‘Niemand doet dit voor zijn plezier'

De Indiase IT-sector wordt stilaan volwassen. Westerse bedrijven besteden steeds meer complexe taken uit aan Indiase informatici. Die zien hun lonen snel stijgen, tot 30 procent per jaar. Om concurrentieel te blijven slaan Indiase bedrijven daarom een nieuwe weg in. Het geven van kwalitatief hoogstaande IT-opleidingen aan niet-Indiërs is zo’n groeimarkt.

Door de grote hitte zijn de straten stoffig in Karol Bagh, een volkswijk in de Indiase hoofdstad New Delhi. De wegen liggen opgebroken, in de diepe greppels moet ooit een riolering komen. Het is laveren tussen de bergen zand, de vele mensen, de straathonden en het druk toeterend verkeer om Koenig Inn te bereiken.

Honderden Britten, Nederlanders, Nigerianen, Duitsers en ook Belgen hebben de voorbije maanden dit sobere hotel gebruikt als uitvalsbasis om een hoog aangeschreven IT-certificaat in Microsoft, Cisco of Oracle te behalen. De voornaamste reden voor de verre verplaatsing: het prijskaartje.

De Brit Andrew van het databasebedrijf Kodit is met zijn twee collega’s 26 dagen in India. ‘Mijn baas moest heel dikwijls externen inhuren wanneer er een probleem was. Wij konden de klus niet klaren, we hadden onvoldoende training. Ik zocht in het Verenigd Koninkrijk naar een training in databasemanagement. 7.500 pond (9.000 euro) per persoon voor twaalf dagen les. ‘No way’, zei mijn baas. ‘Dat betaal ik niet.’

Na wat zoeken op het internet koos Andrew voor een exotisch alternatief. Bij het Indiase IT-opleidingsbedrijf Koenig Solutions in New Delhi krijgt hij dezelfde opleiding in 26 dagen voor 2.500 pond, inclusief vlucht en verblijf. ‘Hier heb ik tenminste tijd om de leerstof te snappen en ze in te studeren. Bovendien zijn de klasjes hier heel klein. Velen hebben zelfs one-to-one training’, vertelt zijn Poolse collega Lucas. ‘In het Verenigd Koninkrijk trainen ze je als een aap. Ze stampen er alles op een paar dagen in. Die leerstof mag je er weer uitbraken tijdens het examen. Maar ik twijfel of je ze dan echt onder de knie hebt.’

Kwaliteit

Een IT-opleiding volgen in India is een vrij recent fenomeen. Wie denkt aan IT in India, denkt nog heel vaak aan Indiërs die eenvoudige en routineuze klusjes opknappen voor westerse klanten.

Zo is het destijds ook begonnen. In de jaren 80 gingen westerse bedrijven, zoals British Airways of American Express, hun backofficetaken (administratie, call centers, boekhouding, enz.) verschuiven naar het Aziatische schiereiland. Daar kwam later softwareontwikkeling bij. De bedrijven werden gelokt door de schijnbaar onuitputtelijke bron van goedkope en goedopgeleide arbeidskrachten. Bovendien sprak men er Engels en kreeg de IT-sector er steun van de overheid.

‘Gaandeweg hebben die westerse bedrijven ervoor gekozen meer complexe zaken aan de Indiërs over te laten’, vertelt Carl Dujardin. Voor de Vlaamse kmo Deduco werkt hij al sinds 1996 in de Indiase IT-metropool Bangalore. ‘De universiteiten leverden steeds betere informatici af. En de Indiërs die in de jaren 70 naar de VS waren verhuisd, keerden terug naar hun land. Ze richtten hun eigen bedrijven op. De kwaliteit werd steeds hoger.’

Hooggekwalificeerde Indiase informatici werden erg gezocht en zagen hun loon stijgen. Loonsverhogingen tot 30 procent per jaar zijn geen uitzondering. ‘Ik geef ze nog vijf jaar voor de topmedewerkers op hetzelfde loonniveau van hun westerse collega’s zitten’, voorspelt Maria De Boeck, de CEO van de Indiase KBC-dochter ValueSource. Vele anderen denken niet dat het zo’n vaart zal lopen, al was het maar omdat er elk jaar tienduizenden nieuwe informatici en ingenieurs op de markt komen. Dat tempert automatisch de looninflatie.

Toch moeten Indiase bedrijven zich stilaan anders gaan positioneren. Lage kosten alleen volstaan niet langer. Daarvoor kunnen bedrijven vandaag ook terecht in Oost-Europa, Noord-Afrika of zelfs Mauritius.

Indiase bedrijven zoeken dus nieuwe oorden op. De één focust op meer kwaliteit en een hogere productiviteit, andere boren nieuwe markten aan. Koenig Solutions kiest met IT-opleidingen voor westerlingen voor het laatste. Noem het offshoretraining. ‘Vandaag zijn we de enige die dit aanbieden. Ik hoop dat er concurrenten komen, zodat het concept beter bekend raakt’, zegt de 39-jarige Rohit Aggarwal, de oprichter van Koenig. ‘Nu hebben mensen soms schrik om de stap te doen.’

Het trainingscentrum van Koenig in New Delhi, op een half- uurtje rijden van het hotel, lijkt uit een architectuurhandboek ‘compact wonen & werken’ geplukt. In kleine kamertjes krijgen de studenten les van hun Indiase docenten. De training gebeurt in kleine groepen of individueel.

De meesten van de 1.800 studenten per jaar betalen de trip zelf. De 32-jarige Harold uit Noorwegen legde enkele duizenden euro’s op tafel om in India een Cisco-cursus te volgen. ‘Ik zit zonder werk. Met het certificaat dat ik hier zal halen, heb ik er goede hoop op om snel een interessante job te vinden.’ Anneliese uit Duitsland is freelance informatica. Als zij in haar cursus slaagt, zal ze haar klanten meer geld kunnen aanrekenen, lacht ze. Door de aswolk van de IJslandse vulkaan kon ze niet terug naar huis. ‘Ik heb dan maar besloten een extra cursus te volgen.’

We spreken Anneliese ’s avonds in de eetruimte op de ondergrondse verdieping van de Koenig Inn. Het is zowat het enige moment dat de cursisten samen zijn. Van een vakantiesfeer is absoluut geen sprake. Niemand hier heeft de intentie om ’s avonds of op zondag iets te bezichtigen in Delhi. ‘Daarom heb ik ook voor deze locatie gekozen. Er is hier niets te zien’, zegt Andrew.

Hard werken

‘Dit is hard werken’, vult Harold aan. ‘Ik sta ’s morgens vroeg op, studeer nog wat tot het ontbijt. Tussen 9 en 17 uur hebben we opleiding. Nadien rust ik even, maar na het avondeten zit ik weer achter de boeken, om de les van morgen voor te bereiden.’ Dit patroon volgt hij zes dagen op zeven. ‘Op zondag hebben we geen les, maar dan bereid ik mijn examens voor. Niemand doet dit voor zijn plezier.’

Harold vond het sobere Koenig Inn-hotel maar niets, hij verhuisde tijdens zijn verblijf naar een vijfsterrenhotel. ‘Altijd mogelijk,’ reageert Aggarwal, ‘maar dan verdwijnt natuurlijk het kostenvoordeel.’

Wim Van Loo van het Belgische IT-outsourcingsbedrijf Infoserve stuurde de voorbije jaren twee van zijn medewerkers naar India. ‘De training is goed voor wie op een goedkope manier en op een relatief korte tijd een aantal IT-certificaten wil behalen. Voor mensen die dergelijke ‘papiertjes’ hebben, kan ik meer geld vragen, tot 20 euro per dag per certificaat.’

Maar de bedrijfsleider heeft ook zijn bedenkingen. ‘Het is niet omdat je een certificaat hebt, dat je de leerstof ook echt beheerst. Daarvoor is praktijkervaring nodig. Vergeet ook niet dat 70 à 80 procent van de informatici het niet ziet zitten om naar India te trekken. Je kent er niemand en de accommodatie is toch niet alles. Onze eerste student hebben we moeten repatriëren met een maag- en darmvirus.’

Dat is ook de meest gehoorde verdediging van Belgische en Nederlandse aanbieders van opleidingen. ‘Dit is interessant voor opportunistische klanten die op zoek zijn naar een goedkope training met een bonus: een snoepreisje richting India’, zegt Peter Verbinnen van Global Knowledge. ‘Ik denk echter dat dit soort klanten niet dik gezaaid zijn. Het merendeel wil kwaliteit én lokale aanwezigheid.’

De trainingbedrijven hier te lande merken op dat wie in India zit, niet meer inzetbaar is voor zijn werkgever, terwijl werkgevers klanten voor hooggekwalificeerde informatici 500 à 600 euro per dag kunnen aanrekenen. ‘Stel dat je voor een dringende interventie terug naar het werk moet, dat kan je bij ons nog doen. Dat is onmogelijk wanneer je in New Delhi zit. Onze klanten vragen bijna altijd om flexibele oplossingen, zowel inzake leerstof als inzake planning van de trainingen’, zegt Gijs Ewalds van Master IT.

Indiase droom

Toch heeft India alle troeven om een belangrijke offshoretrainingsmarkt te worden. De universiteiten worden steeds beter en ze leveren jaarlijks duizenden informatici af. Die kunnen tegen lage lonen aan het werk gezet worden. Bovendien spreken ze allen goed Engels, de ‘lingua franca’ van de IT.

Rohit Aggarwal begon zijn bedrijf in 2001. Toen zat de Indiase IT-sector in een dip door het barsten van de wereldwijde dotcom-zeepbel. Zijn opleidingsbedrijfje voor de binnenlandse, Indiase markt vormde hij om tot een bedrijf gericht op de opleiding van westerlingen.

Vandaag blaakt de man van vertrouwen. Hij wil zijn Indiase droom waarmaken. De 39-jarige ziet het groot. Vandaag draait Koenig Solutions 5 miljoen dollar (3,8 miljoen euro) omzet met 250 werknemers. Via extra cursussen, bijvoorbeeld voor accountants en de opening van nieuwe filialen, moet dat over vijf jaar 100 miljoen dollar zijn. Om het probleem van de verre verplaatsing naar India te omzeilen, denkt hij luidop aan de bouw van opleidingscentra in Europa. Ook hier zouden Indiërs de lesgever zijn. Zijn stappenplan staat nu al vast: in 2012 wil Aggarwal met Koenig naar de beurs om geld op te halen.

Economische groei

Het optimisme van Aggarwal is tekenend voor het zelfvertrouwen van het nieuwe India. Ondanks de wereldwijde economische crisis groeide het Indiase bruto binnenlands product in 2009 met 6 procent. Tot 2018 zal dat gemiddeld 8 procent per jaar zijn. Gezien de enorme thuismarkt van 1,2 miljard mensen zal de Indiase economie binnen 13 jaar groter zijn dan de Duitse.

De IT-sector profiteert mee. Aggarwal: ‘Nu is het nog wat vroeg, maar over een of twee decennia hebben we naast de Amerikanen Cisco of Microsoft ook een Indiase IT-reus.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud