Mauritshuis toont herstelde Rembrandts

De 400ste verjaardag van de geboorte van Rembrandt van Rijn zette het Mauritshuis in Den Haag ertoe aan drie schilderijen in zijn collectie te restaureren. Die werken zijn nu samen met zeven andere Rembrandts te bewonderen.

Rembrandt van Rijn (1606-1669), 'De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp', 1632. (Foto: Mauritshuis, Den Haag)

(tijd) - Rembrandt schilderde 'De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp' toen hij amper 25 was, en vestigde daarmee zijn reputatie als portretschilder. Koning Willem I kocht het 200 jaar later voor het Mauritshuis, en daar hangt het nog altijd. Samen met tien andere werken geeft deze verzameling een overzicht van de evolutie van de barokmeester.

De recente restauraties leveren andermaal het bewijs van zijn talent. Al van bij het begin is Rembrandts schilderstijl erg gevarieerd; voor elk onderdeel van eenzelfde schilderij kiest hij de meest aangewezen techniek.

Laagjes verf

Dat blijkt na het schoonmaken van 'Het loflied van Simeon', een vroeg werk uit 1631, nog van de tijd in zijn geboortestad Leiden. Voor het kleed van Maria gebruikte Rembrandt gladde, fijngemalen korreltjes blauw azuriet, voor de mantel van Simeon dan weer verschillende lagen verf; eerst laagjes lila en gele tinten, daarop pasteuze toetsen loodwit en loodtingeel. En dan kraste hij met de achterkant van zijn penseel motieven in de verf. Dat krassen doet hij wel meer: ook in de snor van 'de lachende man', waarbij de goudverf op de koperplaat blinkend zichtbaar wordt.

Goedkeuring

Maar het is allemaal heel subtiel. Ook al smeert Rembrandt soms de verf met een paletmes op doek, zoals bij 'Homerus', een werk dat hij in 1663 schilderde in opdracht van een Siciliaanse edelman. Niet dat Rembrandt lukraak te werk gaat. Ultraviolet licht dat bij de restauratie gebruikt werd, toont aan dat hij eerst een schets - op het echte doek - ter goedkeuring naar zijn opdrachtgever stuurde. Zodra hij de toestemming had verkregen, legde hij een dubbele bruine grondlaag met veel krijt vermengd, daarop kwam dan een bruine schets. En dan begon het echte werk met pigmenten en kleurschakeringen.

Een probleem bij restauraties is dat de verf in de donkere delen gedegradeerd is en dat door chemische reactie een verfkorst werd gevormd die niet meer weg te halen is zonder een schilderij ernstig te beschadigen. En beschadigd was 'Homerus' wel; bij een aardbeving en mogelijk een brand werden delen van het doek vernield en later opnieuw aangevuld. De taak van de restaurateurs was het oude vernis maar ook de toegevoegde verflagen eraf te halen en te herstellen.

Clair-obscur

Het verwijderen van het vernis is spectaculair: bij vorige restauraties werden in het vernis rode, gele en zwarte pigmenten gebruikt om het schilderij er donkerder te doen uitzien. Deskundigen waren van mening dat Rembrandt de meester was van sfeervolle konterfeitsels in een goudbruine tint. Mis dus.

Als Rembrandt zoveel moeite deed, als de restauratiewerken zoveel ijver - én geld - kosten, waarom is de huidige presentatie dan zo ondermaats? De belichting van de topwerken is zo slecht dat je als toeschouwer alleen je eigen reflectie ziet en je moet gaan ronddrentelen om iets van het werk te kunnen opvangen. Een slecht clair-obscureffect.

'Een zomer met Rembrandt. Recente restauraties', tot 18 september in het Mauritshuis, Korte Vijverberg 8 in Den Haag. tel. 00-31-70/302.34.35.

Stéphane MEYS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud