Bibliofiele zorgen over ons literair patrimonium

©Knack

Wat houdt opiniemakers en experts bezig buiten hun dagelijkse taak? Om dat te weten lieten we hen ­hun stokpaardje berijden. En schotelen we u hun ‘dada’ voor.

Door Rik Van Cauwelaert, columnist

Bibliofilie is een aandoening waarmee te leven valt. En zelfs als het verzamelen van boeken, oud bedrukt of beschreven papier en archieven ontaardt in regelrechte bibliomanie, kan men met die kwaal oud worden, zonder de minste lichamelijke ongemakken.

Boekenliefhebberij is overigens een oude plaag. In de 15de eeuw al maakte Albrecht Dürer zijn beroemde karikatuur van de bibliomaan voor ‘Het Narrenschip’ van Sebastian Brant.

De Engelse verzamelaar en bibliograaf Holbrook Jackson beschreef in ‘The anatomy of bibliomania’ de diverse en meest spectaculaire varianten van wat ooit door een Amerikaanse ervaringsdeskundige als ‘a gentle madness’ werd bestempeld.

Om hun soms bizarre gedragingen te wettigen, voeren boekenliefhebbers graag aan dat zij helpen het literaire, historische en culturele patrimonium en bijgevolg ook het geheugen van de samenleving in stand te houden. Daar is iets van aan.

De Antwerpse Stadsbibliotheek dankt haar oorsprong aan een bibliofiel die model had kunnen staan voor Dürer. De Antwerpse stadsadvocaat Willem Pauwels schonk in 1481 een veertigtal boeken wat toen een fortuin was aan de stadsmagistraat, ‘om die te leggen in een camere tot behoef ende gebruke der Pensionaris ende Secretarisen ende Clercken, der stad dienende, sonder die wech te leenene, te vercoepene oft verthierne’.

De Koninklijke Bibliotheek in de Brussel werd na de Belgische Omwenteling van 1830 opgetrokken rond de fabelachtige collectie van de Gentenaar Karel Van Hulthem, die ruim 30.000 drukken in meer dan 60.000 boekdelen en maar liefst 1.000 handschriften naliet.

Die voorbeelden, en er zijn er talloze, bevestigen de patrimoniumdragende rol van bibliofielen. Maar die maken zich de jongste tijd nogal wat zorgen. Niet om het eigen bibliofiele tijdverdrijf. Want dat wordt geenszins gehinderd door nieuwe werktuigen als de e-reader.

Het hedendaagse uitgeversbedrijf wordt, zoals onlangs in ‘The Bookseller’ werd beschreven, door een nieuwe werkelijkheid overvallen. De digitale revolutie maakt dat een boek of een zeldzame tekst, op elk moment, op vraag van gelijk wie, gedrukt of herdrukt kan worden, of naar een e-reader doorgeseind. Maar die prints uit de digitale snelkeuken kunnen nooit wedijveren met de originele uitgaven die de bibliofiel op de plank wil hebben.

Waar de waarachtige letterenvriend zich zorgen om maakt, is de toekomst van de grote bibliotheken en instellingen die het culturele en literaire patrimonium, en het gedrukte en geschreven geheugen van een gemeenschap bewaken. Neem nu de Vlaamse overheid. Die sponsort op de Vlaamse feestdag barbecues en buurtfeesten, maar heeft steeds minder aandacht voor de eigen culturele instellingen en laat zich voor haar cultuurbeleid veelal leiden door de waan van de dag.

Ook de biculturele instellingen, zoals de Koninklijke Bibliotheek, lijden onder een gebrek aan financiële middelen en ondervinden de grootste moeite om hun collecties voor het nageslacht te behouden, laat staan ze te verrijken.

De Vlaamse Gemeenschap moet zich, zoals Ludo Simons het ooit schreef, dringend bezinnen over de toekomst van haar eigen verleden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect