Aspirine is helemaal terug

Een aspirientje zou nu ook goed zijn om kanker te voorkomen. De wellicht bekendste pil ter wereld kwam op de markt als een eenvoudige pijnstiller en een middel tegen koorts. Maar de wetenschap staat niet stil. Slikken we binnenkort ook aspirine tegen alzheimer? Misschien wel. Het verhaal van het eerste geneesmiddel in de geschiedenis.

Wie droomt er niet van gezond en wel honderd jaar te worden? Een mirakelmiddeltje kan helpen. Een Amerikaanse 100-jarige verklapte onlangs dat ze regelmatig een aspirientje neemt. Eigenlijk tegen de pijn in haar heup, maar ze was er heilig van overtuigd dat het pilletje ook goed was voor veel andere dingen en haar dus jong hield. De kranige dame heeft groot gelijk. Aspirine is vooral bekend als middeltje tegen hoofdpijn, koorts en hart- en vaatproblemen, maar het zou nu ook goed zijn om kanker te voorkomen, bleek deze week uit een groot onderzoek. Aspirine zou beletten dat cellen samenklonteren en dus tumoren vormen. Wetenschappers zullen deze verklaring vast wat kort door de bocht vinden, maar ze komt er toch in grote lijnen op neer.

Moet iedereen nu dagelijks een aspirientje nemen om niet ziek te worden en eeuwig jong te blijven? Zeker niet. Want aspirine slikken, houdt ook risico’s in. De boodschap is dat aspirine goed is voor wie ze nodig heeft en dan nog best wordt genomen op voorschrift van een dokter. Ook al is aspirine vandaag gewoon vrij te koop in de apotheek.

‘Aspirine staat al sinds het begin, in de jaren 1900, officieel geregistreerd als een pijnstiller, een koortswerend middel en een ontstekingsremmer. In de jaren zestig is ook gebleken dat aspirine goed was om cardiovasculaire problemen te voorkomen. Sindsdien is aspirine ook geregistreerd als preventief middel voor mensen die een hartstilstand of een hersenbloeding hebben gehad én voor mensen die in een risicogroep zitten omdat ze diabetes hebben of een te hoge bloeddruk’, zegt Vincent Lachapelle, apotheker en verantwoordelijke General Medecine bij Bayer Health Care in België. Hij benadrukt dat aspirine nog niet is geregistreerd als medicijn tegen kanker en dat je daar dan ook geen informatie over kan vinden in de bijsluiter.

Verheugd

Waar wacht Bayer, de belangrijkste verkoper van aspirine, dan nog op om zijn wondermiddel ook aan te prijzen tegen kanker? Lachapelle: ‘Daar zijn bijkomende studies voor nodig. Nog veel meer dan op de bijna 26.000 patiënten die nu zijn gevolgd in Oxford. Dat waren trouwens geen klinische studies in de correcte zin van het woord, maar kruisingen van gegevens. Er zijn enkele studies gebeurd voor dikkedarmkanker, en die zijn doorgetrokken naar andere kankertumoren, op basis van onderzoeken op patiënten met hartproblemen. Ik trek de bevindingen van de universiteit van Oxford niet in twijfel, want Bayer is daar zeer verheugd over. Maar om degelijk te zijn, moet er toch nog meer onderzoek gebeuren. En bij mijn weten is Bayer daar niet mee bezig. Vandaag niet en ook morgen niet. Omdat de risico’s moeten worden afgewogen tegen de baten. Al wegen de voordelen van aspirine vandaag duidelijk zwaarder dan de risico’s, dan nog is aspirine niet voor iedereen goed.’

Toch slikken we met z’n allen misschien wel meer aspirine dan we denken. Want naast het bekende Aspirin van Bayer, met het kruisje erop, is er ook Aspegic, Alka-Seltzer, Aspro, Dispril of Sedergine, allemaal productnamen voor aspirine, of medicijnen op basis van acetyl- salicylzuur. De Duitse farmareus Bayer, voor alle duidelijkheid de echte uitvinder van de aspirine, heeft nog altijd het grootste marktaandeel, zo’n 20 procent, maar moet wel opboksen tegen steeds meer concurrentie. Ook van generische alternatieven, die goedkoper over de toonbank gaan.

De cijfers liegen er niet om. Haalde Bayer in 2008 nog 449 miljoen euro inkomsten uit zijn gepatenteerde Aspirin, dan was dat in 2009 met 400 miljoen euro 10 procent minder.

Bayer scoort wel met Aspirin Cardio, een kleiner pilletje voor mensen met hartproblemen. Aspirin Cardio is 100 mg, terwijl de gebruikelijke dosis aspirine 500 mg is, en wordt voorgeschreven aan mensen met aanleg voor bloedklonters. Naar schatting worden in België vandaag 650.000 mensen met die aspirine behandeld tegen trombose, en dat gaat in stijgende lijn. Bayer had vorig jaar 315 miljoen euro inkomsten uit Aspirin Cardio, en dat gaat nog ieder jaar crescendo.

Alles samen bracht aspirine Bayer in 2009 dus 715 miljoen euro op. Niet mis, maar toch veel minder dan in de gouden jaren zestig, toen aspirine het wereldwijde nummer één was. Heeft Bayer zijn patent op aspirine dan onvoldoende beschermd? Neen, Bayer had eigenlijk nooit helemaal de exclusiviteit. Aspirine komt van acetylsalicylzuur, dat op zijn beurt afkomstig is van de schors van een wilg. De Egyptenaren losten het poeder van de schors op in water als medicijn en ook de Grieken wisten dat het middeltje goed was tegen koorts. Hippocrates (460-377 voor Christus) raadde zelfs aan op wilgenbladeren te kauwen. Wilgen bevatten salicylzuur, dat pijnstillend is, koortsverlagend werkt en ook ontstekingen tegengaat omdat het de vorming van prostaglandine voorkomt. Prostaglandine is een hormoon waardoor mensen onder meer gevoelig zijn voor pijnprikkels.

Net omdat aspirine de vorming van prostaglandine lamlegt, is het ook gevaarlijk. Het beschermende laagje dat prostaglandine op de maag legt, wordt weggewerkt door salicylzuur. 6 procent van de mensen riskeert een maagbloeding door dagelijks aspirine te slikken. Bayer heeft geprobeerd het euvel te verhelpen door een beschermend laagje op de pilletjes aan te brengen, waardoor het zuur pas vrijkomt in de darmen in de plaats van in de maag. Maar dan nog kunnen sporen salicylzuur bloedingen veroorzaken.

Roddels

Bayer kreeg eind 1800 lucht van de ontdekkingen van de Duitser Felix Hofmann met salicylzuur. De farmagroep haalde die in huis, ontwikkelde het middel en bracht in 1900 aspirine op de markt. Eerst in poedervorm, later als een pil. Pas in 1907 was aspirine ook in België te verkrijgen. Over de uitvinding van aspirine doen trouwens heel wat roddels de ronde. Zoals dat het niet Hofmann is die aspirine bedacht, maar zijn collega Arthur Eichengrün. Maar omdat Eichengrün een jood was, werd hij tijdens het naziregime niet langer erkend als uitvinder. Eichengrün zou vanuit de concentratiekampen nog een brief hebben geschreven om zijn gelijk te halen, maar tevergeefs. Bayer beschouwt Hofmann nog altijd als de enige wetenschapper achter zijn Aspirin.

Bayer heeft de concurrentie voor Aspirin en het verlies van de exclusiviteit simpelweg te danken aan het succes van het geneesmiddel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog mochten de Duitsers geen handel meer voeren met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Een groot probleem voor die landen, want zo konden ze niet meer aankloppen bij Bayer voor aspirine. Daardoor zagen toen allerlei andere middeltjes, ook gebaseerd op acetylsalicylzuur, het leven en verloor Bayer zijn marktsuperioriteit.

Bayer had destijds nochtans ook een fabriek in de VS, maar die vond geen fenol meer, een stof die nodig was om aspirine aan te maken. Alle fenol ging toen naar de productie van explosieven. Maar een Amerikaanse ex-werknemer van Bayer kwam toevallig in contact met Thomas Edison. De superuitvinder van de gloeilamp fabriceerde zijn eigen fenol, omdat hij die nodig had om grammofoonplaten te smelten. Bayer kreeg na wat onderhandelen fenol van Edison en kon zo toch voort pillen draaien in de VS, al was het op kleinere schaal.

De overeenkomst, bekend als ‘The Great Phenol Plot’, kwam na een tijdje aan het licht en de reputatie van Edison kreeg een flinke deuk. Ook Bayer verloor zo populariteit bij de Amerikanen. Met 14 miljard pilletjes per jaar zijn zij de grote consumenten van aspirientjes, maar ook zij grijpen steeds meer naar alternatieven.

De Spaanse griep maakte veel goed voor Aspirin. In 1918 eiste die wereldwijd miljoenen levens. De griep begon verwonderlijk genoeg in de VS, maar was vooral fataal in Europa. Aspirine was het enige medicijn dat hielp tegen de griep. Ook al zijn er intussen tal van alternatieven opgedoken, gaande van Brufen, over Panadol tot Dafalgan, aspirine is nog altijd de eerste pijnstiller waar mensen aan denken. Zo goed als iedereen kent de groen-witte doos met de groene blisters. Bayer heeft die verpakkingen trouwens al jaren zo goed als ongemoeid gelaten.

Aspirine is onbetwistbaar het eerste geneesmiddel ter wereld en wellicht ook het bekendste. Geregeld duiken berichten op dat het ook goed is voor iets anders dan waarvoor wij het gebruiken. Dat het pilletje nu ook zou helpen tegen kanker, is niet in dovemansoren gevallen. En is niet onbelangrijk. Kunnen we nog meer verwachten? Vast wel. De impact van Aspirin zou ook al worden getest op de ziekte van Alzheimer. Officieel wil Bayer daar niet veel over kwijt, maar het voornaamste is dat daaraan wordt gedacht én gewerkt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content