Politieke gezelschapsspelletjes

Wie moet federaal premier worden? Zo’n progressieve frontvorming, is dat geen idee? Zou de partij van Bruno Tobback toch niet beter van naam veranderen? En wat voert Bart De Wever met zijn N-VA echt in het schild? In afwachting van de verkiezingen van mei 2014 worden oude politieke gezelschapsspelletjes nog eens uit de kast gehaald.

Door Rik Van Cauwelaert, columnist

U beseft het wellicht niet, maar we zijn besmet geraakt door het ‘democratische vermoeidheidssyndroom’. En volgens schrijver David Van Reybrouck, gangmaker van het burgerforum G1000, moet daar dringend wat aan gedaan worden. ‘Politici stemmen hun beleid af op de volgende verkiezingen en dat maakt krachtdadig besturen onmogelijk’, stelt Van Reybrouck vast. Al zegt de bezorgde schrijver er niet bij wat hij precies bedoelt met krachtdadig besturen.

In een nog te verschijnen boek met de provocerende titel Tegen verkiezingen, stelt Van Reybrouck daarom voor om de politici niet langer te verkiezen, maar te loten. ‘Zo’n loting kan de machteloos geworden democratie opnieuw vaart en pit geven’, daar lijkt Van Reybrouck van overtuigd.

De idee om aan verkiezing ook een loterij te verbinden, werd eerder al geformuleerd door de Amerikaanse academicus Philippe C. Schmitter, tot voor kort verbonden aan het European University Institute in Firenze. Schmitter is begaan met wat hij ‘real-existing democracy’ noemt, en hij stelt voor om naar oud Grieks model burgers uit te loten die dan gedurende een maand sommige wetsvoorstellen of ontwerpen onder de loep nemen. De politieke lotelingen krijgen tevens de macht om die wetteksten goed te keuren of te verwerpen

Bedrijfstak

Het zoeken naar nieuwe vormen van democratie en het verfijnen van het parlementaire systeem is een aparte bedrijfstak geworden. De parlementaire democratie is immers een werk in uitvoering, voortdurend onderhevig aan veranderingen, en soms zeker op Europees niveau - aan regelrechte mutaties die vertwijfeling en onrust in de hand werken.

In 1975 verscheen in Washington het felbesproken rapport ‘On the governability of democracies’, nog altijd te lezen op internet. Het ging om studiewerk geleverd door de Trilateral Commission, opgericht door David Rockefeller, samen met onder anderen Paul Volcker en Alan Greenspan, de latere voorzitters van de Federal Reserve, en de Nederlander Max Kohnstamm, de belangrijkste medewerker van Jean Monnet.

De auteurs voorspelden een bleke toekomst voor het democratische stelsel in de westerse landen. En dat als gevolg van een overbevraging van de regeringen door de maatschappij, een gestage afbraak van de sociale orde, een verzwakking van de politieke leiders en de individualisering, maar ook de vervreemding van de burgers.

Enkele jaren geleden, nadat het Vlaams Belang zijn electorale hoogtepunt bereikte, schreef VUB-prof Mark Elchardus: ‘Het parlement stelt niets meer voor’. En hij vroeg zich af: ‘Moeten we proberen het parlement te herwaarderen of meteen op zoek gaan naar nieuwe, meer levendige vormen van democratie?’

Te onzent zorgen de samenvallende federale, regionale en Europese verkiezingen en een mogelijke nieuwe opstoot van de N-VA van Bart De Wever voor zenuwachtigheid. Dat valt op te maken uit het politieke heen en weer geroep van de voorbije weken.

Ploegsport

Moet Bart De Wever, als zijn N-VA inderdaad als grootste partij uit de stembus komt, het federaal premierschap claimen? Hoe bestaat het dat CD&V-kopman Kris Peeters beweert niet geïnteresseerd te zijn in de Wetstraat 16? Zo’n progressieve frontvorming, is dat geen oplossing voor de problemen van de sp.a die volgens de Wetstraatauguren ‘onvoldoende smoel en perspectief biedt in deze onzekere tijden’? Of moet de partij van Bruno Tobback maar eens van naam veranderen? En reken maar dat binnenkort de fopspeen van de federale kieskring nog eens wordt opgediept.

Kennelijk worden bij gebrek aan een grondige maatschappelijke discussie de oude politieke gezelschapsspelletjes uit de kast gehaald. En de partijen, die verkeerdelijk de media gelijkstellen met de publieke opinie, laten zich gewillig meeslepen. Want de voorspelling van de oude Joseph Schumpeter is uitgekomen: de parlementaire democratie is een competitie tussen ploegen van politici die strijden om de stem van de kiezer en de macht die daaruit voortvloeit. Voor de partijen en hun marketeers is het dan zoeken naar figuren op wie elke burger en elke belangengroep zijn wensen of programma kan projecteren. Zodra de kiesplicht is vervuld, wordt de burger geacht zijn mond te houden en het besturen aan de beroepspoliticus over te laten.

Een probleem dat evenwel nooit meer ter sprake komt, is dat de verkozen politici nooit rekenschap moeten geven. Het parlementaire systeem, vakkundig gecontroleerd door de partijen, zorgt daarvoor.

De verkozenen die de meerderheid vormen in het parlement worden door hun respectievelijke partijen gedresseerd tot waakhond van de regerende coalitie. En mocht de kiezer het toch in zijn hoofd halen om de ondermaats presterende politicus of politica bij een volgende verkiezing naar huis te sturen, dan wordt die door zijn partij zonder verpinken opgevangen en gedropt in een of andere vorstelijk betaalde topbenoeming of belast met een Europese of internationale opdracht.

Hybride democratie

Het resultaat hiervan is de tegen-democratie of hybride democratie - zeg maar het door de burger georganiseerde wantrouwen - , tegen projecten als de Oosterweelverbinding, waarvan elke waarnemer weet dat lang niet alle stukken de openbaarheid verdragen. En dan moet de politiek op zoek naar middelen om dit soort burgerinitiatieven te omzeilen, zoals het ‘aanpassen’ van de wetgeving.

De traditionele partijen, die hun levensbeschouwelijke mantels kwijtspeelden, geraken steeds meer in de verdrukking. De Vlaamse liberalen en socialisten kwamen, zoals Louis Tobback voorspelde, bont en blauw uit het Paarse avontuur van Verhofstadt. Open VLD en de sp.a die de Vlamingen nu tot geduld, zuinigheid en langer en harder werken moeten aanzetten, hebben miljarden door de gootsteen gejaagd. Die miljarden werden door diezelfde burgers bijeengeharkt, gedwongen door het herstelbeleid van Jean-Luc Dehaene.

Voor de Vlaamse socialisten valt het echt niet uit te leggen dat zij onder Paars meewerkten aan een enige lastenverlaging op arbeid, maar dan wel die op de hoogste lonen, en aan een voor de Belgische economie ontwrichtend energiebeleid. Diezelfde partijen zijn tegelijk mee verantwoordelijk voor de financiële situatie van de lokale, vooral stedelijke besturen, die door analisten onheilspellend wordt genoemd.

Politieke klimaatverandering

Een federale regering die een selectieproef laat organiseren door een duur headhuntersbureau om een nieuwe spoorbaas te benoemen en dan plots een andere kandidaat op die post installeert (die overigens voor een gelijkaardige functie een onvoldoende kreeg), wekt allerminst vertrouwen. Electoraal kleurt die schabouwelijke benoemingshandel tussen sp.a-kopman Johan Vande Lanotte en de liberaal Didier Reynders onvermijdelijk af op de partijen van de meerderheid.

Alle gissingen en voorspellingen over het toekomstige federale premierschap ten spijt zullen de regionale verkiezingen de toekomst van het federale koninkrijk bepalen.

In 2009 behaalde de N-VA in Vlaanderen 13,1 procent. Een verdubbeling van dat percentage, wat bescheidener is dan de federale uitslag van 2010, betekent dat de Vlaams-nationalisten van De Wever de eerste partij worden in het Vlaams parlement en bijgevolg het minister-presidentschap zullen opeisen. Als de N-VA, zoals de peilingen laten uitschijnen, in Brussel tot grootste Vlaamse partij opstoomt, volgt er in het Hoofdstedelijk Gewest een politieke klimaatverandering en wordt het leven van de volgende federale premier er niet comfortabeler op. Met dat laatste lijkt Kris Peeters nu al rekening te houden. En bij de PS valt te horen dat een Europees Commissariaat premier Elio Di Rupo welgevallig zou zijn. Jammer genoeg voor hem en de PS koestert voorzitter Paul Magnette dezelfde ambitie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n