Advertentie

John Constable: Het landschap als kunst

De Engelse kunstenaar John Constable voelde zich pas écht schilder als hij werkte aan een groot canvas. Met deze doeken van 6 voet breed (ongeveer 4 bij 3 meter) vestigde hij zijn faam als 19de-eeuwse Engelse landschapsschilder. Negen van die 'sixfooters' zijn nu voor het eerst samengebracht in de Tate Britain in Londen. Merkwaardig is wel dat de kleine voorstudies ons nu het meest bekoren.

(tijd) Het is vandaag bijna onvoorstelbaar dat Constable met die traditionele, bucolische gezichten van het Engelse platteland tot de avant-garde van zijn tijd behoorde. De landschapsschilderkunst was nog geen volwaardig kunstgenre in de vroege 19de eeuw. Constables ouders drongen er zelfs op aan dat John zich zou toeleggen op de meer lucratieve portretschilderkunst. En door de Royal Academy of London werd hij aanvankelijk als lid geweigerd omdat hij geen historische taferelen maakte. Maar in Frankrijk werd zijn techniek wel gewaardeerd, hij kreeg zelfs een gouden medaille op het Parijse Salon en zo heeft Constable mee de weg voorbereid voor de impressionisten. Want het was pas met hen dat het landschap definitief de historische taferelen verdrong als het belangrijkste schildersgenre.

Open lucht

Constable schilderde trouwens als een der eersten 'en plein air'. In een brief aan zijn geliefde schrijft hij dat hij 'als enige de velden deelt met de boeren'. Die velden, beemden, riviertjes en weilanden liggen in zijn geboortestreek rond Suffolk. Hij schilderde er de watermolens waarvan zijn vader - een gegoede graan- en kolenhandelaar - eigenaar was, de waaiende bomen, de plaatselijke kerktoren, de grazende koeien, de pittoreske cottages, de paarden die de boten trokken op de Stour-rivier. En dat onder een indrukwekkende wolkenhemel. Constable schilderde de plekken waar hij emotioneel aan gehecht was en wou ze hun eigen poëtische, heroïsche en dramatische kracht geven. Het 19de-eeuwse Engeland industrialiseerde zich en het platteland rook nog niet naar de geur van vervuiling en decadentie.

Voorstudies

Maar om op te vallen op de jaarlijkse tentoonstelling van de Academie, waar de muren zowaar centimeter per centimeter met 'prentjes' behangen werden, nam hij zijn toevlucht tot een groter canvas even omvangrijk als voor een historiestuk. In zijn talrijke lezingen noemde en roemde Constable illustere voorgangers zoals Rubens, Van Dyck, Claude Lorrain, Jacob van Ruisdael, zelfs de Venetiaan Canaletto.

En met deze achtergrond zwoegde hij aan zijn eigen oeuvre. Aan het schilderij van de 'Waterloo Bridge' in London werkte hij maar liefst dertien jaar. Constable moest zichzelf leren schilderen op groot formaat en waarschijnlijk is het daarom dat hij zijn toevlucht nam tot 'fullsize' voorstudies. Voorstudies die dezelfde afmetingen - six foot - als het eindresultaat hebben. Voorstudies die niet afgewerkt werden, die Constable enkel aan goeie vrienden liet zien, die niet bedoeld waren om verkocht te worden, die - bij leven - nooit zijn atelier hebben verlaten. Geen enkele andere kunstenaar heeft ooit dergelijke grote schetsen gemaakt. Met hun ruwe penseelstreken, soms een paletmes, met hun impressionistische toets, in hun directheid spreken ze ons - hedendaagse toeschouwer - meer aan dan de afgewerkte producten. In die vroege 19de eeuw dacht men niet zo. Voor Constable waren het eerste versies waaraan hij schikte en herschikte, of een toets rood hier en daar bijlikte.

Dat is wel duidelijk bij het werk 'Hadleigh Castle' waarmee Constable in 1829 - hij was toen al 53 - uiteindelijk volwaardig lid werd van de Royal Academy. Voorstudie en afgewerkt product hangen naast elkaar. Ze hebben dezelfde afmetingen, maar de afbrokkelende ruïne, de opzwepende golven en de woeste hemel zijn in de voorstudie de getuigen van het ontroostbare verdriet van de schilder bij de dood van zijn vrouw. Die emoties zijn weggeborsteld in het uiteindelijke werk, ook al kon dat rekenen op de sarcastische opmerking van tijdgenoot - en rivaal Turner - dat de witte highlights net 'verfspatten leken die van het plafond waren gedrupt'.

Constable toont zich op deze tentoonstelling als een gewetensvolle werker die het landschap als hoofdrolspeler in de schijnwerpers wil zetten. Die consciëntieuse werklust is ook te zien in de kleine olieverfjes die Constable ter voorbereiding in openlucht schilderde. Deze kleinoden werden rechtstreeks uit zijn atelier door zijn dochter geschonken aan het Victoria & Albert-Museum. Een klein kabinet met een dertigtal A4'tjes is ontroerend: zo dicht bij de grootmeester in werkplunje.

'Constable: The Great Landscapes', tot 28 augustus in Tate Britain, Millbank in Londen, tel. 00-44-20/78.87.88.88, www.tate.org.uk.

De voorstudies zijn te zien in het Victoria & AlbertMuseum. www.vam.ac.uk

Stéphane MEYS

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud