Verslaafd aan elektronische cocaïne

Als zelfs internetondernemers uit Silicon Valley beginnen te waarschuwen voor de manier waarop e-mail en sociale media razendsnel ons hele leven inpalmen, is het doembeeld van een internetverslaafde samenleving dichtbij. De zoektocht naar een gezonde balans in het digitale tijdperk is volop aan de gang.

Het lijkt op het eerste gezicht vreemd dat topmanagers van technologiebedrijven oproepen om af en toe een ‘tech break’ te nemen en weg te stappen van die voortdurend vibrerende smartphone of die hypnotiserende laptop. Internetbedrijven als Facebook en Google hebben er toch alle belang bij dat wij zo veel mogelijk tijd ­online spenderen, en wel liefst op hun websites, waar advertenties smeken om een muisklik. Niet?

Neen dus. Een groeiend aantal internetondernemers uit Silicon Valley toont zich de jongste tijd bezorgd om de nefaste aantrekkingskracht die internettechnologie uitoefent. Door bijna 24 uur op 24 verbonden te zijn met de digitale wereld - de smartphone ook ’s nachts binnen handbereik op het nachtkastje - riskeren we niet alleen mentaal op te branden en in een depressie te sukkelen, maar ook regelrecht verslingerd te raken aan de minibeloninkjes die elke binnenkomende e-mail of sms onze hersenen serveert. Noem het gerust elektronische cocaïne. Of een internetverslaving.

In interviews en tijdens conferenties luidt Silicon Valley de alarmbel. Stuart Crabb, een directielid van Facebook, liet onlangs een wat lugubere analogie met een kokende kikker optekenen. ‘Als je een kikker in heet water zet, springt hij er onmiddellijk uit. Maar als je een kikker in koud water zet en langzaam het vuur verhoogt, kookt hij dood. Mensen moeten zich bewust zijn van het ­effect dat de tijd die ze online doorbrengen, heeft op hun prestaties en relaties’, vertelde Crabb in The New York Times.

We bevinden ons dus allemaal in een kookpot op het vuur, zonder ons ervan bewust te zijn. Het lijkt intussen normaal dat we altijd en overal onze berichten en het nieuws kunnen/willen/moeten checken. Maar daarom is het nog niet gezond. Volgens een vroegere poging tot definitie van internetverslaving zijn we vandaag bijna allemaal verslaafd. 38 uur per week online doorbrengen gold jaren geleden als een van de alarmsignalen, maar dat cijfer halen velen vandaag zonder problemen, vooral nu het internet zo mobiel geworden is. Het lijkt dan ook compleet onzinnig om heel die groep internetverslaafd te noemen.

Daarin schuilt meteen een van de uitdagingen in het geladen debat over internetverslaving. De hele internetrevolutie gaat zo snel dat wetenschappers niet de tijd krijgen om de impact ervan op ons functioneren als mens in te schatten, stelt Larry Rosen, hoogleraar psychologie aan de California State University. Rosen publiceerde eerder dit jaar ‘iDisorder’, een boek over onze obsessie met technologie. ‘Voor de telefoon of de televisie hadden we nog enkele decennia om de impact ervan te bestuderen. Voor een zich snel verspreidend fenomeen als Facebook is dat hooguit enkele jaren’, reageert Rosen.

Voor alle duidelijkheid: Rosen is geen technologiehater. Integendeel, hij is een ­actieve gebruiker die de vele voordelen van ­internet ziet, maar hij is niet blind voor de gevaren. Dat is volgens hem ook de reden dat Silicon Valley nu een pleidooi lanceert dat ogenschijnlijk ingaat tegen het eigen businessmodel. ‘De sector beseft dat als wij nieuwe technologie niet op een gezonde manier gebruiken, die technologie niet langer bruikbaar zal zijn en op termijn misschien tot een tegenreactie zal leiden. De technologie is fantastisch, maar wij gebruiken ze op een onvoorspelbare manier’, stelt Rosen.

Ook Soren Gordhamer vindt de alarmkreet van de internetgoeroes meer dan terecht. Gordhamer is de initiatiefnemer van ‘Wisdom 2.0’, een jaarlijkse conferentie over het zoeken naar een juiste balans in het digitale tijdperk. De conferentie - die aandacht heeft voor mindfulness of meditatie als ­remedie - wordt druk bijgewoond door ­toppers van onder meer Twitter, Facebook, Zynga en Google.

Zinloze updates

‘Mensen die te intens met internet bezig zijn, riskeren op te branden’, stelt Gordhamer. ‘Bedrijven als Facebook en Twitter hebben er trouwens belang bij dat hun gebruikers kwaliteitsvolle berichtjes posten in plaats van een constante stroom zinloze updates over wat ze elke tien minuten aan het doen zijn. Dat laatste riskeert gebruikers weg te doen lopen.’

Internetbedrijven zijn ook bezorgd om de sirenenzang die de technologie uitoefent op het eigen personeel. Verschillende bedrijven in Silicon Valley organiseren sessies waarin medewerkers leren regelmatig een internetpauze te nemen om de hersenen van verse brandstof te voorzien via ademhalingsoefeningen of meditatie. Volgens Richard Fernandez - een topman bij Google en voortrekker van de mindfulnessbeweging - zijn de risico’s van overdreven internetgebruik immens. Hij spoort medewerkers aan zich af en toe los te koppelen van het internet om hun concentratie en focus te verhogen.

Maar niet enkel de bedrijfswereld kijkt met bezorgde blik naar de hypnotiserende kracht van internettechnologie. Misschien belangrijker is dat ook wetenschappers en psychiaters steeds meer aandacht besteden aan het fenomeen. ‘Internetverslaving’ of ‘internetgebruiksstoornis’ blijft voorlopig een controversieel thema in de medische wereld. Maar naarmate grondiger studies steeds meer bewijzen van stoornissen en schadelijk gedrag opleveren, groeit het besef dat er mogelijk een crisis aan het broeien is.

Een indicatie dat internetverslaving dichter bij officiële erkenning komt, is de beslissing van de American Psychiatric Associa­tion (APA) om ‘internet use disorder’ op te nemen in de appendix van de komende ‘DSM’-gids, het invloedrijke classificatiesysteem van psychische stoornissen dat ook buiten de VS gebruikt wordt. Dat betekent dat APA ‘verdere studie’ nodig acht, wat volgens psychologieprofessor Rosen al een belangrijk resultaat op zich is. ‘Het is een eerste kleine stap richting erkenning, met als grootste voordeel dat het bijkomend onderzoek zal stimuleren.’

Bij gebrek aan consensus ontbreekt voorlopig een officiële definitie van internetverslaving, maar APA zette al een concept­diagnose op papier met negen symptomen. Enkele voorbeelden: ontwenningsverschijnselen wanneer het internet weggenomen wordt, het gebruik van internetspelletjes om te ontsnappen aan een sombere stemming, en het mogelijk verlies van relaties, baan of studies als gevolg van excessief internetgebruik. Dat laatste - een negatieve weerslag op andere aspecten van iemands leven - is een cruciaal element voor Rosen. De verslaving kan verschillende vormen aannemen, van games over internetporno tot het angstvallig checken van e-mails, de Facebook-­pagina of aandelenkoersen.

Narcistisch

Sommige sceptici menen dat achter een internetverslaving andere psychische problemen schuilgaan, zoals depressie of angststoornissen. Er blijft ook het probleem van oorzaak en gevolg: worden mensen depressief, narcistisch of impulsief van overmatig internetgebruik, of trekt het internet net dit soort mensen aan? En weerspiegelt het ­internettijdperk niet gewoon een drastisch gewijzigde arbeidsomgeving, waarbij werkgevers van hun personeel verwachten dat ze voortdurend bereikbaar zijn?

Ondanks die bedenkingen wint het geloof in het bestaan van internetverslaving veld. Steeds meer en beter wetenschappelijk onderzoek suggereert dat intensief internetgebruik ons niet alleen dommer, eenzamer, ongelukkiger, impulsiever en nerveuzer maakt. Hersenscans maken ook duidelijk dat er gelijkenissen bestaan tussen de hersenen van alcohol- en drugsverslaafden en die van mensen bij wie een internetverslaving vermoed wordt. Diezelfde scans leren dat bepaalde zones in de hersenen van internetverslaafden met 10 tot 20 procent krimpen, met name de zones die verantwoordelijk zijn voor geheugen, spraak en emoties, blijkt uit een recent Chinees onderzoek.

Ook Rosen is bezorgd om de resultaten van de hersenscans, maar hij is niet zeker of we wel van een ‘verslaving’ kunnen spreken. Hij vermoedt dat ‘obsessie’ een juistere term is. Het verschil is dat verslaving chemische stoffen vrijmaakt die onze hersenen interpreteren als aangenaam - zoals dopamine - terwijl we bij een obsessie dingen doen om stoffen te reduceren die ons angstig of nerveus maken. Volgens Rosen is vooral dat laatste mechanisme actief bij mensen die voortdurend hun e-mail of Facebook-pagina checken. ‘Ze hebben een voortdurend stresserend gevoel dat ze van alles missen en bij moeten blijven.’ Rosen denkt dat de medische wereld uiteindelijk tot een definitie zal komen die een mix is van verslaving en obsessie. Beide zijn in elk geval ongezond.

Waar extreem internetgebruik toe kan leiden, leren de lotgevallen van filmmaker Jason Russell. De Amerikaan maakte een veelbesproken internetdocumentaire over de Oegandese krijgsheer Joseph Kony. De film werd eerder dit jaar in enkele dagen tijd tientallen miljoenen keren bekeken. De ­reactie overweldigde Russell: hij bleef verschillende dagen gekluisterd aan het internet met amper tijd voor slaap, waarna hij steeds meer bizarre reacties begon achter te laten op Twitter en YouTube.

Uiteindelijk vonden ze hem zonder kleren op een druk kruispunt in San Diego, waar hij met zijn handpalmen tegen het ­asfalt stond te slaan terwijl hij onzin over de duivel uitkraamde. Volgens dokters was Russell slachtoffer geworden van een ‘reactieve psychose’ of tijdelijke zinsverbijstering als gevolg van de razendsnelle wereldroem die het internet hem had geschonken. Het magazine Newsweek voerde Russell vorige maand nog op als een ‘cause célèbre’ voor een aanklacht tegen de gevaren van het internettijdperk.

Maar het hoeft niet altijd zo extreem te zijn. Uit onderzoek blijkt dat 70 procent van de actieve smartphonegebruikers lijdt aan het ‘fantoomvibratiesyndroom’: daarbij voelen ze hun smartphone trillen terwijl hij zich in realiteit koest houdt.

Fabienne Wilmes, een Belgische met een managementfunctie bij een Amerikaanse grootbank in New York, kan meespreken over de ongezonde relatie van vele profes­sionals met hun smartphone. ‘Ik heb van een recente functieverandering in de bank gebruikgemaakt om bewust minder obsessief mijn smartphone te gebruiken. Ik merk dat ik daardoor nu helderder kan denken. Het is ook een kwestie van etiquette: ik vind het onbeleefd om voortdurend je smartphone te controleren terwijl je met iemand aan het praten bent’, zegt Wilmes. Het consultancybedrijf McKinsey meldde onlangs nog in zijn magazine dat de informatieovervloed van het internettijdperk de productiviteit en creativiteit van CEO’s schaadt.

Bloedklonters

Terwijl het Westen langzaamaan opwarmt voor de notie van internetverslaving, is het fenomeen al officieel erkend in China, Taiwan en Zuid-Korea. Trieste verhalen over een internetverslaafd koppel dat zijn kind liet verkommeren of gamers die stierven door bloedklonters van het lange zitten achter hun computerscherm, zijn daar voorpaginanieuws. De regio is volgens sommigen het epicentrum van internetverslaving: een studie schat dat 14 procent van de stedelijke jeugd in China verslaafd is aan het net, terwijl tot 30 procent van de Zuid-Koreaanse min-achttienjarigen gevaar loopt op verslaving. Beide landen hebben al enkele jaren centra voor de behandeling van internetverslaafden, al gaat dat in China gepaard met verhalen over meedogenloze praktijken waarbij minstens een tiener doodgeslagen werd.

Gelukkig hoeft het zover niet te komen. Volgens Rosen en Gordhamer volstaan enkele eenvoudige ingrepen om te vermijden dat we opgesloten worden in een verstikkende internetcocon. ‘Een drastisch dieet van een maandlang geen internet is niet nodig. Gewoon af en toe een korte internetpauze nemen is al goed’, zegt Rosen. Hij suggereert om de een à twee uur weg te stappen van het internet en een tiental minuten iets anders te doen dat de hersenen kalmeert, zoals buiten naar de natuur gaan kijken, iets eten, naar muziek luisteren of mediteren.

Gordhamer stelt dat vooral de ochtend en de avond belangrijk zijn, de overgang tussen waken en slapen. ‘We moeten bewust ruimte creëren om de overvloed aan stimuli tegen te gaan. Overconsumptie is nooit goed, ook niet wanneer het om informatie gaat.’ Ook voor hem blijft het nog ‘een zoektocht’ naar remedies en een juiste balans. Maar hij is vastbesloten niet te eindigen als de kikker in de kookpot.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content