‘Elke herdenking heeft iets van holle retoriek'

Herdenking in Bovington, Verenigd Koninkrijk ©Getty Images

De herdenkingsplechtigheden van gisteren voor de Eerste Wereldoorlog doen de vraag rijzen hoe we met de ervaring van het verleden naar het heden kijken. ‘Ik zie de oude kwalen van 100 jaar geleden opnieuw de kop opsteken.’

Even was er een valse noot bij de plechtigheden voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog gisteren in ons land. Tijdens de verwelkoming van de staatshoofden en de regeringsleiders aan het oorlogsmonument in het Luikse Cointe waande premier Elio Di Rupo zich plots in zijn thuisstad en begon zijn toespraak met: ‘Hier, in Bergen.’ Een lapsus uit vermoeidheid, erkende hij. Maar het voorval illustreert vooral hoe politici zelfs bij de herdenking van ‘100 jaar Groote Oorlog’ de eigen regio en belangen - Di Rupo is titelvoerend burgemeester van Bergen - nooit uit het oog verliezen.

Historici zoals Bruno De Wever wezen er al eerder op. De herdenking van WO I dient in de eerste plaats hedendaagse politieke en commerciële belangen. Geschiedenis komt pas op de tweede plaats. ‘Wie iets van de oorlog wil begrijpen, zal voorbij de herdenkingen ook naar de weerbarstige en complexe geschiedenis moeten kijken. Anders verwordt het verleden tot een hol vat waarin we alleen onszelf horen spreken.’

Daarom vijf vragen aan drie historici, die elk op hun terrein de grote wereldbrand als belangrijkste studieobject hebben.

BIO

Luc De Vos (67)

Professor-emeritus Koninklijke Militaire School en KU Leuven. Auteur van diverse boeken over WO I en WO II.

Korneel De Rynck (28)

Historicus en schrijver, auteur van het boek ‘IJzeren Oogst. Een reis door Europa en de Grote Oorlog’ (2014).

Luc Vandeweyer (57)

Historicus verbonden aan het Rijksarchief en auteur van ‘De Eerste Wereldoorlog. Koning Albert en zijn soldaten’ (2005).

 

De Amerikaanse president Barack Obama noemde ons land bij zijn bezoek aan Ieper dit voorjaar ‘brave little Belgium’. Een juiste typering voor België anno 1914?
Korneel De Rynck: ‘Los van alle patriottistische bijbetekenissen klopt die uitspraak. Het Belgische leger had geen al te sterke reputatie. De Duitsers hadden niet zoveel tegenstand verwacht. Het heftige verzet in steden zoals Luik heeft het Britse en Franse leger de nodige tijd gegeven om zich te hergroeperen. In die zin schuilt er wel een grond van waarheid in.’

Luc De Vos: ‘Men had niet verwacht dat België zich zou verzetten. Men dacht dat we de Duitsers zouden doorlaten. Maar de Belgen hebben niet alleen gevochten, ze hebben de Duitsers echt vertraagd. Daarom werd ons land in de Angelsaksische pers dapper genoemd. De andere, veelgehoorde omschrijving ‘poor little Belgium’ sloeg dan weer op de vele burgerslachtoffers in ons land.’

Wie is schuldig aan de oorlog? Of is die schuldvraag niet relevant?
Luc Vandeweyer: ‘Alle partijen troffen schuld. Er was een context van supernationalisme, waarin de eigen staat werd verheerlijkt. Met een belangrijke etnische connotatie, het eigen volk was belangrijker dan de andere. Er werden geen vragen gesteld bij het recht op veroveren.’

De Rynck: ‘Oostenrijk-Hongarije was een stervend keizerrijk en wou bewijzen dat het nog relevant was. Het zocht een alibi om tegen het nationalistische Servië op te treden. De leuze was: ‘Serbien muss sterbien!’. Uit schrik voor Rusland werd Duitsland om steun gevraagd. Zo kwam een infernaal proces op gang, waarvoor Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Rusland een grote verantwoordelijkheid dragen.’

De Vos: ‘België was de enige mogendheid die geen schuld trof. Alle andere in meer of mindere mate wel. De Fransen voor de sfeer die ze creëerden. Ze hadden in 1870 Elzas-Lotharingen verloren aan de Duitsers en spraken sindsdien over revanche en heroveren. De Britten zagen een kans om een economische concurrent, het Duitse keizerrijk, te verzwakken. En de Duitsers zijn niet voldoende koelbloedig gebleven. Om niet op twee fronten tegelijk te moeten vechten, wilden ze eerst de Fransen en nadien de Russen verslaan. Een gedeelde schuld, kortom.’

Klopt het dat de herdenking eerder hedendaagse politieke en commerciële belangen dient?

Reacties wereldwijd

Francois Hollande, president van Frankrijk

'Hoe kan je neutraal blijven als een bevolking wordt uitgemoord, zoals in Irak of Syrië, waar ze minderheden vervolgen?'

David Cameron, premier van VK

'Bijna elke Britse familie was betrokken, bijna een miljoen Britse levens werden verloren in deze oorlog.'

Koning Filip van België

'Laten we een vreedzaam, eengemaakt en democratisch Europa koesteren en blijven verbeteren.'

Premier Elio Di Rupo

'We moeten ons onverbiddelijk opstellen tegen elke vorm van racisme, xenofobie en antisemitisme.'

Joachim Gauck, president van Duitsland

'In de strijd van de ene cultuur tegen de andere zegevierden gevoelens van superioriteit en extreem nationaal egoïsme.'

 

De Rynck: ‘Elke herdenking heeft iets van holle retoriek. Denk aan uitspraken zoals: ‘We moeten leren leven met verschillen en naar dialoog zoeken.’ Het is aan de media en de historici om dit goed in te vullen. De Duitse president woonde de plechtigheden persoonlijk bij. Ik vind dat een mooi gebaar van verzoening. Ik zie hier niets van politiek opportunisme in. Ook bij de Belgische bewindvoerders zie ik weinig politieke inmenging. De oorlog woedde van Luik tot Ieper, maar er wordt enkel over Belgische soldaten gesproken, niet over Waalse of Vlaamse. Ik betreur wel de commerciële uitbuiting van de oorlog. In Ieper trekken mensen in één beweging van het museum naar de pralinewinkel of de wafelkraam. Oorlogstoerisme is entertainment geworden. We voelen de pijn en ellende niet meer.’

Welke les trekt u uit WO I?
Vandeweyer: ‘Dat internationale samenwerking heel belangrijk is. Onze neutraliteit heeft ons destijds niet gered, wel de verplichting dat de geallieerden verplicht waren om voor ons mee te vechten. Na de Tweede Wereldoorlog zag je dan het begin van een groeiende internationale coöperatie, met de Europese samenwerking, de NAVO. Samen sta je veel sterker, maar dat kan alleen als je bevriend bent met je buren. En dat was in 1914 helemaal anders. Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk waren vijanden en wij zaten daar tussen in. We waren bruikbaar als opmarsgebied.’

Is een Derde Wereldoorlog mogelijk?

Vandeweyer: ‘In theorie kan het natuurlijk altijd, maar ik denk niet dat een WO III voor morgen is. De context is helemaal anders dan in 1914. Je had toen een paar wereldomvattende rijken, zoals het Britse, het Franse, het Duitse en het Russische. Precies daardoor barstte de strijd overal tegelijk los. Vandaag zie ik maar één dergelijke wereldmacht, de VS. Ik zie geen supermachten die, zoals destijds, tegen elkaar ten strijde willen trekken.’

De Vos: ‘Ik kan me nauwelijks inbeelden dat mensen zo dom zouden zijn. Maar ik zie de oude kwalen van honderd jaar geleden opnieuw de kop opsteken. Zoals het niet respecteren van de eigenheid van volkeren binnen staten. Denk aan de christenen in Irak en Syrië, en de moslims, soennieten of sjiieten die er niet aan de macht zijn. Na de omwenteling in Oekraïne was het Russisch bijvoorbeeld plots geen officiële taal meer in het land, nadien is die enkel erkend als regionale taal. Kan je je voorstellen wat er gebeurt als we de Walen zouden zeggen dat het Frans geen officiële taal meer zou zijn in België?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud