De eigentijdse liefde van Mario Vargas Llosa

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, auteur van klassiekers als 'De stad en de honden' (1963), 'Tante Julia en meneer de schrijver' (1977) en 'Het feest van de bok' (2000), is onlangs 70 geworden.

(tijd) De publicatie van de eerste twee delen van zijn verzameld werk leek er even op te wijzen dat hij zo langzamerhand aan uitbollen dacht. Maar 'Het ongrijpbare meisje' bewijst het tegendeel. Er zijn nog steeds onderwerpen waarover hij zijn zegje moet doen. De liefde, bijvoorbeeld.

In een interview met de Spaanse krant 'El País' omschrijft Vargas Llosa zijn nieuwe roman als 'het verhaal van een eigentijdse liefde, die bepaald wordt door de wereld waarin we leven, en veel dichter bij de realiteit staat dan de romantische liefdes uit de literatuur'. De wereld waaruit Vargas Llosa komt, is er een van extreme tegenstellingen, waarin 'rijk' 'steenrijk' betekent en armen hun leven lang in het vuil van de krottenwijken rond Lima blijven steken.

Maar hoofdpersonage Otilita, het gewiekste dochtertje van een arme kokkin, is vastbesloten vooruit te komen. Via trucjes en fabeltjes verovert ze een plaatsje tussen de rijkeluiskinderen van de villawijk Miraflores. Daar leert ze Ricardo kennen, een brave jongen die als enige droom heeft later in Parijs te gaan wonen.

Als hij daar begin jaren 60 daadwerkelijk belandt, wemelt het in het Quartier Latin van 'jongeren die ervan dromen in eigen land de heldendaad van Fidel Castro te imiteren'. Maar revolutionair is Ricardo niet. Zijn ambities reiken niet verder dan het vinden van een baantje dat hem in staat stelt 'de rest van zijn dagen op een redelijke manier in Parijs te slijten'. Dat hij even later als tolk bij de Unesco aan de slag gaat, is geen toeval. Het beroep is even geruisloos als de jongeman: 'Als we ons afvragen welk spoor mensen met een dergelijke baan achterlaten, zou het eerlijke antwoord moeten luiden: geen enkel, want we hebben niets gedaan, behalve praten voor anderen.'

Verslaving

Ricardo's grijze bestaan wordt doorbroken wanneer hij op een dag zijn jeugdliefde weer tegen het lijf loopt. Otilita is nu kameraad Arlette en op doorreis naar Cuba waar ze zal worden voorbereid op de revolutie in Peru. Ricardo laat onmiddellijk alles vallen. Hij neemt haar mee uit eten, toont haar de mooiste plekjes van Parijs, fluistert haar zoete woordjes in het oor. En zij laat het zich allemaal welgevallen. Hij geeft en zij neemt. Zo zal het veertig jaar lang zijn, zij het met tussenpozen. Want zodra 'het stoute meisje' meer kan krijgen, dumpt ze haar 'Peruaantje' zonder blikken of blozen en gaat ze er met een rijkere man vandoor.

Iedere keer weer neemt Ricardo zich voor haar voor altijd te vergeten, maar telkens weer mislukt hij daarin. Ze 'is een ziekte, een verslaving' voor hem. Zijn masochistische drang om haar te zien voert de lezer van het opstandige Parijs van de jaren 60 naar het naar cannabis geurende Londen van de jaren 70, en het uitgelaten Madrid van de jaren 80 waar alles wat Franco veertig jaar lang had verboden, plots weer mag.

Die steden zijn, tot en met de achterafsteegjes en smoezelige cafés, erg gedetailleerd beschreven. Vargas Llosa kent ze dan ook door en door. In 1959 kwam hij met een studiebeurs van Lima naar Madrid, maar kort daarop verhuisde hij naar Parijs, waar hij tot 1974 zou wonen. Daarna ging hij terug naar Madrid, waar hij nog steeds woont, al keerde hij ondertussen ook wel eens terug naar Peru, vooral om er in 1989, zonder succes, deel te nemen aan de presidentsverkiezingen.

Bij al deze plaatsen hoort steeds een andere tijdgeest. De beschrijving daarvan is minder geslaagd. Vooral in de passages waarin de auteur het over de zeden en mores van de hippies heeft, lijkt hij wel erg sterk op een opa die zijn kleinkinderen vertelt over hoe het vroeger allemaal was. Natuurlijk wordt elke relatie bepaald door de context waarin ze ontstaat - 'door de wereld waarin we leven' - maar bedrog, arrivisme en compassie komen ook los van sociale wantoestanden als de Peruaanse voor. Het hoort er nu eenmaal allemaal bij, bij de liefde.

De oorspronkelijkheid van het boek zit in de karikaturale dimensies van de personages: hun meest frappante trekken (de naïviteit van Ricardo en de harteloosheid van Otilita) zijn zodanig uitvergroot dat het hele verhaal iets grotesks heeft, waardoor je als lezer niet anders kan dan 'het ongrijpbare meisje' als een subtiele parodie op de liefdesroman te lezen.

Mario Vargas Llosa - Het ongrijpbare meisje - 2006, Amsterdam, Meulenhoff, 334 blz., 19,95 euro, ISBN 90-290-7763-8.

Astrid HUYGENS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud