Parijse show kleurt beetje Belgisch

FLOP: Het nieuwe Europese militaire transportvliegtuig van Airbus, de A400M, kan door technische problemen niet deelnemen aan de geplande demonstraties. Europese onenigheid over de financiering en het ontwerp van het vliegtuig, zorgde voor een vertraging van 3 jaar en een meerkost van 5 miljard. ©Reuters

Deze week is het showtime in Le Bourget bij Parijs. De oude luchthaven is dan weer het toneel van het grootste luchtvaartsalon ter wereld. Voor het eerst maakt de A400M van Airbus Military er zijn opwachting. NH Industries toont er zijn NH-90-helikopter aan potentiële klanten en luchtvaartfanaten.

door Guido Meeussen, in Le Bourget

België heeft zeven exemplaren besteld van de A400M, het nieuwe Europese militaire transportvliegtuig van Airbus Military. Van de NH-90, de helikopter van NH Industries die in 2009 voor het eerst op bezoek was in Le Bourget, heeft ons land acht stuks gekocht. De twee orders samen vertegenwoordigen een investering van ruim 1,4 miljard euro. Het is geleden van de aankoop van de F-16’s dat België nog zo’n bedrag veil had voor vliegend materieel. En het duurt allicht tot ver na 2020 voor dat cijfer overtroffen wordt. In de periode 2018-2020 wordt beslist over de toekomstige rol van gevechtsvliegtuigen in ons leger, en het is helemaal niet zeker of er überhaupt nieuwe komen. Maar anders dan bij de F-16’s gaat het bij de A400M en NH-90 om ‘vreedzaam’ militair materieel zonder aanvalscapaciteiten.

Twee jaar geleden verkeerde Airbus Military nog in volle crisis omdat de ontspoorde ontwikkelingskosten van de A400M het hele programma in gevaar brachten. EADS, het moederbedrijf van Airbus, eiste een serieuze inspanning van de zeven landen die samen 180 toestellen hadden besteld. Uiteindelijk werd een compromis bereikt dat beide partijen een pak geld kostte, maar ons land merkwaardig genoeg niet. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk reduceerden bovendien hun order met respectievelijk zeven en drie stuks om de kosten te drukken. Maar België veranderde zijn aankoopbon voor zeven vliegtuigen niet en blijft bovendien binnen het budget van 1,19 miljard dat in 2003 werd vastgelegd.

Budgetvast

Hoe kan dat? ‘Het contract van 2003 omvat niet alleen de ontwikkelings- en aankoopkosten voor de A400M, maar ook de logistieke ondersteuning. Bovendien is er een prijsherzieningsformule aan gekoppeld die rekening houdt met een gemiddelde inflatie van 2,8 à 3 procent vanaf het referentiejaar 1998’, zegt generaal-majoor Rudy Debaene, hoofd van het DG Material Ressources van het Belgische leger.

In 1998 werden de specificaties voor de A400M vastgelegd. De tien daarop volgende jaren stegen de prijzen echter veel minder dan 2,8 à 3 procent. ‘Het gevolg was dat ons oorspronkelijke budget toereikend was, ook na het compromis dat EADS en de zeven landen begin dit jaar bereikten’, zegt Debaene.

Dat de eerste A400M pas in 2013 aan het Franse leger geleverd wordt, ruim drie jaar na de oorspronkelijk geplande datum, vindt kolonel Luc Roelandts helemaal niet verrassend. Roelandts is hoofd van de Aeronautical Material Section van de luchtmacht. ‘De geplande ontwikkelingsfase was veel te kort en bijgevolg niet realistisch. Een commercieel vliegtuig koop je uit een catalogus, voor militaire toestellen vraagt de klant tal van specificaties. 90 procent van alle militaire programma’s loopt daardoor vertraging op.’

Daarom probeert het Belgische leger zoveel mogelijk materiaal te kopen dat zijn deugdelijkheid bewezen heeft. Maar om aan de transportbehoeften te voldoen moest wel een nieuw vliegtuig ontwikkeld worden, want geen enkel bestaand toestel kon de gevraagde prestaties leveren.

De vertraging heeft nauwelijks gevolgen voor de leveringen aan ons land. ‘Oorspronkelijk zouden de zeven vliegtuigen arriveren tussen oktober 2018 en mei 2020, nu staat de eerste levering gepland voor april 2019 en de laatste voor november 2020’, zegt Debaene. ‘Dat we de toestellen slechts zes maanden later krijgen, komt omdat we achteraan in de planning zitten. De Fransen die vorig jaar al hun eerste A400M hadden moeten krijgen, hebben hun leveringen meer in de tijd gespreid waardoor er ‘slots’ vrijkwamen.’ Tot zo lang doet het Belgische leger een beroep op zijn C130 ‘Hercules’-vloot die sinds begin jaren 90 grondig gemoderniseerd werd.

Omdat België van bij de aanvang betrokken was bij het A400M-programma, slaagde de Belgische industrie er ook in een graantje mee te pikken in de ontwikkeling en de productie van het vliegtuig. Daartoe werd Flabel Corporation opgericht, waarvan Sabca, Sonaca en Asco de belangrijkste aandeelhouders zijn. Flabel heeft een belang van 4,4 procent in Airbus Military, wat ongeveer overeenstemt met het productieaandeel van de Belgische groep in de A400M. Sabca in Brussel levert de mechanismen van de vleugelkleppen, Sabca Limburg de composietbekleding van die kleppen. Door de vertraging van het programma lag de productie in Haren en Lummen een tijdje stil, maar dit jaar komt ze weer op gang.

Gisteren had de A400M een eerste demonstratievlucht moeten geven op Le Bourget, maar wegens nieuwe technische problemen werd die afgelast. Eén testvliegtuig vloog wel even voorbij ter ere van het bezoek van de Franse president, Nicolas Sarkozy, en het toestel is ook op de grond te bewonderen.

Helikopters

Met de NH-90 kocht België in tegenstelling tot de A400M wel ‘off-the-shelf’. De helikopter is al operationeel in enkele landen, waaronder Nederland en Frankrijk. Het order bestaat uit vier NH-90 TTH’s (troepentransporthelikopter) en evenveel NH-90 NFH’s (NATO fregathelikopter). De NFH’s moeten maritieme ondersteuning geven voor de nieuwe fregatten en vervangen vier stokoude Sea King’s en drie Alouettes. Bovendien kunnen ze landen op een fregat, een Sea King kan dat niet.

Met de TTH’s krijgt het leger er bijkomende capaciteit bij - met name transport van personeel - want ze zijn niet bedoeld als vervanging van verouderde helikopters. Kostprijs: 292 miljoen euro. Om onnodige ontwikkelingskosten te vermijden werden de Belgische versies gebaseerd op de Nederlandse NFH en de Duitse TTH.

De assemblage van de eerste NH-90 voor België is inmiddels begonnen. De eerste levering staat in de agenda voor mei 2012 - een jaar later dan eerst gepland. De laatste helikopter arriveert in maart 2013. ‘De Sea Kings verdwijnen helemaal, enkele Alouettes blijven nog operationeel voor liaisonopdrachten, het aantal Agusta A109-helikopters wordt gereduceerd van 27 tot 20’, zegt Debaene.

De Agusta’s - niet echt de meest geslaagde aankoop ooit van het Belgische leger - worden gebruikt voor ambulante opdrachten, verkenningstaken en eventueel in gevechtssituaties. ‘Het grote voordeel aan de NH-90’s die we kopen, is dat de twee versies voor 85 procent dezelfde componenten hebben’, zegt Debaene.

Omdat België - in tegenstelling tot bij de A400M - niet betrokken was bij de studie- en ontwikkelingsfase van de NH 90, zag de Belgische industrie hier mogelijk interessante contracten aan haar neus voorbijgaan. NH Industries is een joint venture van Eurocopter (EADS), Agusta Westland en Fokker.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content