Europese film kruipt uit het dal

2005 was geen hoopgevend jaar voor het filmbezoek, maar niet alle resultaten zijn even donker. De Europese film deed het vorig jaar zelfs beter. Het steunprogramma Europa Cinemas maakt zich sterk dat het daar een rol in heeft gespeeld.

Het Hitlerdrama 'Der Untergang' was de meest bekeken Europese film in 2005.

(tijd) - Jarenlang was het een klassieke klaagzang: onze bioscopen worden overspoeld door Amerikaanse films en de eigen Europese cinema kreeg nauwelijks een kans.

Begin jaren negentig werd een programma op poten gezet dat dat probleem moest verhelpen. Europa Cinemas werd een internationaal netwerk van bioscopen, die bereid waren een inspanning te leveren ten voordele van Europese titels, bij voorkeur uit andere landen. Daarnaast helpt het programma ook exploitanten die speciale initiatieven opstarten voor jonge kijkers. Nu behelst dat netwerk 59 landen en bijna 1.600 schermen.

In 2005 was bijna 60 procent van die schermen voorbehouden aan Europese producties. Het aandeel van Europese films die buiten de eigen landsgrenzen te zien waren, steeg van 34 naar 37 procent. In tijden waar het bioscoopbezoek over het algemeen zwaar onder druk staat, zijn dat meer dan hoopgevende cijfers. Het Duitse Hitlerdrama 'Der Untergang' sloeg het meest aan, op de voet gevolgd door het Spaanse 'Mar adentro' en het Franse 'Un long dimanche de fiançailles', met een knappe zevende plaats voor Gouden Palm-winnaar 'L'enfant' van de gebroeders Dardenne.

Om steun te genieten moet een bioscoop voldoen aan enkel strikte voorwaarden, zowel voor de inrichting (aantal stoelen, technische voorzieningen, veiligheid) als voor de aandacht voor Europese cinema. In België maken 19 bioscopen deel uit van het netwerk, waaronder Cinema Lumière in Brugge en de Studio Filmtheaters in Leuven.

Maar het is niet omdat je in aanmerking wil komen voor subsidies als je genoeg Europese films draait, dat je die automatisch voorrang geeft. 'Dat zou een zeer publieksonvriendelijke manier zijn om een bioscoop te beheren', vindt Alexander Vandeputte, de exploitant van Lumière. 'Uiteindelijk kiezen we toch voor de kwaliteit. Als we op een bepaald moment enkel sterke Amerikaanse auteursfilms vinden, dan draaien we die. Ook al kost ons dat die steun.'

Arthouse

'We hebben de jongste tijd veel goede Europese titels gekregen en die willen we sowieso draaien', bevestigt Jan Rastelli, de uitbater van Studio Filmtheaters. 'De films moeten het waard zijn. Te veel slechte draaien, heeft automatisch een nefast effect op de goede.'

'Wat we nu meemaken, is een geaccumuleerd effect', zegt Vandeputte. Er zijn meer Europese films en die worden vlotter in de zalen gebracht. Het publiek is zich veel meer bewust van de eigen cinema. Wie vandaag voor een bioscoop staat waar in de helft van de zalen een film loopt die niet Engels gesproken is, heeft daar totaal geen moeite meer mee. De meeste kijkers beseffen dat een Zweedse of Spaanse film even entertainend kan zijn als een Amerikaanse. Dat was vroeger wel anders.'

De resultaten mogen dan bemoedigend zijn, de toekomst ziet er allerminst rooskleurig uit voor de 'arthouse'-bioscopen, die ook plaats geven aan minder commerciële titels. 'Vergeleken met de steun die filmverdelers krijgen, worden cinema's nog veel te weinig gestimuleerd', vindt Rastelli. 'Europa Cinema's is het enige programma dat zich daarmee bezig houdt.'

Vandeputte treedt hem bij. 'Ik vrees dat er een tijdperk aanbreekt waarin arthouse niet meer leefbaar zal zijn zonder steun van de overheid', klinkt het. 'Andere landen hebben dat al lang ingezien, België niet. Daarom is een programma als Europa Cinemas essentieel, want het laat je toe activiteiten minder vanuit een economisch standpunt in te vullen. Dankzij hen kunnen we het ons makkelijker permitteren primetime een klassieker te programmeren of samen te werken met scholen. Op lange termijn is dat trouwens veel interessanter, want op die manier wek je interesse op voor de arthouse-film.'

Digitale projectie

Intussen heeft Europa Cinema zich nog een bijkomend doel gesteld: de leden helpen bij de overstap naar digitale projectie. Gezien de kosten van die omschakeling is dat een lovenswaardig initiatief, vinden beide exploitanten. Maar de uitwerking laat nog te wensen over. 'Aan films digitaal vertonen hangen een hoop nieuwe kosten aan vast', zegt Vandeputte, 'bijvoorbeeld voor het maken van een master (een moederkopij) en de beveiliging. Digitale projectie is vooral een serieuze besparing voor films die heel ruim in de zalen worden gebracht. Een titel die in drie bioscopen moet spelen, haalt daar weinig of geen voordeel uit. We zullen dus alert moeten blijven om monopolistische tendensen tegen te gaan en de diversiteit van het aanbod te vrijwaren.'

Ruben NOLLET

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud