Advertentie

Fietsen door de outback

Noem het een sportieve uitdaging: de verlaten Outback van Australië met de fiets doorkruisen op niet-verharde wegen, 1.200 onbarmhartige kilometers afleggen tot aan de toeristische attractie nummer één: Ayers Rock.

En 'en passant' de cultuurkloof dichten met een vergeten volk: de Aboriginals. Ziedaar het (ab)originele recept voor de eerste editie van de Gunbarrel Challenge.

We zijn met 39 mountainbikers (30 mannen, 9 vrouwen) om ons te wagen op de Gunbarrel Highway, letterlijk te vertalen als de Geweerloop Autoweg. Dat van die autoweg is schromelijk overdreven voor ruim duizend kilometer gravel- en zandwegen. Maar dat van die geweerloop klopt als een bus: almaar rechtdoor schiet het traject als een kogel uit een geweer. Geen bocht, geen kruispunt, geen gelegenheid om terug te keren, nergens twijfel mogelijk: om gek van te worden.

Onder de deelnemers aan de eerste editie van deze jaarlijkse fietstocht tellen we één professionele mountainbiker, de Nederlander Jaap Viergever. De hitte van de Australische outback deert hem niet, hij won al vier keer de prestigieuze Crocodile Trophy, nog zo'n monstertocht voor maffe bikers. Ook de Gunbarrel Challenge zal hij domineren. Allicht omdat de anderen kiezen voor het avontuur en de vriendschap, meer dan voor competitie. Uitrijden is overigens niet verplicht, je kunt met fiets en al op de bezemwagen stappen om 's anderendaags met verse krachten weer een honderdtal kilometer te trotseren.

Eldorado

Verzamelen doen we in Kalgoorlie, West-Australië, dat ooit het brandpunt was van de Australische goudkoorts. De Superpit, eens de rijkste goudader ter wereld, is over tien jaar leeg, maar het vat wordt tot op de bodem geledigd: het gapende gat van 3,8 kilometer lang en 500 meter diep wordt zeven dagen op zeven, 24 uur per dag uitgebeend. Van bovenaf zien we gigantische vrachtwagens als bedrijvige mieren af- en aanslepen met steengruis waartussen dan de klompjes goud moeten schitteren. De komende tien jaar wordt hier nog meer dan 1 miljoen ton afgegraven, goed voor 300 ton goud. En dan is het sprookje voorbij.

Nu al twijfelt Kalgoorlie tussen 'boomtown' en 'ghosttown'. De brede lanen rond de bombastische huizen in hun eclectische stijl van honderd jaar geleden krijgen niet veel verkeer over de vloer, woestijnzand ligt op de loer, maar heeft alle tijd van de wereld. Twee bordelen bedienen de mijnwerkers op hun wenken. Bij de dienst voor toerisme krijgen we een tip: 'De huizen van plezier voorzien een begeleide rondleiding voor mensen als u, just to have an impression', wordt ons minzaam meegedeeld. We willen wel, maar blijken te laat op de afspraak en 'time is money' hier. Dan doen we ons maar tegoed aan een laatste koel pintje in de pub met z'n hoerige barmeisjes achter de toog. Vanaf morgen is het allemaal veel soberder. Dan fietsen we door Aboriginal grondgebied. En daar is alcohol bij wet verboden.

Kangoeroes

De eigenlijke Gunbarrel Challenge start in Laverton, het mijnwerkersstadje waar het asfalt ophoudt en de 'outback' begint. Het startschot wordt gegeven bij het standbeeld van meneer Laver zelf, de stichter van Laverton dat hij nota bene met de fiets bereikte ten tijde van de goldrush op de omslag van de 19de met de 20ste eeuw.

'Off you go!' zwaait de huidige burgemeester ons uit, en dat doen we met gretigheid; off road natuurlijk. Dat betekent het terrein voortdurend 'lezen', uitkijken voor de genadeloos trillende ribbels in het zand die de 4x4 voertuigen en 'road trains' hebben opgeworpen. De groep valt al snel uit mekaar, elk van ons zoekt zo veel mogelijk de meer egale zijkant op. Tot die weer te mals, te zanderig wordt. Dan kronkelen we ons als een slang naar het midden van de weg. En weer opzij in een eindeloze queeste naar de juist lijn op deze ruwe 'highway', geplaveid met ijzerhoudende ondergrond, baksteenrood zand dat we nog dagenlang na ons avontuur uit al onze poriën moeten schrobben.

We slalommen voorbij stinkende kadavers van kangoeroes, omvergereden door nachtelijke jeeps die de blik van de buideldieren vangen in hun lichtbundels. Stoppen kan aan de drankstops, terwijl tijdens de hete middaguren de strijd door iedereen wordt gestaakt. Dan is het tijd voor een lichte lunch onder een zonnezeil, stevig bijtanken en weer op pad, tot aan een nieuwe 'campground'. Voor eten en drank en zelfs douches staat de organisatie in. Zichzelf ontplooiende tentjes krijgen we toegeworpen vanuit een legertruck. In een letterlijke handomdraai staan ze recht, alleen de laatste stap blijkt problematisch: de grond is hier zo rotsvast dat de haringen om de tent mee te bevestigen afschampen nog vóór ze een centimeter de bodem indringen. Ik laat de kromme stangen voor wat ze zijn, ga op zoek naar stenen - of wie weet een goudklomp! - en leg die in de hoeken van mijn tent. Anderen verzekeren het tentje door hun mountainbike er als een dood gewicht aan vast te binden. Op onze volgende fietsdag zien we kamelen, langslopen. Jawel! Ooit als lastdier meegezeuld door Afghaanse spoorwegarbeiders, gedijen ze nu prima in de hete outback van Australië.

Cultuurkloof

Na vier fietsdagen bereiken we de Aboriginalgemeenschap van Warburton. Een 'roadhouse' fungeert als bevoorradingsstation. Onze bende doet zich tegoed aan cola en ijsjes. Confronterend is onze eerste echte ontmoeting met de Aboriginals, al is er van communicatie of interactie nauwelijks sprake. Zonder dat ze ons groeten of in de ogen kijken, grijpen ze in het 'roadhouse' naar friet en cola. 'Hun dagelijkse kost die ze met overheidssubsidies opsouperen', zeggen de blanke Australiërs. Die gewagen van een ontzettende cultuurkloof tussen zwart en blank. De Abo's zouden passief zijn, vadsig, vuil en onaangepast. 'Ze maken een kampvuur in de huizen die ze van de overheid krijgen, ze lijden aan obesitas, suikerziekte en nierproblemen en jagen zo de gezondheidszorg in de rode cijfers.' luidt het. 'Allemaal de schuld van de white people', repliceren de schaarse woordvoerders van de Aboriginalgemeenschap. 'De blanken hebben ons opgezadeld met fastfood, met plastic en ander moeilijk afbreekbaar afval. Bovendien verbieden ze onze traditionele nomadische levenswijze en tonen ze geen begrip voor onze eigen gewoontes of taboes. De Aboriginalcultuur wordt onder de voet gelopen door de vooruitgangsdrift van de westerse mens.'

Een patstelling en niemand ziet een oplossing. Al wil net deze Gunbarrel Challenge de hand reiken naar de traditionele bewoners van deze regio. 'Zeker voor de jonge generatie Aboriginals is er geen weg terug', zegt Greg, organisator van de Gunbarrel Challenge. 'Het is mijn ambitie met deze tocht zowel bij de blanken begrip te kweken voor deze oeroude cultuur, als om de Aboriginals zelf uit hun lethargie te halen. Deze tocht blijven ze nog aan de zijkant staan, maar waarom zouden ze ons volgend jaar bijvoorbeeld niet kunnen rondleiden in hun dorp of de deelnemers de weg wijzen naar de waterputten, of ons uitleg geven over hun mysterieuze droomschilderijen, mooie souvenirs voor een toerist trouwens. Het outbacktoerisme staat nog in zijn kinderschoenen, de Aboriginals moeten echt op die kar springen. Ik wil ze een zetje geven.'

Raket

Met de rugzak vol sportdrank op de rug en met regelmatig een kameelkaravaan over onze nog altijd rechtlijnige weg, fietsen we verder, dwars door het verblindende binnenland van Australië. Elk teken van leven is welkom, elke bebouwde kom een doel op zich. We stappen af in het meteorologisch station van Giles. Behalve dagelijks meten hoeveel uur zon er schijnt en hoe weinig centiliter water er valt, toont de weerman van dienst ons de originele pletwals waarmee in de jaren 50 de Gunbarrel Highway werd ontsloten.

Nu pas komen we aan de weet dat de Gunbarrel Highway in eerste instantie werd aangelegd om er ongestoord langeafstandsraketten op te testen: ruimte in overvloed, geen pottenkijkers en dankzij de nieuwe weg toch toegankelijk voor ingewijden. Als stille getuige van de militaristische doelstellingen van dat pionierswerk staat hier in Giles de verwrongen metalen constructie van een raketkop. Netjes afgeschoten week de raket snel af van zijn rechte lijn en tuimelde als een flapdrol in de woestijn. Nu staat het gevalletje hier te blikkeren in de zon. Door het droge klimaat wordt het niet aangetast door roest.

Op dag twaalf bereiken we de bewoonde wereld, eerst in de vorm van asfalt, een zegening voor onze banden, handen en geteisterd gestel. De wedstrijd is nu afgelopen, we peddelen gezapig verder over het waterpas landschap. Voorbij de Olgasrotsen doemt ineens Ayers Rock op, hét icoon van down under en het einddoel van onze reis, samen met dat van duizenden andere toeristen. Vandaar het plots geasfalteerde wegdek en een conglomeraat van campgrounds, hotels, restaurants en pubs op een net nog eerbiedwaardige afstand van Ayers Rock.

Acht kilometer in omvang, ruim driehonderd meter hoog, bijna verticaal oprijzend uit het grote niets is Ayers Rock op Google Earth verreweg het meest herkenbare natuurlijke object ter wereld. Honderd miljoen jaar aanwezigheid, mogelijk als een meteoriet van buiten onze dampkring op de aarde gekeild. Of toch opengebarsten uit de ingewanden van onze planeet zelf, wie zal het zeggen? De Aboriginals als cultuurbewaarders alvast niet. Zij doen er het zwijgen toe. Voor hen is dit een heilig oord en de rots een hoop gewijde uitwerpselen van hun goddelijke voorvaderen uit de Droomtijd. Daar kun je niet bij. Maar als toerist van de 21ste eeuw kun je er natuurlijk wel op, op Ayers Rock. Tegen het advies van de Aboriginals en zelfs tegen het advies van reisorganisator Joker. Als cultureel bewuste reisorganisatie trekt Joker met zijn klanten niet tot boven de stenen gigant, maar houdt het bij een wandeling rond de monoliet of bij een zonsondergang op respectabele afstand. Ik geef mijn ogen de kost met het vizier op oneindig. Want dat krijg je na twaalf dagen op de Gunbarrel Highway.

Benno WAUTERS

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud