leading story

select

Toen Benazir Bhutto in 1988 op 35-jarige leeftijd premier werd van Pakistan was ze de eerste vrouw ooit die de leiding kreeg over een moslimland. Ze was premier van 1988 tot 1990 en van 1993 tot 1996. In de aanloop naar de verkiezingen van 2008 werd ze in december 2007 na een politieke toespraak in Rawalpindi vermoord. Het was een nieuw en pijnlijk dieptepunt in de geschiedenis van de Bhutto-clan, een familie die veertig jaar lang betrokken was bij de politieke leiding van Pakistan, in de regering of in de oppositie. De Franse journalist Arnaud Rawalpindi maakte over de Bhutto’s de erg interessante documentaire ‘La saga des Bhutto ou la politique dans le sang.’ De politiek in het bloed dus, maar de familie heeft daar - net als de Kennedy’s in Amerika en de Ghandi’s in India - een hoge prijs moeten voor betalen. De vader van Benazir, Zulfikar Ali Bhutto, werd in 1971 de eerste democratisch verkozen leider van Pakistan. Van 1973 tot 1977 was hij premier. Hij won in 1977 ook de parlementsverkiezingen, maar hij werd beschuldigd van fraude. Het leger nam de macht over en Bhutto werd gearresteerd en later ter dood veroordeeld. In 1979 werd hij opgehangen. Hij had vier kinderen, waarvan er nog maar één in leven is: zijn dochter Sanam heeft altijd geweigerd zich met politiek in te laten. De andere drie deden dat wel en stierven elk een gewelddadige dood.