Van Rossem verliest na 22 jaar strijd tegen minister van Justitie

©BELGA

Jean-Pierre Van Rossem voerde jarenlang een juridische strijd tegen de minister van Justitie over een huiszoeking die meer dan 22 jaar geleden plaatshad. Maar de strijd is nu verloren, vernam De Tijd.

Dat procedures ellenlang kunnen aanslepen, is een open deur intrappen. Maar Jean-Pierre Van Rossem, de 67-jarige econoom die volgend jaar nog eens met zijn eigen partij ROSSEM deelneemt aan de verkiezingen, heeft nu pas zijn strijd verloren tegen de minister van Justitie over een onregelmatige huiszoeking die plaatsvond in... 1990.

Op 24 juni 1990 ondertekende een Antwerpse onderzoeksrechter verschillende mandaten voor huiszoekingen bij Van Rossem thuis en in zijn bedrijven. Het was de start van het gerechtelijk onderzoek naar Van Rossems beruchte firma Moneytron, opgericht in de jaren 80, waarmee hij grote sommen geld belegde voor kapitaalkrachtige klanten. Maar het systeem ontspoorde. Het Antwerpse gerecht opende een onderzoek naar schriftvervalsing, misbruik van vertrouwen en het uitgeven van ongedekte cheques.

In 1995 werd Van Rossem veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. De uitspraak werd een jaar later grotendeels bevestigd door het hof van beroep. Ook een ultieme procedure bij het Hof van Cassatie bracht eind 1997 geen verandering. Van Rossem belandde achter de tralies.

Maar hij gaf zich nog niet gewonnen. In mei 1998 stapte hij naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zijn advocaat betichtte de Antwerpse strafrechters van partijdigheid. De strafzaak zou ook veel te lang hebben aangesleept. Die aantijgingen kregen geen gehoor, maar het Europees Hof veroordeelde de Belgische staat in 2004 wel voor de huiszoekingen die in 1990 hadden plaatsgevonden. Die waren niet correct verlopen. Er was geen inventaris gemaakt van al wat in zijn bedrijven in beslag was genomen en de onderzoeksrechter zou te ruime onderzoeksmandaten hebben uitgevaardigd.

De Europese veroordeling van de Belgische staat ontketende een nieuwe procesgang voor de Belgische rechtbank om schadevergoedingen te krijgen voor de onterechte huiszoeking. In eerste aanleg vorderde Van Rossem meer dan 50.000 euro van de minister van Justitie.

Maar zo’n vaart liep het niet. In februari 2009 ving Van Rossem bot bij de Brusselse rechtbank van eerste aanleg. En ook het hof van beroep heeft Van Rossems vordering nu ongegrond verklaard. De uitspraak dateert van 22 januari, maar is nu pas betekend door de advocaat van de Belgische staat.

Het hof van beroep redeneert dat Van Rossem al meteen na de huiszoeking in 1990 de minister van Justitie had moeten aansprakelijk stellen voor de fouten bij de huiszoeking. Van Rossems advocaat argumenteerde dat zijn cliënt op dat moment nog geen benul kon hebben van de schade die de huiszoekingen zouden veroorzaken. 

Van Rossem en zijn advocaat overleggen nog over een eventuele procedure bij het Hof van Cassatie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content