Belg wil niet langer blijven werken

Willen we de vergrijzing het hoofd bieden, zullen we met z'n allen langer moeten gaan werken. Maar de Belg blijkt daar helemaal niet toe bereid. Hij verkiest integendeel om vroeger te beginnen sparen zodat hij rond zijn 60ste op pensioen zou kunnen. Dat blijkt uit een enquête bij 8600 landgenoten, in opdracht van Delta Lloyd Life en De Tijd.

Lees alle conclusies in ons dossier.

De gewenste leeftijd van 60,5 jaar stemt grosso modo overeen met de uitslag van andere onderzoeken. Het bevestigt dat het verschil tussen de gewenste en de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar groot blijft. Maar de huidige generatie actieven wil toch al langer doorwerken dan de gepensioneerden uit het onderzoek. Die zegden dat ze gemiddeld op 57,8 jaar met pensioen gingen. Ook die gepensioneerden zouden nu trouwens een jaartje langer willen werken, als ze opnieuw voor de keuze stonden.

Uiteindelijk wil slechts een derde van alle Belgen doorwerken tot de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Iemands sociaaleconomische positie heeft wel grote invloed op zijn pensioenkeuzes. Van de zelfstandigen is 56 procent bereid minstens tot zijn 65ste te werken. 31 procent wil zelfs langer doorwerken. Van de kaderleden wil 35 procent minstens tot 65 jaar doorwerken. Maar bij de bedienden, ambtenaren en arbeiders is dat respectievelijk slechts 26, 22 en 18 procent.

Bij de zelfstandigen heeft het lage wettelijke pensioen ongetwijfeld veel te maken met de bereidheid om enkele jaren extra aan de loopbaan te breien. Maar meer algemeen is de jobsatisfactie een bepalende factor. Niet onverwacht zijn mensen met een grote jobtevredenheid ook meer bereid hun pensioen uit te stellen. En in de groep die zichzelf 'gepassioneerd' noemt door de job zitten nu eenmaal meer kaderleden en zelfstandigen dan 'gewone' loontrekkenden.

Toch zegt 91 procent van alle deelnemers aan de enquête dat ze hun job graag doen. Dat verhindert niet dat 65 procent het graag wat rustiger aan zou doen. 47 procent zegt dat flexibelere en kortere werktijden en meer vakantiedagen hen ertoe kunnen aanzetten langer te blijven werken. Die reden is daarmee nog iets belangrijker dan een goede gezondheid (46%) en financiële noodzaak (45%).

De analisten van onderzoeksbureau XGM wijzen wel op een paradox. Ondanks de ruime roep naar 'zachte uitbolsystemen' blijkt dat wie nu al de meeste uren klopt, ook het laatst op pensioen wil gaan. Maar dat zijn weer vooral de kaderleden en zelfstandigen met een hoger dan gemiddelde jobmotivatie.

Pensioenbedrag

Een simpele verlaging van de pensioenbedragen zal de reële pensioenleeftijd waarschijnlijk niet zoveel omhoog jagen. Slechts een vijfde van de ondervraagden zegt langer te zullen blijven werken als ze plots zouden vernemen dat hun pensioenbedrag veel lager is dan verwacht. De rest onderneemt gewoon niets, begint meer te sparen of neemt eventueel een bij-job om het gat te dichten.

Dat leidt tot de vaststelling dat de beste manier om mensen langer te laten werken nog altijd is ervoor te zorgen dat ze zich goed in hun vel voelen op hun werkplek. Vooral voor lager gekwalificeerden schort daar blijkbaar nog een en ander aan.

Toch is ook die feelgoodfactor geen absoluut gegeven. Slechts 47 procent van de ondervraagden zegt vrijwillig op (brug)pensioen te zijn gegaan. 38 procent zegt dat zijn vertrek in een 'sociaal' afvloeiingsplan paste. Nog eens 15 procent geeft gezondheidsredenen op als belangrijkste reden voor het vertrek. Bij de arbeiders zegt slechts 24 procent vrijwillig vertrokken te zijn. Bij de ambtenaren liggen de kaarten anders. Daar vertrok 60 procent op een zelf gekozen moment.

Met andere woorden: wie vervroegde uittreding wil afremmen, moet zeker in de privésector niet enkel bij de werknemers maar evenzeer bij de werkgevers aan een mentaliteitswijziging werken.

Lees alle conclusies in ons dossier. Uitgebreide verslaggeving vindt u bovendien morgen in de krant.

Ontdek zelf de belangrijkste enquêteresultaten in onze interactieve grafieken.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud