Raad van State zet Fortis-coupon op helling

Didier Reynders en Yves Leterme

De Raad van State plaatst grote vraagtekens bij de coupon die de regering-Leterme in 2014 wil uitkeren aan de kleine Fortis-aandeelhouders. Die vergoeding zal immers niet gelden voor alle aandeelhouders. Er zijn verschillende criteria. De Raad van State twijfelt of dat geen schending is van het gelijkheidsprincipe in de Grondwet.

(tijd) - Begin oktober gaven premier Yves Leterme (CD&V) en minister van Financiën Didier Reynders (MR) meer uitleg over de tegemoetkoming die ze hadden uitgewerkt voor de ‘kleine aandeelhouders’ van Fortis. Een deel van de meerwaarde die de regering zal realiseren op de verkoop aan BNP Paribas, zal via een coupon worden uitgekeerd aan de aandeelhouders die erom vragen.

Maar enkel natuurlijke personen, dus geen bedrijven of andere rechtspersonen, komen in aanmerking. Er geldt ook een maximum van 5.000 aandelen. En al wie na 1 juli dit jaar nog Fortis-aandelen kocht, valt ook uit de boot.

De Raad van State waarschuwt in zijn advies aan de regering dat de criteria voor wie in aanmerking komt een mogelijke schending  zijn van het gelijkheids- en non-discriminatieprincipe, vastgelegd in de Grondwet.

Een ongelijke behandeling zal enkel de toets van het Grondwettelijk Hof doorstaan als er sprake is van ‘objectieve criteria, die redelijk verantwoord zijn’, luidt het. In de oorspronkelijke toelichting bij de wettekst had de regering de criteria zelfs helemaal niet verantwoord. Dat is intussen aangepast in het wetsontwerp dat is ingediend in het parlement.

Maar het is nog de vraag of de verantwoording van de criteria voldoet. Als sommige criteria niet kunnen worden verantwoord, zou de regering beter de hele regeling herzien, besluit de Raad van State.

Minister Reynders gaf begin oktober al toe dat de regeling niet alle aandeelhouders gelijk behandelt. ‘Maar dat is niet nodig. Want het is een beslissing van de regering, geen recht dat inherent is aan het Fortis-aandeelhouderschap’, argumenteerde Reynders. Maar de Raad van State ondergraaft dat argument: ‘De bewering dat het gaat om een vrijwillig gebaar van de regering en niet om een verplichting, doet er in dit opzicht niet toe.’  

LB

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content