‘Economische wetenschap is zeer arrogant geworden'

©Thierry du Bois

Een contraire maar invloedrijke stem in de economie heeft een nieuw boek uit. Een gebruiks aanwijzing voor zijn vak. Ha-Joon Chang is een man met een missie. ‘Vertrouw nooit een econoom’.

Er zijn kritische geesten, er zijn dwarsdenkers, en dan is er de Zuid-Koreaanse ontwikkelingseconoom Ha-Joon Chang. Hij staat bekend als ‘een beeldenstormer’ - maar dan wel een met geloofsbrieven. Chang doceert aan de universiteit van Cambridge en kreeg de prestigieuze Wassily Leontief Prize voor zijn grensverleggende denkwerk. Andere voormalige winnaars: de Nobelprijslaureaten Amartya Sen en Daniel Kahneman.

Van Changs boek ‘23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme’ uit 2010 gingen in 31 talen 700.000 exemplaren over de toonbank. Het was een van de meest ontleende boeken in de bibliotheek het Britse parlement. Lezers van het Britse Prospect Magazine stemden hem onlangs in de top tien van de meest invloedrijke werelddenkers. Toen muziekgenie Brian Eno door The Guardian geïnterviewd werd, wilde hij Chang erbij. Ook Bob Geldof en Noam Chomsky zouden fans zijn.

Gerespecteerd en gevierd dus, maar niettemin: contrair. Neem Changs visie op het vrijemarktdenken zoals dat in de praktijk gebracht is met de deregulering van de jaren 80. In zijn ogen werden we daar met zijn allen niet beter van. Al vóór de financiële crisis van 2008 leidde een en ander tot ‘lagere groei, toenemende ongelijkheid en groeiende instabiliteit’.

Ha-Joon Chang: ‘Als je kijkt naar de groeicijfers, stel je vast dat de rijke landen in de jaren 60 en 70 ongeveer 3 procent per jaar groeiden. Nadien ging dat naar beneden. In de jaren 80 werd het ongeveer 2 procent, in de jaren 90 minder dan 2 procent, in het eerste decennium van de 21ste eeuw viel het naar ongeveer 1 procent. Waar is de groei waarmee alle onprettige maatregelen gerechtvaardigd werden?’

Zijn bestseller ‘23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme’ was een bijsluiter bij het kapitalisme, maar Chang is voor alle duidelijkheid geen antikapitalist. Hij noemt het kapitalisme graag, met een knipoog naar Winston Churchill, ‘het slechtste economische systeem - met uitzondering van alle andere’. Hij wil dat het werkt, maar dan anders en beter.

Zijn nieuwe boek heet ‘Economie. De gebruiksaanwijzing’. De titel vertelt het hele verhaal. Economie is te belangrijk om ze aan de professionele beoefenaars ervan over te laten, vindt Chang. Een vaak geciteerde kwinkslag, die hij ooit op een slide van een presentatie aan The London School of Economics zette: ‘Vertrouw nooit een econoom (inclusief mezelf).’ Chang wil het economische debat voor iedereen toegankelijk maken. Dat leidt tot een betere democratie. Missie volbracht: de lancering van de Nederlandse vertaling, deze week in Brussel en Amsterdam, trok veel media-aandacht. Zelfs van televisiezenders.

BIO

Ha-Joon Chang werd geboren in Seoul in 1963.

Studeerde economie en werd later doctor en  docent aan de faculteit economie van de University of Cambridge.

Auteur van invloedrijke boeken over ontwikkelingseconomie, zoals‘Kicking Away the Ladder’ (2002),‘Bad Samaritans’ (2008).

Auteur van de bestseller ‘23dingen die ze je niet vertellen over kapitalisme’ (2010).

Gehuwd, vader van twee kinderen.

 

Uw uiterst leesbare boeken en opiniestukken doen me denken aan die beroemde uitspraak van John Maynard Keynes: ‘Het zou schitterend zijn, mochten economen zichzelf zien als bescheiden, competente mensen zoals...’
Chang: (vult aan) ‘... tandartsen. Zo kijk ik inderdaad naar de economische wetenschap. Ik zie het als een praktische materie, die adviezen verleent over hoe de economie precies werkt.’

‘Helaas is de economische wetenschap zeer arrogant geworden - alsof ze alles kan dicteren. Ook al omdat economen weleens doen alsof ze op alles het antwoord hebben. We worden tegenwoordig een beetje gehersenspoeld met het idee dat alles economie is, en dat alles in economische termen zijn waarde moet rechtvaardigen. Dan krijg je discussies als: waarom zouden we nog literatuur onderwijzen aan onze universiteiten? Of antropologie? Het doet onze productiviteit niet toenemen, onze kinderen hebben meer wiskunde nodig, minder geschiedenis. Maar denken dat economie het ultieme doel is van onze samenleving, is volledig fout. Het is de basis, maar er zijn ook veel andere dingen.’

Economie is ook geen wetenschap, stelt u. Waarom niet?
Chang:‘De basis van een wetenschap is dat ze zich baseert op een objectieve definitie, en het meten van dingen. Maar in de economie is dat onmogelijk, in de eerste plaats omdat we met mensen te maken hebben. Het zijn geen fysieke deeltjes, geen chemische moleculen - zo kan je ze niet benaderen. Ze hebben een vrije wil, ethische oordelen, politieke voorkeuren, vooroordelen, ideologieën. Dat betekent dat alle economische theorieën gebaseerd zijn op bepaalde politieke en zelfs ethische aannames.’

‘Een voorbeeld dat ik vaak gebruik, is kinderarbeid. Toen Europese landen dat in de 19de eeuw aan banden wilden leggen, waren veel vrijemarkteconomen in alle staten. Ze zagen het als een ondermijning van het fundament van de vrije markt - de vrijheid van contract. Ze zeiden: ‘Die kinderen willen werken, de werknemers willen hen aannemen - wat is het probleem? Ze worden niet gekidnapt, of ingezet als slaven.’ Afhankelijk van wat je politiek of moreel aanvaardbaar vindt - kinderarbeid of niet - kan je diezelfde markt dus zien als een vrije markt, of een markt met heel zware overheidsinterventie.’

Een vrije markt bestaat alleen in de abstractie van theoretische modellen, vindt Chang. In de echte wereld zijn markten politieke en ethische constructies. Dé economische wetenschap bestaat ook niet. Er zijn verschillende denkscholen. Chang pleit voor een multidisciplinaire aanpak, en vooral: een focus op de echte wereld en gezond verstand.

Zelf staat u te boek als een andersdenker. Hoe ligt u bij vakbroeders?
Chang: ‘Velen onder hen vinden niet dat ik een econoom ben, of vinden dat ik een verkeerd soort economie bedrijf. Voor hen ben je pas een econoom als je neoklassieke theorieën gebruikt, of mathematische modellen, of statistische tests. Maar er zijn er - ook in de neoklassieke school - die me serieus nemen, en met me in debat gaan.’

‘Jammer genoeg zeggen veel economen vandaag: er is maar één goede manier om aan economie te doen, en die heet: de neoklassieke economie. Ze geeft één antwoord en dat antwoord is overal toepasbaar.’

Chang hekelt onder meer de te hoge graad van abstractie van economische modellen. Hij geeft het voorbeeld van de Nafta, het vrijhandelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico. Hij schetst hoe neoklassiek geschoolde vrijemarkteconomen dat bekeken en verdedigden. ‘Ze zeiden: ‘We beseffen dat het openstellen van de markt misschien banen zal vernietigen in de textiel, of de autoindustrie. Maar weet je: we gaan meer computers verkopen, en meer software, en er zullen meer investeringsbankiers nodig zijn.’ Hoeveel vroegere textielwerknemers zouden nu in de IT werken? Hoeveel automobielwerknemers bij investeringsbanken? Close to zero.

Behalve aan arrogantie bezondigen economen zich ook aan simplisme?
Chang: ‘Exact. Mocht je dat verwijt aan neoklassieke economen voorleggen, zouden ze zeggen: ‘O, maar we kunnen dat in ons model stoppen.’ Alleen: het probleem is dat ze dat niet deden. En waarom niet? Deels om ideologische redenen, deels om hun modellen niet te ingewikkeld te maken.’

Het draait om wiskundige schoonheid?
Chang: ‘Zelf zouden ze wellicht het woord ‘elegantie’ gebruiken. Ik ben niet tegen mensen die modellen bouwen, of schoonheid nastreven. Maar ik heb er wél een probleem mee als je dat probeert toe te passen op de échte wereld.’

Want de realiteit is niet elegant?
Chang: ‘Precies.’

‘Realiteit’ - ‘echte wereld’ - ‘gezond verstand’: het zijn woorden die bijna als een mantra terugkeren in het discours van Chang. Begin jaren 80 trok hij van Seoul naar Cambridge, hoewel hij amper Engels sprak. De reden? Wat hij in Zuid-Korea aan de universiteit te horen kreeg in de lessen economie, kreeg hij niet gematcht met wat hij buiten de auditoria zag.

Chang: ‘Het was een tijd van militaire dictatuur, van grote sociale conflicten, van immense veranderingen in de economie en de maatschappij. Maar we leerden over het equilibrium als basis van de economie, en over marginale veranderingen. Als jonge student kreeg ik te horen dat vrijhandel goed was, en protectionisme slecht. Maar het was wel een tijd waarin Zuid-Korea veel marktbescherming had - heffingen van 30 à 40 procent, veel importquota, allerlei verboden - terwijl de economie met 10 procent groeide. Hoe krijg je dat uitgelegd?’

Basically wilde ik economie studeren om de échte wereld te begrijpen. En om die echte wereld beter te maken.’

Chang doet niet zomaar aan economie, hij voert ‘een guerrillaoorlog tegen het orthodoxe economische denken’. Zo vatte de Britse krant The Financial Times het ooit samen. Chang nuanceert, met de glimlach. Er zijn wel meer economen die zich vragen stellen bij de vrijemarktorthodoxie, zegt hij. ‘Het is niet alsof we maar met zessen zijn.’ Chang was wel - tekenend - een van de eerste academici die zich achter het protest schaarden van studenten economie die klaagden dat hun curriculum nauwelijks werd aangepast na de financiële crisis.

De besparingen na die crisis vinden weinig genade in de ogen van Chang. Begrotingen in het rood zijn voor hem geen no no. Maar schuiven we zo de schulden niet af op de volgende generatie? Chang: ‘Daarin zitten toch ook de kinderen van de mensen die de overheidsschuld kochten? En die krijgen toch intresten?’ Het is exemplarisch voor het denken van Chang: immer down to earth, niet zelden prikkelend en altijd een debat waard.

Een beetje protectionisme kan in zijn ogen evenmin kwaad. Het kan ontluikende industrieën beschermen tegen moordende concurrentie. En o ja, de wasmachine heeft de wereld meer veranderd dan internet, omdat ze er - samen met andere technologische en maatschappelijke revoluties - voor zorgde dat vrouwen eindelijk uit werken konden, en zich echt konden emanciperen. Er zit een ijzeren logica achter, zelfs nu internet hele economische sectoren op hun grondvesten doet daveren. ‘Misschien verander ik binnen tien jaar van idee,’ zegt Chang, ‘maar voorlopig zou ik nog steeds voor de wasmachine stemmen. Al is het natuurlijk onmogelijk om de twee écht te vergelijken. Maar daar was het me ook niet om te doen. Met die uitspraak wilde ik mensen vooral aanmoedigen om de dingen eens anders te bekijken.’

Ha-Joon Chang - Economie. De gebruiksaanwijzing - Nieuw Amsterdam, 304 p., 24,95 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content