De oorlogsmachine van Bart De Wever

©REUTERS

‘Nooit meer!’, nam Bart De Wever zich in de zomer van 2010 voor. Nooit meer zou hij zich laten platwalsen door de PS. Dus timmerde hij de afgelopen vier jaar aan een oorlogsmachine voor zijn N-VA. ‘Als de PS straks komt aandraven met haar rode curverboxen gevuld met munitie, zullen wij klaarstaan met onze gele curverboxen.’ Hoe de N-VA het PS-model kopieerde bij de uitbouw van de eigen organisatie.

Juli 2010. Bart De Wever (N-VA) komt aan in Vollezele, nabij de taalgrens. Het is een van de eerste hete zomerdagen. De meeste politici zijn aan het bekomen van de korte maar hevige kiescampagne en de enerverende onderhandelingen over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat geldt niet voor de Bart De Wever en Elio Di Rupo (PS). De twee grote winnaars van de verkiezingen hebben zich met een handvol vertrouwelingen teruggetrokken in een landhuis om in alle stilte afspraken te maken voor de komende regeringsonderhandelingen.

Laurette Onkelinx (PS) komt aangewandeld, gracieus als altijd. Ze trekt een reiskoffer op wieltjes achter zich. Die is niet gevuld met kleren, maar met documenten. De delegatie van de N-VA begint zich lichtelijk ongemakkelijk te voelen. In hun aktetassen zitten enkel A4’tjes met halfbecijferde voorstellen. ‘In Vollezele zijn we geplet door de PS-machine’, herinnert N-VA woordvoerder Joachim Pohlmann zich. Ook Sven De Neef, een lid van de studiedienst, kan zich de vernedering voor de geest halen. ‘Ze waren inhoudelijk, technisch, communicatief en politiek-strategisch beter voorbereid dan wij.’

Het overwicht van de PS was zo groot dat een N-VA’er die in Vollezele om de tafel zat, getuigt dat het een goede zaak was dat de onderhandelingen toen zijn afgesprongen voor ze goed en wel begonnen waren. ‘Als het meteen tot echte onderhandelingen was gekomen over inhoudelijke thema’s, waren we door de mand gevallen. We waren niet klaar.’ Hetzelfde geluid is te horen bij een zakenbankier met banden tot in Wall Street, die sinds 2010 de partij vanuit de coulissen af en toe voedt met informatie. ‘De partij komt van ver, vooral op het vlak van economische kennis. Daarom help ik haar af en toe zonder dat iemand dat weet. Ze hebben geluk gehad dat ze de voorbije legislatuur niet in de federale regering gekomen zijn. Dat zou geen zegen geweest zijn voor de partij. Ze stonden er nog niet.’

Commandopost

We spoelen door naar afgelopen woensdag. In de pluchen salons van de Senaatsvoorzitster staan federaal formateur Bart De Wever en Elio Di Rupo oog in oog met elkaar. Opnieuw zijn zij de twee grote winnaars van de verkiezingen. Achter de schermen is ondertussen veel veranderd. Op amper 500 meter van de Senaat, op het N-VA-hoofdkwartier in de Koningsstraat 47, draait een bataljon van een vijftigtal soldaten op volle toeren. De leeuwenkuil, zo noemen ze het zelf. Knappe koppen werken zich uit de naad om de onderhandelingen tot goed einde te brengen. Iedereen beseft dat het nu of nooit is. Als De Wever er niet in slaagt op twee schaakborden tegelijk te schaken, en te winnen, wordt de partij mogelijk veroordeeld tot vijf jaar oppositie, federaal én Vlaams.

De commandoleider die de troepen aanvoert, is Piet De Zaeger. Hij is een studiegenoot van Bart De Wever, een vertrouweling van het eerste uur. ‘Het is een van de weinige mensen op wie Bart blind durft te varen’, zeggen ingewijden. Het was vooral De Zaeger die de oorlogsmachine van de N-VA de voorbije jaren op poten zette en die vanuit zijn commandopost op de zesde verdieping alles overziet. Zijn bureau oogt netjes, overzichtelijk. Geen persoonlijke spullen. Geen frivoliteiten, behalve een zwarte, gele en rode kabouter die op zijn bureaukast in het gelid staan. ‘We zijn al vier jaar bezig de komende onderhandelingen voor te bereiden. De jongste maanden zijn we een versnelling hoger geschakeld. De medewerkers van onze studiedienst hebben versterking gekregen van 28 Vlaamse en federale fractiemedewerkers. Nadat de parlementen ontbonden werden, moesten ze hun bureau verhuizen naar de Koningsstraat. Alle troepen zijn hier gegroepeerd. We nemen nu al drie verdiepingen van het gebouw in.’

Terwijl De Wever en Di Rupo in de salons van de Senaat eerste verkennende gesprekken voeren in een ‘open en constructieve sfeer’, ligt hier de munitie klaar. ‘Ook wij hebben nu, net zoals de PS, fiches per thema. Met een overzicht van ons standpunt, dat van andere partijen, de technische en budgettaire haalbaarheid, de politieke gevolgen…’, verduidelijkt De Neef. Pohlman: ‘Als de PS straks komt aandraven met rode curverboxen, zullen wij onze gele curverboxen laten aanrukken.’

Tranen van Weyts

Om goed te begrijpen welke organisatorische ommezwaai de partij heeft gemaakt, moeten we verder terug in de tijd. Naar 18 mei 2003. Ben Weyts, vandaag ondervoorzitter van de partij, barst op de verkiezingsavond in tranen uit. De N-VA deed voor het eerst mee aan de verkiezingen. De Wever, toen 32, had zijn job aan de Universiteit Antwerpen opgezegd om voltijds politicus te worden. Op een haar na greep hij naast een zitje in de Kamer. Enkel Geert Bourgeois raakte verkozen. De Wever sprak die avond van op een biljarttafel in Wilrijk de ontgoochelde militanten toe: ‘Er rest ons te weinig om te leven, maar te veel om te sterven.’

Zijn woorden waren letterlijk te nemen. Er restte de partij weinig om te leven. Want de slechte uitslag was ook een financiële ramp. De partijkas was leeg tot op de bodem. Vooral uit noodzaak zocht de N-VA nadien toenadering tot CD&V, wat resulteerde in het Valentijnsakkoord van 14 februari 2004. De Zaeger: ‘Ik zie ons nog aankomen op het hoofdkwartier van CD&V. Onze partij bestond toen uit één verkozene en acht man backoffice. CD&V had acht verdiepingen vol met partijsoldaten.’

Maar het kleine broertje werd groot, in de warme schoot van CD&V. De scores verbeterden verkiezing na verkiezing. In 2009 volgde de grote doorbraak, zonder CD&V deze keer. Na de overwinning in 2010 zag De Wever in dat het zo niet verder kon. Hij gaf De Zaeger de opdracht een organisatie die naam waardig uit te bouwen. De Zaeger: ‘Ik ben meteen beginnen aanwerven.’ Het valt op: veel van de mensen die vandaag aan de touwtjes trekken, zijn er toen bij gekomen. In de eerste plaats geldt dat voor Guy Clémer, het hoofd van de studiedienst en volgens vriend en vijand een klasbak.

‘Hij is een van de geheime wapens van onze partij’, zegt Hendrik Vuye, professor staatsrecht aan de universiteit van Namen, die ook bleef ‘plakken’ na de onderhandelingen, waaraan hij als extern expert voor de N-VA deelnam. ‘Clémer is een cijferman, niemand kent de finesses van de financieringswet zo goed als hij. Maar los daarvan heeft hij ook een indrukwekkend netwerk. Hij werkte bij Voka en was een tijdlang hoofdeconoom van Guy Verhofstadt (Open VLD). Hij is lid van de Hoge Raad van Financiën en heeft goede banden met Luc Coene (Nationale Bank) en het bedrijfsleven.’

Clémer is vandaag de sterkhouder van de tienkoppige studiedienst, die werd aangevuld met jong talent als Tillo Baert, Sander Loones, Sven De Neef en Anneleen Van Bossuyt. De jongeren leren het klappen van de zweep van een doorwinterde ‘sherpa’, een man die het gewend is in de coulissen aan toppolitiek te doen. Nog zo iemand is Koen Algoed, de kabinetschef van Vlaams minister Philippe Muyters. Algoed was een tijdlang economisch adviseur van Jean-Luc Dehaene en leidde de studiedienst van CD&V. Hij was ook directeur van Vives, een denktank van de KU Leuven.

Er werd de voorbije twee jaar niet alleen aangeworven, er is ook veel geïnvesteerd in de nieuwe rekruten. De Zaeger: ‘We betalen goed. We doen liever een aanwerving minder dan onze mensen weinig te betalen voor de moordende werkdagen die ze hier kloppen. Vorig jaar hebben we 220.000 euro uitgegeven aan opleidingen. Al onze ‘high potentials’, 45 in totaal, kregen bij Vlerick een opleiding in management en onderhandelingstechnieken. En cursussen Frans bij Berlitz, om het vakjargon aan de overkant van de taalgrens onder de knie te krijgen.’

De manier waarop De Wever en De Zaeger de machine uitbouwden doet denken aan het Emile Vandervelde Instituut, de studiedienst van de PS. De Zaeger zelf is - om voor de hand liggende redenen - niet happig om toe te geven dat hij de mosterd bij de socialistische vrienden haalde. ‘Mij ga je niet horen zeggen dat we ons bediend hebben van het PS-model’, grapt hij. Dan ernstig: ‘De studiedienst van de N-VA is nog steeds veel kleiner dan die van de PS. Dat willen we zo houden. We willen lean en mean blijven. Elke cent die we investeren wordt drie keer omgedraaid. Dat blijft zo.’

De N-VA heeft met deze verkiezingen de jackpot gewonnen. Het jaarbudget groeit van 8 miljoen naar 12,2 miljoen euro. In 2013 had de partij al een eigen vermogen van 18,4 miljoen euro en een jaarlijkse winstreservering van 2,5 miljoen euro. Met het extra geld dat er nu bijkomt, wordt N-VA allicht de rijkste partij van België.

De partij krijgt ook 56 extra parlementaire medewerkers. De Zaeger: ‘Neen, we gaan nu niet stante pede massaal aanwerven, zoals in 2010. Dat heeft weinig zin, want veel hangt af van de uitslag van de onderhandelingen. Welke profielen hebben we het hardst nodig? Als we, zoals sommigen voorspellen, uit de Vlaamse regering gezwierd worden, verliezen we het personeel van de kabinetten. Dat moeten we opvangen. Lukt het wel om federaal én Vlaams een regering op de been te brengen, dan ziet het plaatje er helemaal anders uit.’

Lean en mean, zo omschrijft ook Johan Van Overtveldt de organisatie die hij aantrof toen hij zes maanden geleden besloot zijn hoofdredacteurschap van Trends op te geven om aan te sluiten bij de partij. ‘Het professionalisme dat ik hier aantrof, had ik niet verwacht. Dit is een goed gerund bedrijf. De communicatielijnen zijn erg kort. Er hoeven geen 27 stations gepasseerd te worden voor je iets kunt beslissen. Als iets over de pensioenen besproken moet worden, duurt het geen twee dagen voor De Wever en de pensioenexperts in een kamertje zitten.’ Ook Van Overtveldt is trouwens goed op weg om in de partij incontournable te worden. ‘Het is tamelijk ongezien hoeveel gewicht hij in korte tijd heeft gekregen’, verklapt een N-VA’er. ‘Bart vertrouwt hem, wil hem erbij, ook tijdens vergaderingen die niet meteen in Van Overtveldts expertiseveld liggen. In een mum van tijd is die man tot in de inner circle geraakt.’

Minstens even belangrijk als de interne organisatie is het netwerk buiten de partij waaraan met man en macht wordt getimmerd. Alle nieuwkomers kregen expliciet de opdracht vrienden te maken. De Neef: ‘We werden gevraagd contacten uit te bouwen. In het bedrijfsleven of bij werkgeversorganisaties is dat gemakkelijk. Ze zijn onze natuurlijke bondgenoten. Maar we zoeken ook voelsprieten in de academische wereld, in de administraties, bij de ziekenfondsen en de vakbonden, waar de sympathie voor de N-VA minder evident is.’

Geen geheim

Het is geen geheim dat Voka uitstekende banden heeft met de N-VA. Voorzitter Michel Delbaere heeft een rechtstreekse lijn met De Wever. Deze week nog is Clémer gesignaleerd op het hoofdkwartier van Voka, op tweehonderd meter van dat van de N-VA. Maar niet iedereen uit de ondernemerswereld is ermee opgezet dat anderen weten dat ze aanpappen met N-VA’ers ‘Als u mijn naam in de krant afdrukt, zeg ik onmiddellijk mijn abonnement op’, reageerde een topbankier die we belden om hem te vragen of het klopt dat hij af en toe hand-en-spandiensten levert voor de partij. Een voorzitter van een ziekenfonds waarschuwt dat het ‘zijn functie kan kosten’ als we al te nadrukkelijk schrijven over zijn banden met de N-VA. Van Jürgen Constandt, de directeur van het Vlaams en Neutraal Ziekenfonds, mag wel geweten zijn dat hij sympathie heeft voor de partij. Net als van Johan Van den Driessche, ex-managing partner bij KPMG en vandaag Brussels Parlementslid. Er zijn nog meer topmensen die zich steeds openlijker achter de N-VA scharen. Een ervan is Herman De Bode, Belgisch zakenman en de gewezen topman van het adviesbureau McKinsey in de Benelux. Zo staan in tal van organisaties, zowel bovenaan als onderaan, mensen klaar om hulp te bieden als de partij informatie nodig heeft voor aan de onderhandelingstafel.

Toch is er een zwakke flank aan de oorlogsmachine. Alle N-VA’ers die we spraken maken dezelfde analyse. ‘Vooral op federaal niveau hebben we een handicap, omdat we daar nooit mee bestuurd hebben en dus weinig mensen op kabinetten of administraties kunnen aanspreken. Als CD&V snel een berekening nodig heeft, pleegt ze een telefoontje naar Hans Dhondt, de topman van de fiscus. Of naar Jo De Cock van het RIZIV, als ze iets wil weten over de sociale zekerheid. Die luxe hebben wij niet.’

De Zaeger geeft toe dat daar de gaten in de verdedigingslinie zitten: ‘We hebben niet overal in de overheidsdiensten apparatsjiks zitten. Dat neemt niet weg dat er ook mensen zijn op de lagere echelons die ons willen helpen.’ Hij heeft een oorlogskas voor consultancyopdrachten: ‘Je kan niet alle informatie kopen, maar als je snel een internationale benchmark nodig hebt van hoeveel een maatregel in andere landen kost, moeten die consultants maar op een knop duwen.’

Er is aan veel gedacht. Bijvoorbeeld aan een twaalfkoppig communicatieteam dat erop toeziet dat er de komende weken en maanden geen accidenten gebeuren. ‘Het is zo gemakkelijk de onderhandelingen via lekken naar de pers te torpederen. Het is cruciaal daar snel en juist op te reageren’, zegt een van de communicatie-experts. De N-VA vreest sabotage het meest.

De zwakste plek in het aanvalsplan is dat er misschien geen onderhandelingspartners zijn, en al zeker niet aan de overkant van de taalgrens. ‘Er is de voorbije maanden en jaren allicht onvoldoende geïnvesteerd in de relaties met kopstukken in andere partijen’, merkt een kritische stem op. Al wijzen anderen erop dat er wel degelijk verkenners uitgestuurd zijn, die geprobeerd hebben het terrein aan de overkant te effenen. ‘Er waren contacten, zeker wel. Maar dat gebeurde altijd zeer discreet, op onopvallende plekken, niet zelden via stromannen.’ Niet zoals in 2010, toen De Wever en Didier Reynders (MR) elkaar ontmoetten in het Brusselse sterrenrestaurant Bruneau. ‘Ook dat hebben we met scha en schande geleerd: Franstalige politici willen voor de verkiezingen niet gezien worden met De Wever, en nadien enkel als het echt moet.’

Maar is het speelveld voldoende geëffend? ‘Geen idee. We zullen het snel zien. We hebben wel een oorlogsmachine, maar hebben we iemand om oorlogje mee te spelen?’, vraagt alvast één N-VA’er zich hardop af.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud