ANALYSE | Herstructureringsplannen Vlaamse Opera veroorzaken beroering

(tijd) - De herstructurering van de Vlaamse Opera die de Minister van Cultuur, Bert Anciaux (Spirit), eind vorige week aankondigde, veroorzaakt beroering in het Vlaamse muzieklandschap. De belangrijkste voorstellen van Anciaux zijn de overheveling van de exploitatie van de operagebouwen in Antwerpen en Gent naar de stedelijke overheden en de afschaffing van het koor en orkest van de Vlaamse Opera. Die verhuizen naar DeFilharmonie en het Vlaams Radio Orkest-Vlaams Radio Koor. De mening van de muzikanten is niet gevraagd.

De Vlaamse Opera stond de afgelopen maanden meerdere malen in een kwaad daglicht, onder meer door berichten over een financiële put van 1 miljoen euro en een audit die zwakke plekken van het management aan het licht bracht. Er was ook de aanval van Gerard Mortier op het beleid van de intendant Marc Clémeur in de krant de Morgen. Ondanks al die onheilsberichten doet de Vlaamse Opera, zeker gezien de relatief bescheiden middelen van het huis in vergelijking met de Nationale Muntschouwburg of met buitenlandse huizen, het artistiek helemaal niet zo slecht en verdient hij veeleer geholpen dan gestraft te worden.

Jaarlijks maakt de Vlaamse Opera enkele nieuwe producties die een hoog artistiek niveau halen. Dat lokt interesse van buitenlandse operahuizen, zodat de producties ook verhuurd of verkocht kunnen worden. Recentelijk waren voorstellingen in Japan, Barcelona of Los Angeles in het oog springende internationale successen. Marc Clémeurs neus voor interessante regisseurs als Robert Carsen of Guy Joosten leidde er ook toe dat deze artiesten, nog voor ze internationaal helemaal doorbraken, aan het huis verbonden werden.

Dat de opera steeds minder eigen producties kan brengen en op hernemingen, gastproducties of concertante uitvoeringen moet terugvallen, is betreurenswaardig, maar het illustreert dat de Vlaamse Opera de tering naar de nering probeert te zetten. Dat moet de Vlaamse Opera noodgedwongen ook doen bij de casting: geen Bryn Terfel of Cecilia Bartoli in de Vlaamse Opera, maar wel jong talent, ook van eigen bodem, dat bereid is veel van zichzelf te geven.

Een minpunt is dan weer het imago van de dirigenten en het orkest van de Vlaamse Opera. Dat in het orkest uitstekende musici zitten, valt niet te betwijfelen. Bij de oprichting van de Vlaamse Opera in 1988-89 werden de musici van de operaorkesten van Gent en Antwerpen onder het toeziend oog van Gerard Mortier en Rudolf Werthen grondig gescreend en aangevuld met nieuwe musici om tot een kwaliteitsverbetering te komen. Toch kon het orkest, in tegenstelling tot dat van de Munt, nooit een sterke reputatie als symfonieorkest opbouwen. Ongetwijfeld is dat mede te wijten aan de dirigenten die het ensemble geleid hebben. Clémeur maakte de jongste jaren enkele minder gelukkige keuzes. Hij stootte telkens op veeleer kleurloze figuren die wel degelijk werk konden leverden, maar niet charismatisch genoeg bleken om echt op het artistieke beleid te wegen en het imago te verscherpen. Met Marc Minkowski haalde Clémeur wel een echte topper in huis. De samenwerking verliep echter stroef en werd na enkele maanden al verbroken.

Een operahuis dat niet over een eigen orkest beschikt, is veeleer een uitzondering dan de regel, maar het is het overwegen waard. Omdat onze opera's projectmatig werken, is het best mogelijk per productie op zoek te gaan naar het efficiëntste ensemble. Omdat deFilharmonie en het Vlaams Radio Orkest (VRO) al jaren vragen hun orkesten te vergroten, lijkt er op het eerste gezicht wel wat te zeggen voor een overheveling van het operaorkest naar beide orkesten.

Maar de vraag is of iemand gelukkig is met dat voorstel. Door de operaverplichtingen kunnen de symfonische ambities van onze symfonieorkesten gevoelig afgeremd worden als de orkesten ook niet veel meer middelen krijgen. Natuurlijk rijst er ook een groot probleem als alle orkestleden van de Vlaamse Opera een nieuw onderkomen moeten vinden bij deFilharmonie en het VRO. Beide orkesten bouwen al jaren geduldig en met overleg aan hun orkestapparaat. Omdat de orkestintendanten steeds beter beseffen dat een orkestmusicus niet enkel een uitstekende vakman moet zijn, last men steeds meer evaluatiemomenten in alvorens iemand in vast dienstverband te nemen. Door deFilharmonie en het Vlaams Radio Orkest plots met tientallen musici uit het operaorkest te overspoelen, komen de zorgvuldig opgebouwde orkestteams zwaar onder druk te staan. Hetzelfde geldt nog meer voor de samensmelting van het operakoor met het Vlaams Radio Koor, want stilistisch staat de zangwijze van een kamerkoor haaks op die van een operakoor.

De jongste twintig jaar veroorzaakten fusieplannen in de Vlaamse orkestwereld al vele wonden, die nu weer opengereten worden. In 1988 kondigde de toenmalig minister van Cultuur, Patrick Dewael, ook al aan dat hij het operaorkest met het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen (nu deFilharmonie) wilde samenvoegen. Nadat de plannen van Dewael afgeschoten waren, doken eind 1989 plannen op om het BRT-orkest samen te voegen met deFilharmonie tot een Vlaams superorkest. De suggesties en speculaties sleepten drie jaar aan en verlamden musici in beide orkesten. Telkens weer stuitten die plannen op de musici zelf: zij namen het niet dat managers vooral financiële argumenten aanvoerden, maar veel minder overtuigend de artistieke noodzaak van hun plannen konden aantonen.

23060012

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud