De geldmachine achter Vlerick

De Vlerick Leuven Gent Management School is niet alleen wereldberoemd in Vlaanderen. Ze prijkt ook al drie jaar als enige Belgische speler in de top 100 van beste voltijdse MBA-opleidingen, ook al zakte ze begin deze week 15 plaatsen naar de 70ste positie. Wat is het geheim van de eliteschool? En hoe slaagt ze erin overeind te blijven? Het ABC van een goed geoliede academische geldmachine.

A. Wie niet rijk is, moet slim zijn.

‘We zijn een bescheiden kmo met een omzet van 32 miljoen euro en 189 voltijdse medewerkers’, zegt Patrick De Greve, de algemeen directeur van de Vlerick Leuven Gent Management School. ‘Ons jaarbudget is beperkt en veel kleiner dan dat van Europese rivalen zoals London Business School of Insead.’

Toch kon de school de afgelopen jaren ongeveer 16 miljoen euro investeren in de uitbouw van twee gloednieuwe campussen: in Gent en in Leuven. Een derde vastgoedproject ligt op de tekentafel: de uitbreiding van de vestiging in Brussel. Kostprijs: 5,7 miljoen euro.

Hoe doet de Vlerick School dat? Door voldoende winst te reserveren: de afgelopen vier jaar was dat 3,2 miljoen euro. En door optimaal gebruik te maken van twee financiële hefbomen: een lening van haar alumni en een erfenis van haar oprichter, André Vlerick.

In 2003 tekenden ruim 350 oud-studenten in op een obligatielening van 2,7 miljoen euro om de bouw van de campus in Gent te financieren. De Vlerick School, die een instelling is van openbaar nut, trad daarbij op als garantiegever. Die obligatielening moet volgend jaar worden terugbetaald, maar de school wil dat vermijden. ‘We gaan met de Vlerick Alumni nakijken of de lening gedeeltelijk kan worden verlengd of kwijtgescholden’, zegt De Greve. Dat om te voor­komen dat de reserves van de school worden aangetast.

Mocht dat niet lukken, dan kan de Vlerick School nog altijd een beroep doen op een andere financiële hefboom. In 2001 kreeg ze een legaat ter waarde van 51 miljoen euro toegewezen. Een schenking uit de erfenis van barones Cécile Sap-Vlerick, de weduwe van André Vlerick, en meteen de grootste indivi­duele gift ooit aan een Europese businessschool. ‘Dat legaat is de ruggengraat van onze school’, zegt De Greve. Het bestaat uit een pakket certificaten van een fonds met Belgische aandelen – ondermeer KBC, Corelio en Spector – waarin André Vlerick en zijn echtgenote jarenlang hebben belegd.

Het voordeel van de schenking is tweeërlei. Hierdoor is het eigen vermogen van de Vlerick School aanzienlijk versterkt. De school kan nu meer lenen, zonder dat de banken daar een slecht gevoel bij krijgen. En uit de winst van het beleggingsfonds kan elk jaar een dividend worden uitgekeerd. ‘Ons appeltje voor de dorst’, aldus De Greve.

De afhandeling van de erfenisprocedure was geen sinecure. Het echtpaar Vlerick-Sap had geen zonen of dochters, maar er waren wel meer dan 45 familiale verwanten - broers, zussen, neven en nichten - die inspraak hadden. Dat maakte van de overdracht een complexe zaak. ‘Uiteindelijk heeft het bijna tien jaar geduurd voor we de certificaten volledig in handen hadden’, zegt De Greve. ‘In de zomer van 2010 werden ze uit een Nederlandse kluis gehaald en aan ons overhandigd.’

Veel wil de Vlerick-directie er niet over kwijt, uit respect voor de familie. ‘Een gegeven paard kijk je niet in de bek’, zegt De Greve. Maar het is duidelijk dat de school door de jarenlange vertraging de nodige inkomsten heeft mislopen.

Het eerste dividend kon pas in 2009 worden geboekt: 1,5 miljoen euro. Dat bedrag was meer dan welkom. Door de economische crisis zag de school haar inkomsten plots fors teruglopen. De opbrengst uit de erfenis zorgde er echter voor dat ze uit de rode cijfers bleef, in tegenstelling tot veel concurrenten.

B. Om te winnen, moet je het spel durven te spelen.

De decaan van de Vlerick Leuven Gent Management School, Philippe Haspeslagh, zegt het niet graag, maar hij heeft een haat-liefdeverhouding tegenover prestigieuze ranglijsten zoals die van de Britse zakenkrant Financial Times. Elk jaar zetten die de scholen met de beste MBA-opleidingen op een rij. ‘Of we nu met 32 plaatsen stijgen of met 15 plaatsen dalen, die rankings zijn voor ons dilemma.’

Dat komt omdat die hitparades een pervers trekje hebben. Financial Times peilt bijvoorbeeld drie jaar na het afstuderen naar de toename van het salaris van de MBA-gediplomeerden en geeft dat criterium een groot gewicht mee in de rangschikking. Er zijn scholen die hun beleid daarop afstemmen.‘Door heel intelligente en ambitieuze jongeren aan te trekken en hen daarna een baan te bezorgen in een zakenbank of bij een groot consultancybedrijf, kan je een geweldige statistische boost geven aan je rangschikking’, zegt Haspeslagh.

Het is een vicieuze cirkel. Door vooral te focussen op die high potentials, worden enorme salarissprongen gemaakt, halen die scholen een gunstige score waardoor het aantal inschrijvingen stijgt en zij in staat zijn om nog meer aantrekkelijke kandidaten en docenten binnen te halen.

De Vlerick School is niet happig om dat spel mee te spelen. ‘Wij rekruteren een groot deel van onze studenten uit de bredere industrie’, zegt Haspeslagh. ‘Zij hebben doorgaans vier tot vijf jaar werkervaring en de salarissprong die zij maken, is niet zo spectaculair als die van een jonge rekruut bij een Londense zakenbank.’

Toch kan de Vlerick School niet volledig afzijdig blijven. Door de toenemende concurrentie op de markt voor businessscholen zijn die hitparades steeds belangrijker geworden. Ze leiden tot een beter imago en een grotere merkbekendheid. ‘Een volle pagina advertentie in de MBA-bijlage van Financial Times kost bijna 19.000 pond’, zegt De Greve. ‘Dan is de rekening snel gemaakt. In de ranglijst staan is veel goedkoper én ook veel efficiënter.’

Dus wil de Vlerick School ook zelf op zoek gaan naar internationale talenten, onder meer in Azië. En met een eigen job- en plaatsingsdienst willen ze die beloftevolle rekruten na hun MBA-diploma zo vlot mogelijk aan het werk krijgen in goed betaalde sectoren met mooie groeikansen. De samenwerking met de Universiteit van Peking is in dat verband van strategisch belang.

Geld speelt een grote rol. Een voltijdse MBA-opleiding bij Vlerick kost zo’n 27.500 euro. Dat is relatief goedkoop. Bij het Franse Insead is dat 51.000 euro en bij de Rotterdam School of Management 38.000 euro. Maar die scholen lokken hun studenten vaak met royale beurzen en leningen. ‘Sommige beloftevolle MBA-kandidaten gaan letterlijk shoppen bij verschillende business schools’, zegt Haspeslagh. ‘Vorig jaar zagen we hier vijf studenten op het laatste moment afhaken omdat ze betere financieringsvoorwaarden hadden gekregen in Rotterdam.’

Om dat te voorkomen is er nu een samenwerking met de Britse makelaar van studiefinanciering Prodigy. ‘Dat bedrijf is opgestart door enkele oud-studenten van Insead en voorziet in een lening die tot 75 procent van het inschrijvingsgeld dekt’, aldus De Greve.

Betekent dat dat de Vlerick School nu toch alles in het werk zal stellen om hoger in de rankings te eindigen? ‘De ranglijsten blijven een middel. Ze zijn geen doel op zich’, aldus Haspeslagh.

C. Als het vlaggenschip strandt, breid dan de vloot uit.

Het lijkt een paradox. De Master of Business Administration geldt nog steeds als het vlaggenschip van de Vlerick School. ‘Die opleiding zit al zestig jaar in onze genen’, zegt Patrick De Greve. Ze is het uithangbord van de school, maar al lang niet meer de belangrijkste inkomstenbron.

‘Bij ons zijn de voltijdse en deeltijdse MBA-programma’s nog slechts goed voor een kwart van de omzet’, zegt decaan Philippe Haspeslagh. Het grootste deel van de resterende inkomsten wordt gehaald uit open programma’s - korte sessies van twee of drie dagen - bedrijfsspecifieke opleidingen en onderzoek voor derden.

Vooral de programma’s op maat van bedrijven doen het erg goed.

‘In dat segment zijn we vorig jaar met 28 procent gestegen’, zegt De Greve. De rangschikking van scholen op basis van hun klassieke MBA geeft dus een vertekend beeld van de markt. Die rankings doen in de eerste plaats dienst als een uithangbord voor de promotie van andere opleidingen.

Sterker nog. Veel scholen blijven hun klassieke MBA-opleiding in stand houden, zelfs als die niet meer rendabel is. Haspeslagh ontkent dat dat bij de Vlerick School het geval is. ‘Het blijft onze bedoeling met alle cilinders te groeien. Maar het is een feit dat de Europese markt voor MBA-opleidingen verzadigd is. De grootste groei ligt nu in het Verre Oosten en Zuid-Amerika.’

Modulaire opleidingen - à la tête du client - zijn veel aantrekkelijker geworden, mede onder druk van de economische crisis. Op de campus in Brussel wil de Vlerick School onder meer weekendprogramma’s aanbieden als alternatief voor de klassieke MBA-opleiding. ‘We mikken daarbij op expats en kaderleden van multinationals’, zegt De Greve.

De Vlerick School is een echte fabriek geworden van afgeleide programma’s. In brochures profileert de school zich als een heuse verkoper van allerlei opleidingen en nieuwe producten. ‘Van off-the-shelf tot gloednieuwe oplossingen’. Er worden zelfs business games aangeboden en er is een Vlerick Gift Shop .

Ook de docenten en studenten zorgen voor nieuwe inkomsten. Klanten kunnen vragen om hun workshop of meeting te laten begeleiden door een Vlerick-professor. En studenten worden uitgeleend om een strategisch vraagstuk in een bedrijf op te lossen.

De school heeft geen andere keuze. ‘We moeten zelf onze broek ophouden’, zegt De Greve. ‘We zijn een autonome instelling.’ Ook andere businessscholen laten op die manier de kassa draaien.

Het steekt Haspeslagh dat een instituut als Harvard Business School nu volop promotie voert rond het concept van ‘experience based learning’. ‘Dat doen wij al jaren. Alleen hebben we er nooit reclame voor gemaakt. In 1958 was André Vlerick al bezig met studenten in allerlei projecten in te schakelen.’

De school wil daaruit lessen trekken. ‘We moeten leren voetballen met de linker- en de rechtervoet’, besluit Haspeslagh. ‘Dus niet alleen uitblinken in academische excellentie maar onszelf ook beter positioneren als een marktgedreven bedrijf.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content