Minister Gatz: ‘Cultuur dient eigenlijk tot niets'

©Dries Luyten

Politici moeten niet proberen om via het cultuurbeleid een doel na te streven, vindt de nieuwe Vlaamse minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD). ‘Cultuur dient eigenlijk tot niets, behalve de algemene tevredenheid.’

Op het naambordje van zijn nieuwe kabinet hangt nog steeds ‘Joke Schauvliege, Vlaams minister van Cultuur, Leefmilieu en Natuur’. ‘Ik kon pas eergisteren voor het eerst binnen’, zegt Sven Gatz, de nieuwe Vlaamse minister voor Cultuur, Media, Jeugd en Brussel. Niet verwonderlijk, want Gatz, die drie jaar geleden het fractieleiderschap in het Vlaams Parlement liet voor wat het was om directeur van de Belgische Brouwers te worden, werd nogal holderdebolder Vlaams minister. De Belgische Brouwers is de belangenorganisatie van de Belgische biersector

‘Vorige week donderdag kreeg ik plots een berichtje van mijn partijvoorzitter, Gwendolyn Rutten. Ze wilde zo snel mogelijk afspreken. Sommigen speculeerden al de dag ervoor dat ik een ministerportefeuille zou krijgen, maar ik hechtte er nauwelijks geloof aan’, zegt een ontspannen Gatz. ‘Door dat berichtje wist ik meteen hoe laat het was.’

Is het ministerschap een droom die uitkomt?
Sven Gatz: ‘Ik heb me de voorbije dagen bij het ontwaken telkens in de arm geknepen. Ik was heel gelukkig in het Vlaams Parlement, eerst als gewoon parlementslid en later als fractieleider. Maar ik had het daar na verloop van tijd wel gezien en daarom ging ik in 2011 in op het aanbod van de Belgische Brouwers. Als Rutten me had aangeboden terug te keren naar het parlement, dan had ik neen gezegd. Het ministerschap is evenwel iets anders, omdat je ‘echt’ iets kunt doen.’

Wat hebt u geleerd bij de Belgische Brouwers?
Gatz: ‘Het zou niet slecht zijn mochten meer politici eens proeven van de wereld buiten de politiek. Door mijn passage bij de Belgische Brouwers heb ik aan maturiteit gewonnen. Tijdens mijn politieke carrière heb ik heel wat klappen gekregen, zoals bij het splitsen van de Volksunie (Gatz begon zijn politieke carrière bij de Volksunie, red.). Of tijdens het fractieleiderschap, want de wekelijkse boksmatch met de toenmalige minister-president Kris Peeters (CD&V) in het Vlaams Parlement ging me niet altijd even goed af. Ik zat daar soms hard mee in, maar bij de Brouwers heb ik geleerd dat je daar beter niet al te lang over nadenkt. Het moet vooruitgaan. Dat was een reality check.’

De cultuursector reageert vaak kribbig op zijn nieuwe minister, maar over u zijn nauwelijks onvertogen woorden gevallen. Hoe voelt dat?
Gatz: ‘Het leek bij momenten een bijna-heiligverklaring. Het is altijd fijn om goede reacties te krijgen, maar er zit een serieuze angel aan. Joke Schauvliege (CD&V) werd bij haar entree afgebroken, maar ze heeft uiteindelijk de sector correct beheerd. De verwachtingen liggen voor mij zeer hoog, dus zal ik me van in het begin moeten bewijzen. Maar ik vind dat niet erg, want het is het resultaat van over vijf jaar dat telt.’

Wat mogen we verwachten?
Gatz: ‘Ik spiegel me aan Jack Lang en Patrick Dewael, die respectievelijk Frans en Vlaams minister van Cultuur waren in de jaren 80. Zij waren de coolste vogels van de hoop en dat moet ook als minister van Cultuur. Dewael voegde een scheut rock-’n-roll toe aan het cultuurbeleid. Enkele jaren na hem kwam Bert Anciaux, die tijdens de budgettair ‘vette’ jaren onder de paarse regeringen een serieuze duit in het zakje gedaan heeft door het budget op te trekken. Op die basis wil ik voortbouwen.’

Dat is eigenlijk het beleid van Joke Schauvliege met een scheut rock-’n-roll?
Gatz: (onverstoord) ‘Zo zou een cynicus het zeggen. Een van de doelen van het Vlaams regeerakkoord, en iets waarop mijn partij heeft gehamerd, is het cultuurbeleid in een internationaal kader plaatsen. Heel wat Vlamingen hebben de voorbije jaren internationale cultuurprijzen in de wacht gesleept en dat is geen toeval. Het geeft aan dat we spelen in de Champions League van de cultuur en daar willen we verder op inzetten.’

Wanneer zult u tevreden zijn?
Gatz: ‘Ik vind dat een enorm moeilijke vraag. Ik zou kunnen zeggen dat ze mijn beleid mogen afwegen tegenover de graad van verzuring in de samenleving. Maar dat wil ik niet, want dan is het cultuurbeleid ondergeschikt aan een maatschappelijk doel. Als liberaal geloof ik dat kunst en cultuur een waarde op zich zijn. Ze zijn ontzettend belangrijk, maar ze dienen eigenlijk tot niets, behalve de algemene tevredenheid. Daarom vind ik ook dat kunstenaars moeten doen wat ze willen doen. Ik vind niet dat het budget dat we geven gelieerd moet zijn aan het bereik dat een project haalt. Er moet ook ruimte zijn voor projecten die haast niemand bereiken, maar die wel heel relevant kunnen zijn.’

Cultuur lijkt een evidente besparingspost voor een centrumrechtse besparingsregering.
Gatz: ‘Dat zou kunnen, bijvoorbeeld doordat bepaalde zaken niet geïndexeerd zullen worden. Maar ik denk dat bijvoorbeeld op de VRT harder bespaard zal worden dan op cultuur. Al besef ik wel dat de bijna-heiligverklaringen zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon (lacht). Maar ik beloof de sector dat ik rechtvaardig en in volle transparantie zal werken. Ik zal duidelijk uitleggen waarom iedereen tijdelijk minder zal krijgen en waarom sommigen meer of minder krijgen dan anderen. Maar het is niet de bedoeling bepaalde instellingen of projecten droog te leggen.’

Moet de cultuursector meer externe financiering binnenhalen?
Gatz: ‘Die is altijd welkom. Zo zou de volgende federale regering kunnen nagaan of we de taxshelter, een belastingvoordeel voor wie investeert in audiovisuele producties, kunnen uitbreiden. Die heeft een enorme boost gegeven aan de Belgische film en is intussen robuust genoeg om uit te breiden naar andere delen van culturele sector. Maar de overheid zal altijd de belangrijkste donateur blijven. Het Angelsaksische systeem, waarbij cultuur vooral gedijt op giften, werkt hier niet.’

Geert Bourgeois (N-VA), de nieuwe Vlaamse minister-president, gaf aan dat hij van Luc Tuymans en Tom Lanoye houdt, maar dat de liefde niet wederzijds is. Begrijpt u de kritiek van veel kunstenaars op de N-VA?
Gatz: ‘Hoewel er veel zelfbenoemde vrije cultuurgeesten rondwandelen, durven ze elkaar vaak na te kwekken. Er heerst een soort clangeest. Ik ben ervan overtuigd dat sommigen écht anti-N-VA zijn en dat is hun goed recht. Maar vele anderen zeggen het enkel na.’

Na het uiteenvallen van de Volksunie, waar u uw carrière begon, koos u in eerste instantie voor het Spirit-project van Bert Anciaux en niet voor de N-VA van Geert Bourgeois. Hoe kijkt u naar uw nieuwe baas?
Gatz: ‘Bien étonnés de se trouver ensemble’, zei Bourgeois toen we elkaar net voor de eedaflegging vorige vrijdag voor het eerst opnieuw zagen. Ik had hetzelfde gevoel en dat geeft aan dat er tussen ons toch sprake is van een zekere detente.’

Op de tv-beelden zag het er heel ongemakkelijk uit.
Gatz: ‘Het is nogal logisch dat we elkaar niet in de armen vallen. Twaalf jaar geleden had niemand geloofd dat we elk voor een andere partij samen in de regering zouden zitten. Maar ik heb er vertrouwen in dat het zal lukken. De rol van Geert is nu anders dan ten tijde van het uiteenvallen van de Volksunie. Hij wil zich absoluut bewijzen en als Geert wil bewijzen dat zijn project het goede is, dan lukt dat meestal ook. Dat is een belangrijke levensverzekering voor de nieuwe Vlaamse regering.’

Deelt u als links-liberaal de kritiek van de sp.a dat de ploeg van Bourgeois een besparingsregering is?
Gatz: ‘De kritiek van de oppositie is deels terecht, maar ze gaat zoals steeds veel te ver. Laten we de uitwerking van de nieuwe maatregelen afwachten. Als ze écht nadelig zijn, dan worden ze wel bijgestuurd. De regering geeft duidelijk aan dat de volgende twee jaar moeilijk zullen zijn en dat er nadien beterschap volgt. Uiteindelijk gaat het over relatief beperkte dingen en ik heb niet het gevoel dat de maatregelen in de buurt zullen komen van wat we in de jaren 80 hebben meegemaakt. Het is een moeilijk intermezzo, maar ook niet meer dan dat.’

Behalve voor Cultuur bent u ook bevoegd voor Jeugd, Brussel en Media. Komen die er maar wat bijfietsen?

Gatz: ‘Elke minister van Cultuur focust in de eerste plaats op die cultuurbevoegdheid en dat is ook bij mij het geval. Maar ik heb natuurlijk ook plannen voor die andere beleidsdomeinen. In Brussel zal ik erop toezien dat het geld voor de Nederlandstalige Brusselaars maximaal kan renderen. Bij jeugd is de grote uitdaging de bestaande bewegingen te ondersteunen en daarnaast te proberen het jeugdwerk te ‘verkleuren’. Voor media zal ik dan wel weer veel moeten studeren.’

Als uitsmijter: wat was de laatste toneelvoorstelling die u gezien hebt?
Gatz: ‘Ik moet eerlijk bekennen dat ik het toneel de jongste jaren wat verwaarloosd heb. Ik ben lid geworden van de raad van bestuur van het Brusselse jeugdtheater Bronks - iets wat ik trouwens moet opzeggen. Een half jaar geleden ben ik wel naar een stuk van Joost Vandecasteele gaan kijken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud