Bob Dylan - Modern Times

Wie erbij was tijdens Bob Dylans voorlopig laatste optreden in Vorst kan niet anders dan stomverbaasd opkijken bij het aanhoren van 'Modern Times'. Blijkbaar is Dylans stem in de studio tot veel meer in staat dan op het podium en dat ondanks de hartgrondige afkeer van de zanger voor eender welke opnamesessie.

(tijd) Hier worden zijn rafelige woorden niet gehinderd door zijn eigen pianospel. En de tien nieuwe liedjes lijken ook na diverse passages in de verste verte niet op de monotone, onverstaanbare brij die we hem live zagen opdissen. Meer zelfs, ze bieden de fans van Dylan, de gevierde tekstdichter én Nobelprijskanshebber, opnieuw grof geschut.

Muzikaal maakt 'Modern Times' zijn titel niet waar, maar dat had niemand verwacht. Dylan blijft trouw aan zijn blues- en folkroots, met uitstapjes naar country, swingjazz en zelfs een Crosby-achtige crooner. De teneur is er wel een die vooruitgaat, een die - zoals een stoomtrein - zodra op gang getrokken nog moeilijk stil te leggen valt. Dat geeft de songs een natuurlijke drive. Niet alleen de authentieke bluestrips als 'Rollin' And Tumblin'' en 'The Levee's Gonna Break', maar ook de meer weemoedige tracks waarop het tempo lager ligt, zoals het aandoenlijke liefdeslied 'When The Deal Goes Down', hebben een vanzelfsprekendheid over zich die de zanger onderscheidt van veel van zijn generatiegenoten.

Ondanks de titel is er sinds 'Time Out Of Mind' en vooral 'Love And Theft' (dat verscheen op dé 9/11) niet veel veranderd, zeker muzikaal niet. De grootste fans zullen een hernieuwde (maar nooit dominante) politieke boodschap herkennen. Bush wordt echter niet bij naam genoemd, Alicia Keys wel. En daarmee snijdt Dylan natuurlijk hout, want door naar de moderniteit en 'moderne tijden' te refereren, vaak ook metaforisch, richt hij zijn pijlen natuurlijk op de entertainmentindustrie. Maar daar maakt ook hij al jaren deel van uit. Die ambiguïteit en het feit dat hij alleen prijsgeeft wat hij wil prijsgeven zorgen er mee voor dat Dylan een nooit helemaal te vertrouwen en dus aantrekkelijke singer-songwriter blijft.

Onze favoriet is 'Spirit On The Water', een haast luchtig liefdesliedje dat eindeloos voortborduurt, maar op zo'n heerlijke riff ligt dat het niet deert. Een eenvoudige liefdesverklaring krijgt er in de beste Van Morrison-traditie aan het eind iets spiritueels door. Andere tracks moeten het vooral hebben van de kracht van Dylans pen. Zoals 'Workingman's Blues #2', dat zijn titel wél waarmaakt. Of 'Nettie Moore', opnieuw een roman die de schrijver Dylan in een song samenvat. Maar dit keer zit zijn stem helemaal vooraan in het palet en merk je dat hij zijn uiterste best doet om geen lettergrepen in te slikken, zodat elk korreltje dat op zijn stembanden zit zich naar buiten wriemelt. Het verhoogt het authentieke karakter van de plaat, zeker wanneer, zoals in het epische 'Ain't Talkin'' een muzikaal onheil - een snijdende cello, een dreigende gitaarsolo - zijn intrede doet. Deze afsluitende track over iemand die ondanks de boze, wrede buitenwereld halsstarrig voortdoet zegt misschien wel het meest over wie Dylan echt is: 'Ain't talkin', just walkin' / Through the world mysterious and vague / Heart burnin', still yearnin' / Walkin' through the cities of the plague'.

Tom PEETERS

Bob Dylan (zang, gitaar, harmonica, piano en, onder het pseudoniem Jack Frost, ook productie), Tony Garnier (bas, cello), George G. Receli (drums, percussie), Stu Kimball, Denny Freeman (gitaren), Donnie Herron (steelgitaar, viool, viola, mandoline), Chris Shaw (engineering), Grag Calbi (mastering)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud