De moraal van het schuldverhaal

Het is bonje onder economen, nu een bekende studie het verband tussen hoge schuld en lage groei heeft overschat. Laten we de groeicalculus even inruilen voor de vraag of meer schuld moreel goed of slecht is.

Door Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera en docent aan de Universiteit Gent

Wie schulden maakt, besteelt de toekomst: toekomstige welvaart moet de schulden van het verleden afbetalen. Onze grootste schuldfactuur is die van de vergrijzing. De pensioenen en de gezondheidszorg die de babyboomers zichzelf hebben beloofd, hebben ze niet zelf gefinancierd. De volgende generatie zal de rekening moeten oprapen. Trek die factuur naar het heden, en we kijken aan tegen een staatsschuld van rond 400 procent. Elke vraag voor meer schuld is dus de vraag om de jongere generaties, bovenop de enorme last van de vergrijzing, nog meer in onze schuld te verzuipen.

Wie wordt overigens rijk van de schuldverslaving die Europa en België al meer dan dertig jaar kenmerkt? Afbetalingen en intresten op de schuld gaan naar zij die geld over hadden om het uit te lenen: banken, bemiddelde spaarders en grote beleggers. Elke euro die gaat naar schuldaflossing kan niet gaan naar lokale investeringen in infrastructuur, onderwijs of sociaal beleid, noch naar lastenverlaging die de burgers meer vrijheid geeft.

Herverdeling

Overheidsschuld is een georganiseerde regressieve herverdeling van de welvaart van de toekomst naar de rijken van vandaag. Kijk naar de staat van de wegen, schoolgebouwen of ziekenhuizen in België en je ziet het resultaat van een land dat elk jaar verplicht is een belangrijk deel van zijn inkomsten naar schuldaflossing te draineren. Het maatschappijbeeld van schuldverslaving is dat de rijken rijker worden, de armen minder kansen kunnen krijgen, en iedereen tot een vorm van schuldslavernij wordt veroordeeld. Wat anders is vandaag het lot van de volkeren in Zuid-Europa?

Excessieve schuld was ook hét fundament onder de vastgoedbubbels en het casino op de financiële markten, die ons uiteindelijk in de crisis hebben gestort. De basis van onze schuldencrisis zijn schulden. Nog meer schuld zal de crisis dus niet oplossen.

Daarmee is niet gezegd dat de manier en het tempo van schuldaflossing niet moeten worden bewaakt, noch dat het hoe en waar van besparen of belasten geen belangrijke beleidskeuzes vergen. Daarmee is evenmin gezegd dat geen ruimte nodig is voor investeringen, zelfs met schuld, die gericht zijn op toekomstig economisch potentieel voor de jongeren. Wel is daarmee gezegd dat er geen duurzaam alternatief is voor volgehouden budgettaire discipline.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content