Wie sport belangrijk vindt, investeert in de basis

©rvdoc

Wat houdt opiniemakers en experts bezig buiten hun dagelijkse taak? Om dat te weten lieten we hen ­hun stokpaardje berijden. En schotelen we u hun ‘dada’ voor.

Door Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van de ondernemersorganisatie Unizo

Mensen vragen vaak naar je passies. De mijne zijn al meer dan 25 jaar dezelfde: ondernemen, economie, politiek en sport. Die laatste dada is ongetwijfeld de oudste. Zo was onze tuin in 1976 en 1980 het strijdtoneel voor ‘onze’ Olympische Spelen. Met buurjongens als tegenstander snelde ik als Ivo Van Damme naar de eindstreep op de 800 meter. Tijdens het WK in 1978 werden we Kempes of Rensenbrink - van de Rode Duivels was toen amper sprake. En nog vroeger interviewde buurjongen Johan - alias Fred De Bruyne - me in geel T-shirt als Eddy Merckx.

Sport is voor mij een zalige ontspanning tussen de sociaal-economische en politieke discussies door. Actief, vaak op de fiets, maar ook als toeschouwer in voetbalstadia, een olympisch stadion of langs Tour-wegen. Soms door me zoals nu te wagen aan enkele ideeën over het sportbeleid in Vlaanderen en België.

Panem et Circences, brood en spelen. Al in de oudheid verbonden de Grieken en de Romeinen politiek en economie met sport. Vandaag doen ook grootmachten Amerika, China en de ons omringende landen dat. Bij ons gebeurt dat niet of veel te weinig, met de regionale versnippering als slecht alibi. Vindt een overheid sport belangrijk, dan investeert ze in de basis. Alleen zo haal je excellentie op wereldniveau.

Vorming

Ik zie twee sleutelbegrippen: vorming en infrastructuur. Beide zijn op sportvlak voor verbetering vatbaar. Uiteraard getuigen de topsportscholen van de geboekte vooruitgang. Maar het onderwijs behandelt sport of bewegen stiefmoederlijk. Geen dagelijks uurtje beweging, geen systeem dat namiddagsport structureel toelaat. Het onderwijs focust vrijwel uitsluitend op de versterking van de grijze massa. Ook belangrijk natuurlijk, begrijp me niet verkeerd.

Ach, we moeten niet alles verwachten van het onderwijs, maar een basis is het minste. En daartoe is een portie goede wil, visie en volharding nodig. Daarnaast moeten we ook de kans op naschools bewegen of sporten maximaliseren. Kon ik 35 jaar geleden nog met vrienden ongestoord tegen een balletje trappen op talrijke pleintjes, grasvelden of op straat, dan is dit vandaag minder vanzelfsprekend. Zeker in de sterk verstedelijkte delen van Vlaanderen.

Infrastructuur

Eenzelfde verhaal bij de sportinfrastructuur. De jaren zeventig en tachtig, toen Vlaanderen structureel in zwembaden of sport-en recreatieparken investeerde, liggen ver achter ons. Vandaag zwemmen of sporten we nog in hetzelfde zwembad of centrum van veertig jaar geleden. Toen hypermodern, nu vaak verouderd en versleten. En veel pleintjes of veldjes om vrij te sporten resten ons niet meer. Talloze lokale besturen staan voor een inhaalbeweging. Een serieuze uitdaging en niet eenvoudig in budgettair krappe tijden. Maar elke keuze die je bevolking fitter en gezonder maakt en haar met anderen in contact brengt, is noch economisch noch sociaal fout.

Mogelijk nog erger vergaat het de infrastructuur voor topsport. Elke poging om grotere budgetten in te zetten op vernieuwing wordt links of rechts geboycot. Denk maar aan de verfraaiing van de voetbalstadia. Of de privésector die maar niet bij deze investeringen betrokken geraakt, ondanks het mogelijke potentieel daar. Evenmin slagen we in een globale visie op de vernieuwing van de sportinfrastructuur. In België speelt daarenboven de afstemming tussen de gemeenschappen mee. Willen we zoals vier decennia terug duurzame resultaten boeken, dan moeten volgende regeringen sportinfrastructuur als budgettaire prioriteit beschouwen

Kiezen

Het is een kwestie van kiezen. Voor de bouw van overdekte wielerpistes bijvoorbeeld, niet slecht in een wielerland als België. Of voor multifunctionele topsportcentra, met olympische zwembaden en moderne overdekte sporthallen voor diverse sporten. Voor begeleidingscentra om de betere sporters gezond en wetenschappelijk verantwoord te begeleiden, trainen en coachen.

Waarom niet investeren in een volwaardig hockeycentrum, de nieuwe nationale sport? Of, waarom niet, in een overdekte schaatsbaan nu we een Belgisch uithangbord hebben in die ‘Hollandse’ sport? En uiteraard in een multifunctioneel nationaal (voetbal- en atletiek) stadion. Daarvoor is overleg nodig en moeten alle gemeenschappen in dezelfde richting kijken. Maar laat overleg nu net een sport zijn waarin we uitblinken, al zit het ‘sociaal overleg’ vandaag in een stevige dip.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect