‘Italië betaalde 4 miljoen dollar voor ontvoerde Belg en Italiaan'

De Belgische leraar Pierre Piccinin gefotografeerd in Syrië, kort voor hij samen met zijn Italiaanse reisgenoot werd ontvoerd. ©Benoit de freine

Italië zou 4 miljoen dollar betaald hebben aan Syrische rebellen voor de vrijlating van de ontvoerde Belgische leraar Pierre Piccinin en de Italiaanse journalist Domenico Quirico. Dat zegt een Syriër die bemiddelde aan De Tijd. ‘Ik heb het geld gezien en was aanwezig bij de overhandiging.’

Door Harald Doornbos, onze correspondent in het Midden-Oosten

Er wordt voortdurend gefluisterd dat er losgeld is betaald in ontvoeringszaken. Bevestiging daarvoor krijgen is echter aartsmoeilijk. De kidnappers lopen er niet mee te koop en wie het losgeld betaald heeft, houdt de lippen ook stijf op elkaar. Onder andere om niet de kritiek te krijgen de een of andere partij (in dit verhaal de Syrische rebellen) te ‘sponsoren’. Dat is ook zo in deze zaak. De Belgische en Italiaanse autoriteiten ontkennen dat losgeld betaald werd.

De Tijd kwam echter de Syrische bemiddelaar op het spoor die onderhandelde in de ontvoeringszaak van de Belgische leraar Pierre Piccinin en de Italiaanse journalist Domenico Quirico. Ze zaten eerder dit jaar vijf maanden vast in Syrië. De bemiddelaar is lid van de Syrische Nationale Raad (SNR). Zijn naam en verdere details zijn bekend bij de krant. Grote delen van zijn verhaal worden aan De Tijd bevestigd door andere Syrische bronnen.

Lange voorbereiding

Aan de deal gingen maanden van onderzoek en onderhandelingen vooraf, vertelt de man. ‘Omdat de Italiaanse autoriteiten de gekidnapte mannen niet konden vinden, werd ik benaderd door een Syriër. Na veel speurwerk vond ik de gekidnapte Italiaan en de Belg.’ Het duo was in handen van een gematigde rebellengroep uit de stad Qusair.

Nadat hij contact met de ontvoerders had gelegd, ontmoette de onderhandelaar een Italiaanse delegatie in de Turkse stad Antakya, dicht bij de Syrische grens. Die bestond onder meer uit de advocaat van de Quirico-familie en leden van de Italiaanse ambassade in Beiroet. Vervolgens had de onderhandelaar vijf ontmoetingen met de kidnappers. Gedurende de lange onderhandelingen had hij alleen contact met Italianen.

'Vanaf het begin gingen de onderhandelingen over de vrijlating van beiden: de Italiaanse journalist en de Belg. Maar ik heb gedurende de hele periode geen contact gehad met Belgen en ook de Italianen spraken nooit over België. Ik kan dus niet zeggen of de Belgische autoriteiten hebben meebetaald voor het losgeld.'

Losgeld

‘De kidnappers beschuldigden de Italiaan en de Belg van spionage,’ aldus de onderhandelaar. ‘Volgens de ontvoerders had Piccinin al bekend dat hij werkte voor de Belgische geheime dienst.’ Bewijzen daarvoor kreeg hij niet, wel een verzoek tot losgeld. ‘In het begin wilden de kidnappers 10 miljoen dollar hebben voor de twee’, vertelt hij. ‘Ik heb eindeloos met de ontvoerders overlegd om het bedrag te verminderen. Ik zag na een paar weken dat de Italiaanse gijzelaar er steeds slechter aan toe was. Ik heb dat aan de Italiaanse autoriteiten gemeld en gezegd dat de kidnappers akkoord gingen met 4 miljoen dollar.’ De onderhandelaar dreigde ermee de onderhandelingen te stoppen als de Italianen niet akkoord zouden gaan met het bedrag. Maar dat deden ze wel.

In twee zakken

De overdracht van het geld zou niet plaatsgehad hebben in Syrië maar in Libanon. ‘Tijdens de onderhandelingen had ik al dagelijks contact met een vertegenwoordiger van de Italiaanse ambassade daar’, zegt de onderhandelaar. ‘Nadat een deal was gesloten met de ontvoerders ben ik vanuit Turkije naar Beiroet in Libanon gereisd. Daar werd ik in een auto opgehaald door een andere Italiaan die de 4 miljoen dollar bij zich had. Het losgeld werd vervoerd in twee tassen. Ik heb het geld gezien maar nooit aangeraakt omdat ik alleen maar bemiddelde.’ Het geld bestond uit biljetten van 100 dollar die samen ongeveer tien kilo wogen.

Vanuit Beiroet reden de Italiaanse vertegenwoordiger en de onderhandelaar met de 4 miljoen dollar naar een stad in Noord- Libanon. ‘Daar had het contact met de ontvoerders plaats. Een gemaskerde man checkte het geld. Hij telde ieder bundeltje. Om zeker te weten dat het geen valse biljetten waren, had de gemaskerde man zelf dollars bij zich. Hij vergeleek ‘onze’ dollars steeds met z’n eigen dollarbiljetten.’

Bijna ging het mis

Bijna ging de transactie fout. ‘Terwijl wij wel het geld hadden meegenomen, hadden de kidnappers de twee ontvoerde mannen niet bij zich. Dat was tegen de afspraak.’ De kidnappers lieten weten dat Piccinin en Quirico later in een ander deel van Syrië zouden worden vrijgelaten. Er braken enkele zenuwslopende dagen aan. ‘De Italiaanse vertegenwoordiger die bij me was, was behoorlijk nerveus’, herinnert hij zich. ‘We zaten in een afgelegen gebied in Libanon. Ik had voor beveiliging gezorgd maar de kidnappers waren er ook. Wij vreesden dat de ontvoerders het geld zouden meenemen zonder de twee vrij te laten. De situatie was gespannen.’

Maar vier dagen later kreeg de onderhandelaar een letterlijk bevrijdend telefoontje. Zijn contacten in Syrië vertelden hem dat Piccinin en Quirico waren afgezet nabij de Syrisch-Turkse grensovergang Bab-al-Hawa. ‘Toen wisten we dat de deal geslaagd was. De twee waren vrij. We lieten de kidnappers dus vertrekken met de 4 miljoen dollar.’

Krap bij kas

Terugblikkend gelooft de bemiddelaar niet dat de twee westerlingen spionnen waren. ‘Na de transactie vertelden de kidnappers dat ze hen hadden gekidnapt omdat hun eenheid op dat moment nogal krap bij kas zat.’ Nadat de ontvoeringszaak goed was afgelopen, vroegen medewerkers van de Italiaanse ambassade in Beiroet aan de onderhandelaar welke beloning hij wilde. ‘Ik wilde hier geen geld aan verdienen.’ Hij had twee andere wensen. De eerste was een tweedehands nierdialyseapparaat voor een ziekenhuis in Syrië, zijn tweede een Schengen-visum. ‘Zodat ik ook een keer Italië kan bezoeken’, glimlacht hij.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content