Cultureel spoor door de mijnregio

Na de sluiting van de zeven mijnen werden de economische en sociale reconversie ingezet, maar een artistieke herontwikkeling bleef uit. Met het Kolenspoorfestival krijgen de Limburgse mijnsites eindelijk een cultureel aangezicht.

(tijd) Het Limburgse mijnpatrimonium was ooit een belangrijke economische sector in ons land. Na de Tweede Wereldoorlog telden de zeven Kempische steenkoolmijnen liefst 44.000 mijnwerkers. Het gros daarvan werd gerekruteerd uit Italië, Turkije, Spanje, Griekenland en Marokko. Die immigratiegolf bepaalt nog steeds het uiterlijk van de mijnregio, die met haar vele gemengde 'cités' of woonwijken al multicultureel was toen 'multiculturaliteit' nog geen modewoord was.

Na de sluiting van de mijn van Zolder op 30 september 1992 wordt de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) opgericht. Het takenpakket van LRM is tweeledig: het beheer van de terreinen en het mijngebouwenpatrimonium, en de reconversie van de regio, economisch én sociaal. Maar een aantal mensen uit de mijnregio vindt dat de LRM één flank van haar beleid laat openliggen: de culturele herbestemming.

Ze richten Het Vervolg op: een organisatie die zich positioneert op het snijpunt van cultuurconservering, cultuur- en erfgoedontsluiting, regionale economische ontwikkeling en samenlevingsopbouw. Directeur Paul Boutsen: 'Culturele reconversie vertelt het verhaal van de kleine man: de ex-kompel die zich onder de grond het pleuris heeft gewerkt, en nu met kruipknieën en stof in de longen thuis zit. Immaterieel erfgoed waarvan we het gevoel hebben dat het de nieuwe beheerders van de koolmijnterreinen Siberisch koud liet.'

De mijngebouwen heropenden pas voor het eerst in 1998 voor het grote publiek, onder impuls van het Streekplatform. Die vereniging was een afsplitsing van Het Vervolg, waarvan de meeste leden waren ingedommeld of andere oorden hadden opgezocht. De eerste editie van het Kolenspoorfestival, genoemd naar de spoorlijn die de vroegere koolmijnen van Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden, Houthalen, Zolder en Beringen met elkaar verbindt, omvatte een brede waaier aan culturele activiteiten. Samen met een professioneel theatergezelschap werkten vier culturele centra uit de streek een grote locatieproductie uit in de koolmijn van Beringen. Het stuk was opgebouwd rond anekdotes van ex-mijnwerkers. In het zog liepen ook op andere mijnlocaties een rist voorstellingen en exposities.

De tweede editie houdt rekening met een aantal verworvenheden. 'Het festival van acht jaar geleden bestond bij de gratie van de erfgoedgedachte. We wilden de soms brute industriële locaties van de mijngeschiedenis tonen. Op die manier werden de sites bereikbaar voor iedereen, van het grote publiek tot potentiële investeerders. Dat is ons gelukt: bij de gemeentebesturen en de reconversiemaatschappij groeide de bewustwording de mijngronden niet zomaar aan hun lot over te laten. De herbestemming van het mijnerfgoed werd eindelijk bespreekbaar', weet Paul Boutsen.

Funshoppen

Die culturele bewustwordingspolitiek heeft haar vruchten afgeworpen. Acht jaar na de eerste editie van het Kolenspoorfestival liggen de Limburgse mijnterreinen er heel wat beter bij. Er broeit iets in de mijnstreek, die zich over 40 kilometer uitstrekt tussen Eisden en Beringen. Neem het mijnterrein van Eisden. Dat wordt ontwikkeld onder het thema 'Leisure'. Funshoppen, ontspanning en sport zijn de leidende thema's. Net zoals de meeste sites kreeg ook Eisden een culturele bestemming met de cinemazaal Euroscoop. Onder de schachtbokken van Eisden wordt dit weekend de theatervoorstelling 'Charbonnage' getoond, een eigen productie van het Kolenspoorfestival. In het stuk vertellen drie mijnwerkers, van wie niemand sinds de grote mijnsluiting in de jaren 80 nog iets heeft vernomen, hun verhaal op een clowneske manier. De voorstelling trekt de komende weken een spoor door de andere mijngemeenten.

In Zolder wordt vandaag ook 'Mineworks: the real sound of the underground' voorgesteld. Aan die cd participeerden muzikanten die direct of indirect een mijnverleden hebben. dEUS-gitarist Mauro Pawlowski speelde twee gitaarpartijen in, en ook Rocco Granata en zangeres Kyoko Baertsoen van Lunascape verleenden hun medewerking aan het project. In de gerenoveerde elektriciteitscentrale van Zolder begint zaterdag het alternatieve filmfestival 'Cinemangiaro'. Ook de Flying Pickets, de groep die werd opgericht na de grote Britse mijnstaking in 1982, treden op in de centrale.

Van alle mijnterreinen is dat van Zolder een van de meest ontwikkelde. De elektriciteitscentrale in eclectische stijl biedt onderdak aan het Europees Centrum voor Restauratietechnieken. Het administratief hoofdgebouw is vandaag een modern bedrijvencentrum en in de voormalige badzaal huist het Centrum Duurzaam Bouwen. Alleen het voormalige ophaalmachinegebouw staat nog leeg. 'Wij hopen er ooit naar te verhuizen', zegt directeur Tom Michielsen van het lokale cultuurcentrum Muze.

Maar het nec plus ultra is het mijnterrein van Winterslag. Het centrale project heet C-mine: een projectencluster met creativiteit als kernverhaal. De cinemazaal Euroscoop opende eind vorig jaar al. Op de fundamenten van de ondergrondse garage, die in de herfst klaar is, komt een nieuwe media- en designacademie. Tegen 2009 neemt het cultuurcentrum van Genk zijn intrek in het machinegebouw van de mijn, samen met een designcentrum en een toeristisch bezoekerscentrum. In de oude paardenstallen worden een boel multimediabedrijven ondergebracht. De magazijnen worden omgebouwd tot het atelier van de plaatselijke keramiekkunstenaar Piet Stockmans. Op de mijnterril van Winterslag komt een recreatief stadspark.

Het Kolenspoorfestival bekijkt de mijnregio, met haar zeven verschillende gemeenten, als één langgerekte stad. Paul Boutsen: 'Iedereen deelt dezelfde geschiedenis: die van migratiegolven, sluitingen, werkloosheid en economische uitdagingen. Wij zien de mijnregio niet als een probleemgebied, maar als een kansenregio. De tienduizenden gastarbeiders brachten niet alleen zichzelf en hun families, maar ook hun taal en cultuur naar Limburg. We moeten dat immaterieel erfgoed koesteren: het is even belangrijk als de economische en sociale heropbouw van de streek. Daarom zijn de meeste producties van het Kolenspoorfestival ook gemaakt met mensen uit de streek. Wij zijn een creatiefestival.'

Maar het gewicht van het donkere mijnverleden mag niet te zwaar op de schouders wegen. 'Het programma is vaak luchtig en komisch, al overstijgt het zeker de Limburgse schachtbokmentaliteit', weet Boutsen.

Het Kolenspoorfestival, nog tot 7 oktober in de Limburgse mijnregio.

Informatie: http://www.kolenspoorfestival.be of 089/86.58.86.

Thomas PEETERS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud