Quick naar strafrechter wegens mensenhandel

©BELGA

Hamburgerketen Quick is door de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling doorverwezen naar de correctionele rechtbank. Dat bevestigt de woordvoerster van Quick, Katrien Van Vracem, aan De Tijd. Quick Restaurants, het bedrijf dat de Belgische restaurants beheert, is aangeklaagd in een grote zaak van illegale tewerkstelling, inbreuken op de sociale wetgeving en mensenhandel.

De hamburgerketen zou zijn restaurants hebben laten schoonmaken door personeel dat werd uitgebuit en moest werken in mensonterende omstandigheden. Het Brusselse arbeidsauditoraat startte al in 2006 met het onderzoek. Bij verschillende controles in Quick-restaurants over heel België ontdekte sociale inspecteurs dat er gewerkt werd met poetsers die illegaal in ons land waren en werden uitgebuit. Ze waren aan de slag voor Brusselse schoonmaakbedrijven die werkten als onderaannemers voor Quick. Ze presteerden onmenselijke werkuren en kregen daarvoor een hongerloon. Het gerecht verzamelde feiten die zich uitstrekken van 2006 tot een met 2011.

Oorspronkelijk vervolgde het Brusselse arbeidsauditoraat naast Quick Restaurants ook een 25-tal franchisenemers bij wie de misdrijven zijn vastgesteld. Maar daarvan is slechts een handvol doorverwezen naar de strafrechter. Het zijn dus vooral Quick zelf en een 14-tal andere verdachten die de touwtjes in handen hadden bij de malafide schoonmaakbedrijven, die zich moeten verantwoorden voor de ernstige aanklachten.

De woordvoerder van het Brusselse arbeidsauditoraat, Fabrizio Antioco, wil geen enkele commentaar of informatie geven over de zaak. De beslissing van de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling dateert van voor de vakantie, maar raakte nog niet bekend. Quick probeert nu nog met een ultieme procedure voor het Hof van Cassatie de strafrechter te ontlopen.

Voorgeschiedenis

De eerste berichten dat Pakistaanse schoonmaakfirma’s hun personeel uitbuitten om restaurants van Quick spotgoedkoop schoon te maken dateren al van ruim 13 jaar geleden. Het personeel moest zeven dagen per week werken, altijd ’s nachts en tegen een hongerloon. Maar destijds vond de sociale inspectie dat Quick zelf geen schuld trof. De Pakistani die werden uitgebuit, waren geregistreerd als ‘aannemers’ en Quick zou daarom niets in de gaten hebben gehad. Bovendien bleken de Quick-restaurants die zelf instonden voor hun schoonmaak, wel in orde te zijn. Quick beloofde in 2001 voortaan wel de achtergronden van het poetspersoneel te laten natrekken.

Maar in 2007 kwam ook Quick zelf in nauwe schoentjes. Bij controles van de sociale inspectie in zeven vestigingen in het Antwerpse liepen de meeste opnieuw tegen de lamp. Er waren twee Brusselse schoonmaakfirma’s aan de slag. Die werkten met illegalen. Sommigen moesten het stellen met een hongerloon van 3,30 euro per uur. Anderen kregen per maand slechts vier vrije dagen en moesten zeven uur per nacht werken. En ook de uitbaters van de restaurants konden hun handen niet langer in onschuld wassen. Er was een contract gevonden waarbij de schoonmaker moest beloven de eerste 15 dagen gratis te werken.

In 2011 kon de sociale inspectie dezelfde overtredingen vaststellen in Brusselse Quick-restaurants. Ook  in Charleroi en Luik waren intussen al wantoestanden blootgelegd. Ook de franchisehouders werden door het arbeidsauditoraat van Brussel opgeroepen voor verhoor. Maar Quick bleef volhouden dat alleen met bonafide onderaannemers werd gewerkt.

In maart 2012 besloot het arbeidsauditoraat van Brussel niet langer alleen de schoonmaakbedrijven te vervolgen, maar ook Quick Restaurants nv en 25 franchise-nemers van de bekende hamburgerketen. De vaststellingen doorheen de jaren dat over heel het land mensen zijn uitgebuit om restaurants van Quick schoon te maken, konden voor het arbeidsauditoraat niet langer door de beugel.

Quick reageerde in 2012 opnieuw verrast over de wending in het aanslepende dossier. De hamburgerketen was naar eigen zeggen nog niet lang voor de vervolging een eerste keer verhoord door het gerecht. En Quick had zich ook zelf burgerlijke partij gesteld in de zaak. Want de keten zou al haar franchisenemers uitdrukkelijk verplichten om de wet correct na te leven.

Toch ging het Brusselse arbeidsauditoraat achter gesloten deuren verder met de vervolging van Quick samen met negen verdachten die de schoonmaakploegen in onderaannemeng leverden. In eerste aanleg bleek Quick nog gelijk te krijgen van de raadkamer. De zware aantijgingen van illegale tewerkstelling, inbreuken op de sociale wetgeving en zelfs regelrechte mensenhandel zouden dan toch niet kunnen hard gemaakt worden voor Quick als opdrachtgever. Maar de openbaar aanklager ging in beroep en de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling heeft het openbaar ministerie toch gelijk gegeven. Op 16 mei is Quick dan toch doorverwezen naar de strafrechter. Quick laat weten dat het nog een cassatieprocedure voert tegen die beslissing.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect