Het antisemitisme van de Thora

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen heeft niets te maken met historische noodzaak, met een toevallige samenloop van omstandigheden of een oeroude, onverzoenlijke schaapherdersoorlog.

Norman Finkelstein

(tijd) - Het heeft alles te maken met de opzettelijke ontkenning van het Palestijnse recht op zelfbeschikking door de zionisten. Zo luidt de duidelijke stellingname van de Amerikaanse politicoloog en publicist Norman Finkelstein. Uit een heel andere hoek wordt hij, impliciet maar onmiskenbaar, bijgetreden door de Canadese orthodoxe jood en antizionist Yakov Rabkin.

Het is in brede kring weinig bekend dat nogal wat joodse tegenstanders van Israël hun verzet baseren op religieus-humanitaire en theologische, veeleer dan op politieke gronden. Van bij het ontstaan van het zionisme in de 19de eeuw is dat verzet er geweest en het is er nog steeds, zowel in als buiten Israël. Dat het weinig naar buiten komt, heeft onder meer te maken met de angst voor (het verwijt van) nestbevuiling. Van dat soort angsten heeft professor Rabkin, historicus aan de universiteit van Montréal, geen last.

AFGODERIJ

Rabkin beheerst de teksten. Hij kent zowel de Thora - de oudtestamentische geschriften - als de politieke essays en de vaak polemische publicaties over de staat Israël. Het blijkt onmogelijk loyale oppositie tegen het zionisme te plegen, want 'Wie niet voor ons is, is tegen ons'. Met instemming wordt de bekende kabbalist van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, vriend van Hannah Arendt, wijlen Gershom Sholem geciteerd: 'Antizionisten worden vaak als collaborateurs beschouwd en met zeer veel minachting behandeld. Ze doen hun best de beschuldigingen te weerleggen dat hun antizionisme 'de joden een dolk in de rug steekt'. Bovendien hebben veel antizionisten, vooral in chassidische kringen, er moeite mee de ware aard van hun antizionisme aan het publiek duidelijk te maken.'

De traditionele lijnen van verdeeldheid tussen de joden onderling (Asjkenazim, Sefardim, belijdend, niet-belijdend, orthodox, niet-orthodox, chassidisch, mitnagdim) zijn doorbroken met een 'nieuwe' polarisatie. Elk van deze categorieën bevat joden die geloven dat het idee van een joodse staat, en bovenal de menselijke en morele prijs die een dergelijke staat vergt, alles negeert wat het jodendom leert, met name de kernwaarden van bescheidenheid, mededogen en liefdadigheid. Voor hen moet de joodse eenheid de Thora als middelpunt hebben, en niet de Israëlische vlag.

'Door zijn gedrag, en volgens sommigen zelfs door zijn bestaan, roept de staat Israël vooroordelen op jegens de universele boodschap van het jodendom', schrijft Rabkin.

Theologische tegenstellingen hadden en hebben zware politieke gevolgen. De joodse heilsverwachting is voor interpretatie vatbaar. De Nationaal Religieuzen - die grotendeels de huidige Israëlische politiek bepalen - zien in de industriële, agrarische en militaire prestaties van de staat een voorbode van de komst van de messias. De antizionistische haredim (ultraorthodoxen) vinden daarentegen de joodse staat een obstakel voor de verlossing: 'De zoon van David zal pas komen na de verdwijning van het onwaardige Koninkrijk Israël.'

Dezelfde scheidslijn is merkbaar in de meningen over de Shoah, of de Holocaust. Betekende 1945 het einde van de verwoesting die aan de messiaanse komst voorafgaat? Dat geloven de Nationaal Religieuzen, die in de oprichting kort nadien van de zionistische staat het begin van de nieuwe tijd en de nakende voltrekking van de heilsverwachting zien. Nee, zeggen de ultraorthodoxen, de traditie verbiedt elke menselijke poging om de komst van de messias te bespoedigen. Het is volgens hen blind dogmatisme om Israël als een positief fait accompli voor te stellen. In de afgelopen halve eeuw is het voor de joden zowat de gevaarlijkste plaats op aarde geweest, om het nog niet te hebben over het onnoemelijk leed dat het Palestijnse volk is aangedaan.

Maar wie dat openlijk zegt, wordt verketterd. 'Een ultraorthodoxe rabbijn heeft eens spottend opgemerkt dat een mens tegenwoordig kritiek op de eigen religie kan verdragen, maar niet op de eigen afgoderij. Daarmee bedoelde hij dat in het eigen waardenstelsel van veel joden, inclusief sommige rabbijnen, de staat Israël de plaats van God heeft ingenomen.'

PLATTE-AARDEHYPOTHES

Afgoderij. De seculiere jood Norman Finkelstein heeft daar andere woorden voor: drogreden, misbruik. Zijn jongste boek torst de lange Nederlandse titel 'De drogreden van het antisemitisme/Israël, de VS en het misbruik van de geschiedenis'. In het Engels luidt dat kort en krachtig 'Beyond Chutzpah', te vertalen als: de gotspe voorbij. Gotspe is, net als chtuzpah, een Jiddisch woord dat 'onbeschaamde brutaliteit' betekent.

Al in 2003 kreeg hij half Amerika en Groot-Israël over zich heen met het boek 'De Holocaustindustrie'. Daarin betoogt hij dat de Joodse staat en zijn fervente verdedigers systematisch het leed van de joden onder de nazi's uitbuiten om propagandistische en materiële redenen. Op zijn minst een deel van het reële antisemitisme komt zodoende op het conto van een aantal voornamelijk zionistische organisaties.

Ook in dit nieuwe boek laat hij de doekjes voor het bloeden achterwege. Hij toont met feiten en rapporten van mainstreamorganisaties aan dat de Israëlische Palestijnenpolitiek bij voortduring de mensenrechten schendt. Het gaat onder meer over het opzettelijk doden van Palestijnse kinderen en etnische zuiveringen in de Bezette Gebieden. Het wordt van vitaal belang voor de veiligheid van Israël geacht dat het land de grenzen, de controleposten en de wegen van de zee tot aan de rivier op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza controleert. Alles dus. De vraag of ook de Palestijnen misschien behoeften hebben om hun veiligheid te waarborgen, komt niet ter sprake Daardoor wordt een tweestatenoplossing de facto onmogelijk gemaakt.

Aanhoudende geschiedvervalsing blijft Finkelstein een doorn in het oog: het 'historisch recht' van het joodse volk op het grondgebied van het 'vrijwel onbewoonde Palestina', is voor hem volslagen uit de lucht gegrepen. Israël strooit kwistig met het predicaat antisemitisme, als het om legitieme kritiek op zijn beleid gaat of als het zijn politieke agenda in gevaar ziet komen. Daarbij wordt het vooral in de VS geholpen door een aantal apologeten van het 'nieuwe antisemitisme', wier leugenachtige beweringen en methodes nu averechts dreigen te werken, versta in het nadeel van de joden ook in de diaspora. Als schoolvoorbeeld van zo'n averechtse apologeet noemt hij de bekende advocaat en Harvardprofessor Alan Dershowitz. Die publiceerde een aanvankelijk hoog geprezen traktaat 'The Case for Israel', waarvan na Finkelsteins grondige analyse in dit boek geen spaander heel is gebleven. Het zijn de oude propagandistische verzinsels van weleer in een nauwelijks nieuw te noemen kleedje. 'Spectaculaire academische vervalsingen.' Zijn boek verdient evenveel aandacht als 'de laatste publicatie van de Vrienden van de platte-aardehypothese'. Het blad The Nation onthulde dat Dershowitz zowaar getracht heeft met dreigbrieven de uitgever University of California Press onder druk te zetten om de publicatie van Finkelsteins repliek te verhinderen. Ook dat werkte, gelukkig deze keer, averechts.

Finkelstein kan aardig formuleren. Dat levert hem weinig vrienden op, of de verkeerde. Het viel te verwachten dat hij extreemrechtsen en nazi-gelovigen zou aantrekken. Uiteraard betreurt hij dat, maar zijn formuleringen worden er niet minder scherp op. In een interview (Knack, 18 oktober) liet hij onomwonden weten: 'De enige organisatie waar ik op dit moment hoop uit put, en ik ben ernstig, is Hezbollah.'

Jef COECK

Norman Finkelstein - De drogreden van het antisemitisme/Israël, de VS en het misbruik van de geschiedenis - 2006, Roeselare/Amsterdam, Globe/Mets & Schilt, 288 blz., 19,90 euro, ISBN 90-8679-043-7.

Yakov Rabkin - In naam van de Thora/De geschiedenis van de antizionistische joden - 2006, Antwerpen, Houtekiet, 336 blz., 19,95 euro, ISBN 90-5240-895-5.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud