Advertentie

Picanol trekt streep onder zaak-Coene

Picanol, zijn ex-topman Jan Coene en de fiscus hebben een akoord bereikt over de terugbetaling van de laatste som geld die Coene nog aan de Ieperse weefgetouwenproducent schuldig is. De nog verschuldigde 3,6 miljoen euro zal zoals voorzien tegen 31 oktober 2007 op de rekening van Picanol staan. Daarmee komt een einde aan een netelig dossier dat al sinds het najaar van 2004 aansleept.

(tijd) In oktober 2004 raakte bekend dat toenmalig gedelegeerd bestuurder Coene in de jaren ervoor buitensporige lonen en premies ontving. Picanol betaalde onder andere in 2002 een brutopremie van 6,4 miljoen euro uit die door Coene diende terugbetaald te worden. Het nettobedrag ervan, 2,9 miljoen euro, kwam ondertussen al bij Picanol terecht. De resterende 3,6 miljoen euro betreffen bedrijfsvoorheffingen op de premie en die stonden geblokkeerd bij de fiscus. In de loop van maart 2007 besliste de fiscus echter om het bedrag terug te storten aan Coene, die het op zijn beurt zal doorstorten aan Picanol.

Die vordering werd reeds in 2004 als inkomst geboekt zodat de financiële impact in 2007 nihil is. Extra element in het hele verhaal is dat de 6,4 miljoen euro in 2002 als aftrekbare kosten werd geboekt maar die situatie wordt nu teruggedraaid door de fiscus. Dat betekent een bijkomende fiscale kost van 0,64 miljoen euro in 2007.

Het hele dossier kwam aan het rollen in oktober 2004. Behalve de riante vergoedingen aan Coene was er meer aan de hand. Zowel Coene als de familiale meerderheidsaandeelhouders met bestuursfunctie (Emmanuel Steverlynck en zonen Patrick en Yves en Michel) zouden privékosten afgewenteld hebben op het bedrijf. In totaal ging het over 2 miljoen euro, die ondertussen terugbetaald zijn. De familiale minderheidsaandeelhouders, vertegenwoordigd door familielid Paul Vandekerckhove, namen Deminor bij de hand en gingen een maandenlange strijd aan. De voorzitterspositie van Patrick Steverlynck was onhoudbaar en hij deed noodgedwongen een stap opzij.

In het voorjaar van 2006 troffen de twee familietakken een minnelijke schikking. Volgens die regeling betaalde Picanol de minderheidsaandeelhouders 1,2 miljoen euro voor de juridische kosten die ze opliepen en beide familietakken kregen met Vandekerckhove en Patrick Steverlynck een zetel in de Raad van Bestuur. Vooral de benoeming van deze laatste deed bij velen de wenkbrauwen fronsen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud