Grondwettelijk Hof schorst vrij reproduceren muziekpartituren in onderwijs

Het Grondwettelijk Hof schorst een bepaling uit de auteurswet die scholen vrijstelde auteursrechten te betalen voor losse kopieën van muziekpartituren. De aanpassing van de wet werd eind vorig jaar goedgekeurd en kwam er onder impuls van minister van Ondernemen Vincent Van Quickenborne. Verschillende verenigingen, waaronder auteursrechtenmaatschappij SEMU, waren niet te spreken over de bepaling en vochten die aan bij het Grondwettelijk Hof, dat hen donderdag gelijk gaf

(belga) - De vorige auteurswet maakte een onderscheid tussen enerzijds de reproductie van artikelen en van werken van beeldende kunst enerzijds en anderzijds de reproductie van andere werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd.

De werken uit die eerste categorie konden, zonder dat de auteur zich kon verzetten, integraal worden gereproduceerd "ter illustratie bij het onderwijs". Voor de tweede groep, waar ook bladmuziek onder valt, was dat slechts mogelijk voor zover het om "korte fragmenten" ging.

Volgens Van Quickenborne heerste er voor het onderwijs grote onduidelijkheid over het gebruik van kopieën van partituren. Korte fragmenten van muziekstukken mochten worden gekopieerd, maar SEMU interpreteerde dat volgens hem zeer restrictief (niet meer dan één of twee notenbalken), waardoor de rekening voor scholen en ouders al te vaak hoog opliep.

Daarom kwam er via de wet houdende diverse bepalingen een wetswijziging, waardoor de integrale reproductie van bladmuziek, ter illustratie bij het onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, toegestaan werd.

De aanpassing werd niet op applaus gehaald door de verenigingen van muziekuitgevers en auteursrechten. Zij vreesden dat dit de doodsteek zou betekenen voor een rist uitgeverijen en trokken naar het Grondwettelijk Hof, met een verzoek tot schorsing van de maatregel.

Dat deed het Hof donderdag ook. Het merkt op dat er door de wijziging een verschil in behandeling is ontstaan dat niet redelijk te verantwoorden is tussen auteurs en uitgevers van enerzijds bladmuziek en anderzijds vergelijkbare werken die op grafische of soortgelijke drager, bijvoorbeeld in boeken, zijn vastgelegd.

Het wijst erop dat er voor de wetswijziging ook een verschil in behandeling bestond, maar voegt er aan toe dat, "terwijl de integrale reproductie van werken van beeldende kunst (...) de normale exploitatie van die werken niet in het gedrang brengt, dat wel het geval lijkt te kunnen zijn voor de integrale reproductie van bladmuziek, die doorgaans wordt uitgegeven op bladen of in de vorm van een brochure of een boek en heel eenvoudig kan worden gereproduceerd".

Het Grondwettelijk Hof achtte het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van de eisers ook afdoende aangetoond.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud