jaar samen met ongeveer 20 andere partijen verantwoorden voor de strafrechter voor zijn mogelijke aandeel in de fraude. Maar de bank heeft nog andere katten te geselen in het dossier. Zowel in België als in de VS werden civiele procedures tegen de bank ingeleid.

In de VS gaat binnenkort een 'class action suit', een collectieve procedure van gedupeerde Nasdaq-beleggers in LHSP, van start. Dexia trachtte een 'motion to dismiss' te bekomen, maar beet tot twee keer toe in het zand. Indien Dexia veroordeeld wordt, kan dat een fikse financiële aderlating betekenen voor de bank.

Andere partijen, waaronder KPMG en de voormalige bestuurders van LHSP, sloten een dading in de Amerikaanse 'class action suit'. Waarom deed Dexia dat niet? 'Omdat we onschuldig zijn en we ervan overtuigd zijn dat we dat zullen bewijzen. Precies om die reden hebben we ook geen provisies aangelegd voor het betalen van schadeclaims', onderstreept Decraene

Korea

Dexia stelt zich de nodige vragen bij de manier waarop het Belgische gerecht zijn werk heeft gedaan in het dossier. De bank vindt het erg vreemd dat er volgend jaar enkel Belgische partijen op de beklaagdenbank zitten, 'terwijl er bijvoorbeeld duidelijk een en ander is misgelopen in Zuid-Korea', zegt Decraene. 'Ik zie ook geen enkele naam van een buitenlandse aandeelhouder van de LDC's op de lijst staan, terwijl die LDC's centraal staan in het gerechtelijk onderzoek. Als zij werden opgericht met als doel de omzet van LHSP kunstmatig op te smukken, waarom moeten hun aandeelhouders zich daar dan niet voor verantwoorden?'

Dexia vindt het ongehoord dat het ontwerp van dagvaarding is uitgelekt in de pers. 'Strikt juridisch bestaat een ontwerpdagvaarding trouwens niet. We vragen ons af waarom we dit document kregen terwijl de eigenlijke dagvaarding er nog moet komen.'

Dexia heeft er alles aan gedaan om het gerechtelijk onderzoek zo veel mogelijk te vertragen, hoewel de bank dat anders ziet.

Allereerst beweerde de bank een bevoorrecht schuldeiser te zijn in het faillissement van LHSP. Zij claimde het handelsfonds van LHSP in pand te hebben gekregen bij een krediet van ruim 400 miljoen dollar dat zij samen met vier andere banken aan LHSP had toegekend voor de overname van Dexia. De bank kreeg zowel in eerste aanleg als in beroep ongelijk. Pas enkele maanden geleden besliste Dexia niet naar het Hof van Cassatie te trekken.

Eerlijk proces

Dexia trachtte ook de aanstelling van onderzoeksrechter Henri Heimans ongedaan te maken. Volgens de bank waren er bij zijn aanstelling procedurefouten gemaakt. Indien Dexia gelijk had gekregen, waren alle onderzoeksdaden in het dossier sinds 2002, dus ook de inverdenkingstelling van Dexia, nietig verklaard geweest. Maar ook hier trok Dexia aan het kortste eind.

'We hebben dit niet gedaan om het onderzoek te vertragen', onderstreept De Roeck. 'Het is echter onze plicht ten aanzien van onze aandeelhouders om in alle omstandigheden onze rechten te doen gelden.'

'We hopen op een eerlijk proces', besluit Decraene. 'Niet enkel voor ons, maar voor alle betrokken partijen.'

Luc VAN AELST

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud