België vrijhaven voor oorlogsmisdadigers

Vaak is het in zaken rond oorlogsmisdadigers geforceerd zoeken naar een link met Brussel, omdat alleen daar de nodige expertise aanwezig is (foto: Photo News)

België heeft amper politiespeurders om oorlogsmisdadigers, folteraars, daders van volkerenmoorden en andere misdaden tegen de mensheid te vervolgen. Dat blijkt uit het jaarverslag van het federaal parket, dat De Tijd kon inkijken.

'Zo kan België zijn internationale engagementen niet meer nakomen. En dat kunnen we internationaal écht niet maken’, reageert de federale procureur Johan Delmulle. ‘Het is ethisch verwerpelijk om zulke zware misdaden tegen de mensheid niet te onderzoeken.’

Het federaal parket, opgericht in 2002, is als enige instantie bevoegd om oorlogsmisdadigers die in ons land vertoeven, te vervolgen. Zo voerde het federaal parket al assisenprocessen tegen protagonisten van de Rwandese genocide in 1994, die 800.000 mensenlevens kostte. Vorig jaar werden in die context nog vijf personen aangehouden. Hun proces begint wellicht volgend jaar.

Maar achter die mediatieke assisenprocessen gaat een schrijnend gebrek aan politiespeurders schuil, een wantoestand die wordt aangeklaagd in het jaarverslag van het federaal parket. Alleen bij de federale gerechtelijke politie van Brussel zijn er nog speurders die deze ‘feitelijk en juridisch complexe’ dossiers kunnen onderzoeken, luidt het. Geen enkele andere recherchedienst in België houdt er zich mee bezig.

Link

Om dat probleem op te vangen, moet in elk dossier wanhopig gezocht worden naar een link met Brussel. Zelfs als de verdachten elders in ons land zijn opgedoken.

Bovendien gaat het ook in Brussel maar om acht speurders (en om nog minder onderzoeksrechters) die de nodige expertise hebben. Ruimschoots onvoldoende om het stijgende aantal dossiers op te vangen. Het federaal parket krijgt een pak meer dossiers over ‘ernstige schendingen van internationaal humanitair recht’. De voorbije vijf jaar is het aantal dossiers zelfs meer dan verdubbeld, met 36 onderzoeken in 2005 en 83 in 2010.

De meeste dossiers krijgt het federaal parket doorgespeeld van de commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. Het gaat bijvoorbeeld om een Irakees die in ons land erkenning vraagt als vluchteling omdat hij folteraar was onder het regime van Saddam Hoessein en niet terug kan. Als België hem opvangt, mag hij hier niet ongestraft blijven.

‘Ondanks de ernst van de feiten is er een miniem aantal speurders en moeten er telkens prioriteiten gesteld worden’, luidt het in het jaarverslag. ‘Dossiers zijn prioritair als de verdachten zich op Belgische bodem bevinden, de slachtoffers Belgen zijn of er personen zijn aangehouden. En zelfs voor deze prioritaire dossiers moeten keuzes gemaakt worden.’

Zonder gevolg

In het jaarverslag valt ook te lezen hoe de vorige ministers van Justitie, de federale overheidsdienst én de top van de federale politie de verzuchtingen van het federale parket negeerden. Over de vraag naar gespecialiseerde onderzoeksrechters: ‘Stand van zaken op 31-12-2008: zonder gevolg van de minister van Justitie en/of de FOD Justitie. Op 30 oktober 2009 overleg met beleidscel minister, opnieuw zonder gevolg.’

Ook de top van de federale gerechtelijke politie stuurde de federaal procureur al wandelen. In een brief van 6 september 2010 werden bijkomende speurders uitgesloten omdat misdaden tegen de mensheid ‘geen prioriteit zijn in het Nationaal Veiligheidsplan’.

Het federaal parket hekelt die redenering in zijn jaarverslag. Is het nog objectief te rechtvaardigen dat er wel voldoende onderzoekscapaciteit is om moordenaars die in ons land wonen, te vervolgen als ze de feiten hier hebben gepleegd, en niet als de doden in het buitenland vielen?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content