Advertentie

'Ik wil een BIPT met visie'

(tijd) - De federale regering heeft gisteren drie wetten aangepast om het BIPT, de regulator voor de telecomsector, een heel stuk slagkrachtiger te maken. Maar dat is volgens Vincent Van Quickenborne (Open VLD), de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, niet voldoende. Hij wil ‘visie’ gebruiken als criterium bij de selectie van de nieuwe BIPT-top. Voorts poogt hij volop meer concurrenten te doen aantreden op de telecommarkt, onder meer door een rits nieuwe mobiele licenties ter beschikking te stellen.

Wat houden de wetswijzigingen in?
Vincent Van Quickenborne: ‘We hebben in feite drie wetten aangepast: de wet op het BIPT uit 2003, de telecomwet van 2005 en het reglement rond betwistingen tussen telecomoperatoren. De veranderingen van de BIPT-wet moeten ertoe leiden dat het BIPT sneller en slagkrachtiger kan optreden. Bij het wijzigen van de telecomwet is de filosofie dat we bevoegdheden die nu bij de regering liggen, willen teruggeven aan het BIPT. Voorts worden een aantal administratieve vereenvoudigingen doorgevoerd. De aanpassingen gaan nu naar de Raad van State en in het voorjaar van 2009 gaan we ermee naar het parlement.’

Kan u voorbeelden geven van wijzigingen?
Van Quickenborne: ‘Wat de BIPT-wet betreft geven we de regulator de mogelijkheid om bepaalde beslissingen die worden vernietigd door het Hof van Beroep omwille van een slechte motivering, toch te bevestigen maar dan met een goede motivering. Dat zorgt ervoor dat je eigenlijk retroactiviteit krijgt in de beslissingen van het BIPT. Voorts was er het probleem dat het BIPT nu een inbreuk vaststelt, dat meldt aan een operator en die operator de tijd geeft om zich in regel te stellen, wat maakt dat het lang duurt vooraleer het BIPT effectief kan optreden en beboeten. De nieuwe regeling houdt in dat het BIPT meteen een boete kan opleggen bij het vaststellen van een inbreuk. Ook zijn er vandaag twee plafonds voor boetes: 5 procent van de omzet en 12,5 miljoen euro. Dat laatste plafond wordt afgeschaft. In de toekomst kunnen boetes dus groter worden dan dat. Voorts heeft het BIPT de mogelijkheid om voorlopige maatregelen op te leggen. De periode daarvoor wordt verdubbeld naar vier maanden. Ten slotte is er nog een punt inzake de vertrouwelijkheid van informatie. Vandaag is het zo dat, wanneer er betwistingen zijn tussen een operator en het BIPT, informatie vertrouwelijk kan worden gehouden. We willen dat het BIPT kan beslissen bepaalde informatie toch publiek te maken, bij een consultatie van de markt. Dat leidt tot meer transparantie en moet het mogelijk maken voor het BIPT om zijn beslissingen beter te motiveren.’


‘De tweede wet die we wijzigen is de telecomwet. Hier willen we het BIPT bijvoorbeeld de mogelijkheid geven om in exceptionele situaties nieuwe remedies op te leggen. Nu is het de regering die krachtens de wet moet optreden maar wij vinden dat het de regulator moet zijn. Ook is het budget van het BIPT niet transparant. Het moet niet worden voorgelegd, noch aan het parlement noch aan derden. We hebben beslist het budget publiek te maken. Bovendien is er op dit ogenblik rechtsonzekerheid over de vraag of het BIPT de bevoegdheid heeft om op elk moment tussenbeide te komen in dossiers rond de openstelling van het Belgacom-net voor andere spelers. Sommigen denken dat dat maar eenmaal per jaar kan, maar wij zeggen dat dat altijd kan. Daarover is een zaak hangende voor het Hof van Beroep. Daar maken we dus komaf mee. Ten slotte zijn er een aantal beslissingen van administratieve vereenvoudiging, op vraag van de operatoren. Bijvoorbeeld factuurdetails voor businessklanten. Nu is er één enkele regeling voor de inhoud van facturen voor particulieren en bedrijven. Voor de businessmarkt gaan we de vrijheid geven aan de contractuele partijen om zelf de vorm te bepalen die die facturen krijgen. Voor de consument blijft alles bij het oude.’

‘De derde wet die verandert handelt over geschillen tussen operatoren. Hier bepalen we dat alle regels van het gerechtelijk wetboek gelden. Daar was ook rechtsonzekerheid over. Voorts bepalen we dat beroep tegen de Raad voor de Mededinging ten allen tijde moet gebeuren voor het Hof van Beroep.’

Waarom waren de veranderingen nodig?
Van Quickenborne: ‘Het uitgangspunt is dat we van overal, zeker van Europa, de kritiek krijgen dat onze reglementering niet genoeg macht geeft aan het BIPT om op te treden. Toch hebben we de voorbije maanden gezien dat de regulator hier en daar wat strenger is opgetreden. Maar eigenlijk zitten er te veel lacunes en onduidelijkheden in de wetgeving. Het BIPT moet nu strijden met een bot mes. Precies omwille van die lacunes en onduidelijkheden worden veel besluiten van het BIPT aangevochten. Voor het Hof van Beroep zijn meer dan 60 zaken hangende tegen beslissingen van het BIPT. Om al die redenen besloten we het wettelijk kader aan te passen zodat het BIPT meer bevoegdheden krijgt en tegelijk de rechtszekerheid voor de operatoren vergroot. We hebben daarbij gekeken naar regulatoren in landen als Frankrijk en Nederland en het BIPT daarop afgestemd.’

Zal dit nu leiden tot een BIPT dat vaker zijn tanden zal tonen en sneller boetes zal opleggen? De boete van 3,1 miljoen die Belgacom in de zomer kreeg was eigenlijk de eerste echte in 14 jaar BIPT.
Van Quickenborne: ‘De boete was inderdaad een primeur die bewijst dat we ons niet meer neerleggen bij operatoren die voortdurend excuses zoeken. Ik denk in dat verband aan een ander dossier, dat van de openstelling van het Belgacom-net voor andere spelers. Die openstelling verloopt te traag in België. Alternatieve operatoren riepen daarvoor eerst de kostprijs in voor het gebruik van het Belgacom-net, maar de tarieven zijn intussen vrij goedkoop geworden. Ik denk dan ook vooral aan de praktische hindernissen die er zijn om tot die ontbundeling te komen. Het nieuwe instrumentarium zal ons in staat stellen om op het ogenblik dat we een inbreuk vaststellen van een operator, bijvoorbeeld de onwil om sneller te ontbundelen, effectief kunnen optreden. Dat betekent niet dat we het BIPT iedere week een boete zullen zien uitschrijven, maar wel dat de operatoren meer op hun hoede zullen moeten zijn en zich zullen moeten schikken naar de regels zoals ze zijn. België heeft een vrij slecht imago op dat vlak. Als er inbreuken zijn gaat de betrokken partij nu vaak vrijuit en als er dan toch opgetreden wordt, trekken ze naar het Hof van Beroep. Die cultuur, waarbij men voortdurend alles in vraag stelt, moet stoppen.’

Misschien is er nog wel meer nodig om het BIPT slagkrachtiger te maken? We zitten net op het moment dat de vierkoppige raad van het BIPT, zeg maar de leiding, moet worden vernieuwd. Gaat daarbij de oude demon van de politieke benoemingen niet opnieuw opduiken?
Van Quickenborne: ‘Ik ga het anders aanpakken. Voor het einde van het jaar gaan we de openstelling van de kandidaturen in het Staatsblad publiceren. Ik heb voorts afgesproken met premier Leterme om een onafhankelijke jury samen te stellen. Die gaat alle kandidaten screenen en een lijst opstellen. Dan zal het aan de regering zijn om daaruit een selectie te maken. Er zullen dus geen beslissingen van tevoren genomen worden over bepaalde kandidaten. Punt aan de lijn. Ik wil overigens dat het BIPT een collegialer orgaan wordt. Ik heb in het verleden vastgesteld dat de regulator meer de optelsom was van vier mensen die beslissingen namen en te weinig een collegiale groep. Ik wil ook een BIPT dat een visie heeft op waar men naartoe wil. Die visie moet er een zijn zoals die in vele Europese landen intussen ingang heeft gevonden: het creëren van een open markt, waar actief gezocht wordt naar nieuwe investeringen, gestreefd wordt naar transparantie, waar iedereen op gelijke voet behandeld wordt en elke schijn van partijdigheid weg is. Dat is de opdracht van het nieuwe BIPT. Wie zich kandidaat stelt voor de functie moet aan dat profiel beantwoorden.’

Er is in het verleden al herhaaldelijk voor gepleit om de structuur van het BIPT te wijzigen en boven een directiecomité een raad van bestuur te plaatsen met vertegenwoordigers van de gemeenschappen. Op die manier kan je de toch stroeve procedures die afgesproken zijn tussen de federale overheid en de gemeenschappen, in een samenwerkingsakkoord, over telecom- en mediamateries omzeilen.
Van Quickenborne: ‘Daar is aan gedacht maar ik wil het samenwerkingsakkoord alle kansen geven. Het nu in vraag stellen lijkt me niet echt verstandig te zijn. Dat zou leiden tot nog meer immobilisme. We hebben ook geen tijd. We moeten vooral tijd inhalen. Tot nu toe hebben we trouwens vrij goede ervaringen met de gesprekken met de gemeenschappen. Ik heb overigens vastgesteld dat het BIPT in zijn huidige structuur wel kan werken, maar dan moet er bij de vier mensen die de nieuwe raad van het BIPT zullen bestaffen bereidheid zijn om samen te werken en dan moet er een ploegsfeer zijn.’

Maar soms loopt het toch niet goed tussen de federale overheid en de gemeenschappen, bijvoorbeeld rond het digitale dividend, de etherruimte die ontstaat door het uitschakelen van de analoge tv-uitzendingen. Vlaanderen en de federale regering twisten over de besteding van dat dividend en er is een bevoegdheidsconflict.
Van Quickenborne: ‘Het is de bedoeling dat alles in der minne te regelen. De gesprekken daarover worden opgestart. We gaan proberen een tussenweg te vinden door het digitale dividend zowel te gebruiken voor digitale tv als voor mobiel dataverkeer.’

Hoe passen de veranderingen van vandaag in uw globale strategie voor de telecommarkt?
Van Quickenborne: ‘We willen de concurrentie opdrijven door meer infrastructuur te doen ontstaan. Een eerste middel is de vierde UMTS-licentie. Telenet heeft daar het vuur aan de lont gestoken. Maar intussen is het zo dat er meerdere geïnteresseerden zijn voor die vierde licentie. Dat kan ik u sinds kort bevestigen en het is geen truc die ik gebruik om Telenet op te jagen.’

‘Waar we ook voortgang mee willen boeken is WiMAX (een technologie voor draadloos dataverkeer die vergelijkbaar is met WiFi, maar meer mogelijkheden biedt, red.). In de 3,5 gigahertz band gaan we volgend voorjaar vier licenties onderwerpen aan een schoonheidswedstrijd. De licenties zullen zeer goedkoop zijn in jaarlijks gebruiksrecht: 25.000 euro per megahertz in plaats van 75.000 euro voor UMTS. We gaan bij het toekennen van die licenties de bepaling hanteren dat wie een groter gebied wil bedekken meer kans maakt om een licentie binnen te halen. Voorts komt er een systeem dat de operatoren die goed de geografische dekkingsverplichtingen nakomen een deel van hun geld terugkrijgen. We zijn een van de eerste landen in Europa om een dergelijk soort licenties uit te reiken. Wat ook interessant is in dat dossier, is dat de belemmering die nu bestaat voor mobiele WiMAX-diensten wegvalt. Dat geeft meer mogelijkheden om concurrentie tot stand te brengen met de klassieke gsm-operatoren.’

‘Daarbuiten gaan we nog licenties toekennen, in de 2,6 gigahertz band bijvoorbeeld die kan worden gebruikt voor mobilofonie van de vierde generatie. Dat gebeurt waarschijnlijk in de zomer van 2009. Daar komt er een veiling voor en geen schoonheidswedstrijd omdat die licenties een stuk interessanter zijn. Als België willen we op dat vlak het voortouw nemen. Dat is ook de boodschap die we geven aan internationale spelers, dat we daar vrij snel willen gaan en de markt willen openbreken. Ik weet dat er natuurlijk veel aarzeling is bij bestaande spelers tegenover al dat soort projecten, maar de afspraak binnen de regering is dat we de markt willen openbreken.’

Dat zijn allemaal mobiele projecten. Zijn er ook plannen voor het tot stand brengen van meer concurrentie op het vaste net?
Van Quickenborne: ‘We moeten inderdaad op alle fronten meer concurrentie doen ontstaan. Een punt waarover we net een beslissing genomen hebben, is de openstelling of ontbundeling van het VDSL2-net van Belgacom, dat de telecomgroep gebruikt voor tv. Het BIPT heeft daarover een voorstel gedaan aan de Europese Commissie en net instemming verkregen. Hier geven we de rechtszekerheid aan de alternatieve operatoren dat de telefooncentrales van Belgacom, waar zij apparatuur plaatsen, vijf jaar zullen openblijven. Dat was trouwens een vraag van de alternatieve spelers (zij vreesden dat Belgacom hen zou treffen bij de modernisering van zijn net, dat leidt tot de sluiting van een aantal centrales, red.). Voorts gaan we de openstelling toelaten op alle mogelijke niveaus van het Belgacom-netwerk. Ook hier willen we de concurrentie dus stimuleren. We hopen dat die ontbundeling wat succesvoller zal zijn dan de klassieke ontbundeling.’

Een heikel punt op de markt is de vraag of de kabelnetwerken, zoals dat van Telenet, niet moeten worden geopend voor de concurrentie zoals dat van Telenet.
In het voorjaar zei u dat te zullen onderzoeken.

Van Quickenborne: ‘Het BIPT heeft het studiebureau Analysys aangewezen om te kijken wat de macroeconomische gevolgen zijn van de openstelling van de kabelnetten. Het resultaat van die studie wordt midden 2009 verwacht en dan zullen we de beslissing nemen. Daarbij gaan we mogelijk ook de zaken regionaal bekijken en niet alleen op Belgisch niveau (de kabel staat met Telenet het sterkst in Vlaanderen, red.). Ik zeg niet neen tegen de opening van de kabel. Voor mij is dat bespreekbaar. Maar ik weet dat het geen sinecure zal zijn. Het is immers een heel nieuwe technologie waar alternatieve spelers vandaag vooral investeren in DSL. Gaan ze dan twee technologieën ondersteunen, wanneer ze de keuze hebben, of er maar één kiezen en dan eventueel al hun klanten migreren naar een ander netwerk?’.

Dat is een hele lijst concurrentiebevorderende maatregelen maar één van de alternatieve spelers, Scarlet, staat op het punt overgenomen te worden door Belgacom. Al legde de Raad voor de Mededinging heel veel voorwaarden op in ruil voor de goedkeuring. Wat vindt u van die beslissing?
Van Quickenborne: ‘Ik denk dat het een goede beslissing is, net gezien die strenge voorwaarden. Met name de verplichte verkoop van het netwerk opent interessante perspectieven op concurrentievlak. Voor de huidige klanten van
Scarlet zijn er ook voldoende zekerheden ingebouwd.’

U had in het voorjaar, na uw aantreden, gezegd dat uw beleid alleen maar geslaagd zou zijn indien de prijzen zouden dalen en er meer concurrentie zou komen. Hoe luidt de evaluatie op dit ogenblik?
Van Quickenborne: ‘We zien toch dat er beweging is op de markt. Sommige alternatieve operatoren brengen vandaag pakketten op de markt die enkele maanden geleden onmogelijk waren. In Brussel heb je bijvoorbeeld het aanbod van Numericable. Dat is natuurlijk maar beperkt tot Brussel, maar het is vergelijkbaar met wat bestaat in Nederland en Frankrijk en dat is goed. Andere spelers drijven de breedbandsnelheden op of sleutelen aan de downloadlimieten. Je kan niet zeggen dat de markt statisch is. Maar wij hopen vooral dat we door die nieuwe licenties en infrastructuurmaatregelen een veel bredere markt krijgen. Ik denk dat de markt over één tot twee jaar helemaal anders zal zijn dan vandaag. Ik verwacht heel veel van mobiele data.’ 

Bert Broens
 

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud