Druk, druk, druk

©MFN

Iemand die verlof zonder wedde neemt om zijn job te kunnen doen. Dat is in essentie het verhaal van filosoof Johan Braeckman. Hij verlaat voor een jaar de universiteit, om eindelijk eens ongestoord en grondig te kunnen lezen en nadenken.

Door Dave Sinardet, politicoloog aan de VUB

Dat zijn aankondiging hem heel wat reacties en media-aandacht opleverde lag ongetwijfeld aan het opmerkelijke van zijn démarche, maar wellicht nog veel meer aan de herkenbaarheid van zijn drijfveren.

Die sluiten voor een stuk aan bij een algemene ergernis over de niet aflatende druk van mails, pushberichten en allerhande biep-producerende toestelletjes, symbool voor een doordenderende prestatiemaatschappij met steeds meer burn-outs of erger tot gevolg. Niet enkel langer werken maar ook beter werken zou een verkiezingsthema moeten zijn.

Maar het verhaal van mijn Gentse collega zegt ook iets over een meer specifieke malaise in de academische wereld, die ik al jaren onderhuids zie sluimeren en waarvan symptomen steeds vaker aan de oppervlakte komen. Almaar meer academici hebben het gevoel dat ze niet meer (voldoende) toekomen aan wat ze als de kern van hun opdracht zien.

Dat ligt aan verschillende evoluties. Eén daarvan is ongetwijfeld de administratieve belasting. De Vlaamse overheid herleidt niet enkel zichzelf tot een bureaucratisch kluwen en maakt niet enkel de lokale overheden het leven zuur met planoverlast. Ze verstikt ook steeds meer de universiteiten in allerhande rapporten en procedures. Een administratieve druk die binnen de universiteit ook grotendeels op de individuele academici terechtkomt. Uiteraard moet er controle zijn, maar of de kwaliteit daarvan evenredig stijgt met de toename van de papierberg valt te betwijfelen.

Een ander probleem is de zogenaamde 'publicatiedruk', waarover heel wat (vooral jonge) onderzoekers vorige zomer een alarmkreet slaakten via een succesvolle petitie. Wie academisch carrière wil maken moet zoveel mogelijk A1-publicaties achter zijn naam zien te krijgen, artikels in een beperkt aantal vooral Engelstalige tijdschriften, gerankt door een Amerikaans commercieel bedrijf.

Vaak worden de toenemende gevallen van wetenschapsfraude hiermee in verband gebracht. Uiteraard zijn die in de eerste plaats een persoonlijke fout en verantwoordelijkheid, maar dat ze gedijen in het huidige academische systeem, daar is intussen een vrij grote consensus over.

Niet dat wat publicatiedruk per definitie slecht is. Ook dat men met duidelijkere criteria de willekeur en ondoorzichtigheid van weleer tracht te vervangen is positief. En het is ook goed dat academici aangezet worden om deel te nemen aan het internationale wetenschappelijke debat. We moeten niet terug naar de tijd dat professoren enkel doceerden en verder heel hun carrière teerden op dat ene boekje dat ze ooit hadden uitgegeven bij het Davidsfonds.

Maar de huidige beoordelingscriteria zijn wel zeer kwantitatief, waardoor een ratrace is ontstaan om het hoogst mogelijke aantal toppublicaties. En de criteria zijn vooral eenzijdig. Humane wetenschappers hebben ook een maatschappelijke rol, die vandaag amper wordt gevaloriseerd.

Dat ligt voor een stuk aan het academische systeem zelf maar ook aan de manier waarop de Vlaamse overheid de universiteiten financiert, regels die ook de individuele beoordeling van academici grotendeels bepalen. Wat onderzoeksoutput betreft tellen daar vooral die beruchte A1-publicaties mee, al is er voor de humane wetenschappen al wel een iets ruimere categorie gecreëerd. Alles wat niet strikt academisch maar wel maatschappelijk relevant is valt daar echter volledig buiten.

Wie thema's kiest die internationaal minder goed in de markt liggen en/of zijn onderzoek en inzichten naar een ruimer publiek vertaalt via vulgariserende publicaties, lezingen of andere kanalen wordt daarvoor zeker als beginnende onderzoeker gepenaliseerd.

Een lukraak en recent voorbeeld is het werk van historicus Herman Van Goethem als conservator van de Dossin Kazerne. Zonder twijfel van grote maatschappelijke waarde, maar het wordt in het huidige systeem niet expliciet gevaloriseerd.

Ere wie ere toekomt: één van de weinige politici die de perverse maatschappelijke effecten van de doorgedreven kwantificering al van in het begin aankloeg was toenmalig Vlaams parlementslid Bart De Wever, uit zijn ervaring als onderzoeker op de universiteit. Maar zijn partij lijkt de voorbije jaren binnen de Vlaamse regering niet op het dossier te hebben gewogen.

Verder reageerden sommige politici vorig jaar op de petitie over publicatiedruk, maar zoals zo vaak viel het debat al even snel weer stil dan het was opgeflakkerd. De vraag welke universiteit we willen is nochtans niet enkel voor academische middens relevant, maar voor de hele samenleving. En dus ook bij uitstek een thema voor een verkiezingscampagne. Het moet niet altijd over fiscaliteit gaan.

Eigenlijk valt hier nog zo veel meer over te zeggen, maar ik moet u nu dringend laten. Om verder te werken aan mijn volgende internationale publicatie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud